id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090113.3 Rolnummer: P.08.1626.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-01-20 Raadplegingen: 247 - laatst gezien 2026-07-03 01:23 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer, na een vroegere veroordeling wegens een wanbedrijf tot een gevangenisstraf van ten minste één jaar, de veroordeelde een wanbedrijf pleegt, omschreven in een bijzondere wet, dewelke bepalingen bevat die de herhaling van de daarin omschreven misdrijven regelt, zonder de toepasselijkheid van de bepalingen van hoofdstuk V van boek I Strafwetboek geheel uit te sluiten, is de toepassing van deze laatste bepalingen wettig als de voorwaarden voor de bijzondere herhaling niet zijn vervuld
(1).
(1)Cass., 4 juni 1974, A.C., 1974, 1096; 23 juni 1975, A.C., 1975, 1133; 22 dec. 1998, AR P.98.1571.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981222.8, A.C., 1998, nr 533; VANDROMME, S., Comm. Strafr., "Herhaling: bijzondere strafwetten", p.5, nr
- Thesaurus CAS: HERHALING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Drugs - Psychotrope stoffen - Algemeen STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Drugs - Psychotrope stoffen - Herhaling Vrije woorden: Vroegere veroordeling tot één jaar gevangenisstraf wegens een wanbedrijf - Nieuw wanbedrijf omschreven in een bijzondere wet - Bijzondere wet die de herhaling regelt van de misdrijven die erin omschreven worden - Bijzondere wet die de bepalingen inzake de wettelijke herhaling niet uitsluit - Voorwaarden van de bijzondere herhaling niet vervuld - Toepassing van de regels inzake de wettelijke herhaling - Wettigheid Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 56 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet - 24-02-1921 - Artt. 5 en 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Tekst van de beslissing Nr. P.08.1626.N A A, beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Mario Kempen, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 2 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 100 Strafwetboek: het bestreden arrest stelde vast dat de eiser zich zowel in staat van bijzondere herhaling bevindt als in staat van wettelijke herhaling; daar artikel 5 Drugswet in een regime van bijzondere herhaling voorziet, konden de appelrechters krachtens artikel 100 Strafwetboek de artikelen 54 tot en met 57 Strafwetboek die in een regime van wettelijke herhaling voorzien, niet toepassen; zij stellen aldus ten onrechte vast dat de eiser zich in staat van wettelijke herhaling bevindt.
- Artikel 100 Strafwetboek bepaalt dat bij gebreke van andersluidende bepalingen in bijzondere wetten en verordeningen, de bepalingen van het eerste boek van dit wetboek toegepast worden op de misdrijven die bij die wetten en verordeningen strafbaar zijn gesteld, met uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel
- Artikel 6, eerste lid, Drