id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090109.5 Rolnummer: F.07.0049.N-F.07.0050.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Handelsrecht Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 226 - laatst gezien 2026-07-03 01:25 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090109.5 Fiche 1 De op het douanekantoor van het land van vertrek van goederen onder dekking van carnets TIR rustende verplichting zich te overtuigen van de juistheid van het goederenmanifest houdt in dat dit douanekantoor ten minste moet nagaan of de op het manifest vermelde gegevens betreffende de goederen overeenstemmen met de gegevens op de uitvoerdocumenten en de vervoerdocumenten of de andere handelsdocumenten die betrekking hebben op deze goederen, maar niet dat dit douanekantoor hierbij moet nagaan of de houder van het carnet TIR alle douaneformaliteiten respecteert en naleeft
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Vervoer: Internationaal recht FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Douane - Europees recht - Bijzondere bepalingen Vrije woorden: Wegvervoer - Internationaal vervoer - TIR-Overeenkomst - Douanekantoor van vertrek - Verplichtingen - Controle op de juistheid van het goederenmanifest Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 14-11-1975 - Artt. 6.1 en 19 Fiche 2 Het komt aan de organisatie, die zich garant heeft gesteld, toe in het kader van het toekennen van de carnets TIR, van de houder van het carnet te eisen dat hij alle douaneformaliteiten, zoals bepaald in de TIR-overeenkomst, bij het kantoor van vertrek, van doorgang en van bestemming naleeft en na te gaan of dit ook geschiedt
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Vervoer: Internationaal recht FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Douane - Europees recht - Bijzondere bepalingen Vrije woorden: Wegvervoer - Internationaal vervoer - TIR-Overeenkomst - Zich garant stellende organisatie - Toekenning van carnets TIR - In acht te nemen verplichting Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 14-11-1975 - Artt. 6.1 en 19 Fiche 3 De in het kader van de TIR-Overeenkomst op de douaneautoriteiten rustende verplichting om, alvorens een vordering tot betaling in te dienen bij de organisatie die zich garant heeft gesteld, voor zover mogelijk de betaling te eisen van hen die rechtstreeks deze bedragen verschuldigd zijn, is een zorgvuldigheidsverplichting, waarvan de niet-naleving desgevallend van aard kan zijn de aansprakelijkheid van de autoriteiten in het gedrang te brengen, maar het instellen van een vordering tot betaling tegen de organisatie die zich garant heeft gesteld, niet belet
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Vervoer: Internationaal recht FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Douane - Europees recht - Bijzondere bepalingen Vrije woorden: Wegvervoer - Internationaal vervoer - TIR-Overeenkomst - Zich garant stellende organisatie - Douaneautoriteiten - Vordering tot betaling - Voorafgaande verplichting Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 14-11-1975 - Artt. 8.1 en 8.7 Fiche 4 Conclusie van advocaat-generaal THIJS Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Vervoer: Internationaal recht FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Douane - Europees recht - Bijzondere bepalingen Vrije woorden: Wegvervoer - Internationaal vervoer - TIR-Overeenkomst - Douanekantoor van vertrek - Verplichtingen - Controle op de juistheid van het goederenmanifest Tekst van de beslissing Nr. F.07.0049.N FEBETRA, Federatie van Belgische Transporteurs, met zetel te 1020 Brussel, Stapelhuisstraat 5A, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Eerstaanwezend Inspecteur van het eerste Ontvangkantoor der Douane en Accijnzen te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kattendijkdok-Oostkaai 22, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest, en in aanwezigheid van
- ASSURANCES GENERALES DE FRANCE IART S.A., vennootschap naar Frans recht, met zetel te 75002 Parijs (Frankrijk), rue de Richelieu 87,
- KRAVAG-SACH, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 20007 Hamburg (Duitsland), Heidenkampsweg 102,
- GENERALI ASSURANCE IARD S.A., vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 75009 Parijs (Frankrijk), boulevard Haussmann 7, die allen woonplaats kiezen bij mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, partijen opgeroepen in bindendverklaring van het arrest. Nr. F.07.0050.N
- ASSURANCES GENERALES DE FRANCE IART S.A., vennootschap naar Frans recht, met zetel te 75002 Parijs (Frankrijk), rue de Richelieu 87,
- KRAVAG-SACH, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 20007 Hamburg (Duitsland), Heidenkampsweg 102,
- GENERALI ASSURANCE IARD S.A., vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 75009 Parijs (Frankrijk), boulevard Haussmann 7, eiseresssen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Eerstaanwezend Inspecteur van het eerste Ontvangkantoor der Douane en Accijnzen te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kattendijkdok-Oostkaai 22, verweerder, en in aanwezigheid van FEBETRA, Federatie van Belgische Transporteurs, met zetel te 1020 Brussel, Stapelhuisstraat 5A, partij opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen een arrest, op 22 december 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN In de zaak F.07.0049.N De eiseres voert twee middelen aan in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht en ervan deel uitmaakt. In de zaak F.07.0050.N De eiseressen voeren twee middelen aan in een verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht en ervan deel uitmaakt. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voeging
- De cassatieberoepen in de zaken F.07.0049.N en F.07.0050.N hebben betrekking op hetzelfde geschil tussen dezelfde partijen, zodat zij gevoegd dienen te worden. Zaak F.07.0050.N Eerste middel Eerste onderdeel
- De eisers hebben in hun appelconclusies aangevoerd dat de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, de verweerder opdroegen om, bij het in last nemen van het carnet TIR, niet alleen de juistheid van het goederenmanifest en de douaneverzegeling te controleren, maar ook te onderzoeken of het carnet TIR volledig en juist was ingevuld.
- De appelrechters oordelen dat: - artikel 19 van de TIR-overeenkomst de douaneadministratie van het land van vertrek oplegt de juistheid van het goederenmanifest en de douaneverzegeling te controleren; - de eerste rechter op terechte, niet-weerlegde en door hen overgenomen gronden, geoordeeld heeft dat de administratie haar verplichting zich te vergewissen van de juistheid van het goederenmanifest is nagekomen en dat zij de carnets op geldige wijze in last heeft genomen; - de ontbrekende gegevens niet slaan op de goederen; - geen beginselen van behoorlijk bestuur werden geschonden.
- De appelrechters beantwoorden aldus het in het onderdeel bedoelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 6.1 van de Douaneovereenkomst van 14 november 1975 inzake het internationaal vervoer van goederen onder dekking van carnets TIR (TIR-overeenkomst), zoals te dezen toepasselijk, kan iedere overeenkomst-sluitende partij, onder de door haar vast te stellen voorwaarden en waarborgen, aan organisaties de bevoegdheid verlenen om, hetzij, rechtstreeks, hetzij, door tussenkomst van soortgelijke organisaties, carnets TIR af te geven, alsmede om zich garant te stellen. Krachtens artikel 19 van de TIR-overeenkomst, nemen de douaneautoriteiten van het land van vertrek, wanneer hen de goederen en het wegvoertuig, de vervoerscombinatie of de container, met het carnet TIR worden aangeboden op het douanekantoor van vertrek, de nodige maatregelen om zich te overtuigen van de juistheid van het goederenmanifest, om de douaneverzegeling aan te brengen of om de douaneverzegeling te controleren die onder de verantwoordelijkheid van bedoelde douaneautoriteiten is aangebracht door hiertoe naar behoren gemachtigde personen.
- De verplichting zich te overtuigen van de juistheid van het goederenmanifest houdt in dat het douanekantoor van vertrek ten minste moet nagaan of de op het manifest vermelde gegevens betreffende de goederen overeenstemmen met de gegevens op de uitvoerdocumenten en de vervoerdocumenten of de andere handelsdocumenten die betrekking hebben op deze goederen, maar niet dat dit douanekantoor hierbij moet nagaan of de houder van het carnet TIR alle douaneformaliteiten respecteert en naleeft. Het komt aan de organisatie, die zich garant heeft gesteld, toe in het kader van het toekennen van de carnets TIR, van de houder van het carnet te eisen dat hij alle douaneformaliteiten, zoals bepaald in de TIR-overeenkomst, bij het kantoor van vertrek, van doorgang en van bestemming naleeft en na te gaan of dit ook geschiedt.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de douaneautoriteiten van het land van vertrek, bij het in last nemen van een carnet TIR moeten onderzoeken of het carnet TIR volledig is ingevuld, met inbegrip van de gegevens die niet op de goederen slaan, faalt naar recht. Tweede middel Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 8.
- van de TIR-overeenkomst verbindt de organisatie die zich garant heeft gesteld, zich tot voldoening van de rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer, eventueel vermeerderd met de interest bij achterstallige betaling, welke verschuldigd zijn krachtens de douanewetten en -reglementen van het land waarin de onregelmatigheid met betrekking tot het TIR-vervoer is vastgesteld. Krachtens dezelfde bepaling is de organisatie die zich garant heeft gesteld, gehouden tot betaling van bovenbedoelde bedragen, zowel hoofdelijk als gezamenlijk met de personen die deze bedragen verschuldigd zijn. Krachtens artikel 8.
- van de overeenkomst moeten de autoriteiten, wanneer de in lid 1 en 2 van dit artikel bedoelde bedragen opeisbaar worden, voor zover mogelijk de betaling hiervan eisen van hen die rechtstreeks deze bedragen verschuldigd zijn, alvorens een vordering tot betaling in te dienen bij de organisatie die zich garant heeft gesteld.
- Deze verplichting voor de autoriteiten om, alvorens een vordering tot betaling in te dienen bij de organisatie die zich garant heeft gesteld, voor zover mogelijk de betaling te eisen van hen die rechtstreeks deze bedragen verschuldigd zijn, is een zorgvuldigheidsverplichting, waarvan de niet-naleving desgevallend van aard kan zijn de aansprakelijkheid van de autoriteiten in het gedrang te brengen, maar het instellen van een vordering tot betaling tegen de organisatie die zich garant heeft gesteld, niet belet. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Eerste onderdeel
- Uit het antwoord op het tweede onderdeel volgt dat het eerste onderdeel opkomt tegen redenen die geen weerslag hebben op de wettigheid van het arrest. Het onderdeel is mitsdien niet ontvankelijk. Zaak F.07.0049.N Eerste middel Eerste onderdeel
- Uit het antwoord op het eerste onderdeel van het eerste middel in de zaak F.07.0050.N volgt dat het onderdeel feitelijke grondslag mist. Tweede onderdeel
- Uit het antwoord op het tweede onderdeel van het eerste middel in de zaak F.07.0050.N volgt dat het onderdeel faalt naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel
- Uit het antwoord op het eerste onderdeel van het tweede middel in de zaak F.07.0050.N volgt dat het onderdeel niet ontvankelijk is. Tweede onderdeel
- Uit het antwoord op het tweede onderdeel van het tweede middel in de zaak F.07.0050.N volgt dat het onderdeel faalt naar recht. Verzoek tot bindendverklaring van het arrest
- Daar de in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen, in de samengevoegde zaak F.07.0050.N zelf een cassatieberoep hebben ingesteld tegen het in deze zaak bestreden arrest, is het verzoek tot bindendverklaring zonder voorwerp geworden. Dictum Het Hof, Voegt de cassatieberoepen F.07.0049.N en F.07.0050.N. Verwerpt de cassatieberoepen en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eisers in de kosten. In de zaak F.07.0049.N zijn de kosten begroot op de som van 602,42 euro jegens de eisende partij en op de som van 138,10 euro jegens de verwerende partij. In de zaak F.07.0050.N zijn de kosten begroot op de som van 316,82 euro jegens de eisende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Eric Stassijns en Paul Maffei, en in openbare terechtzitting van 9 januari 2009 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090109.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090109.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110520.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div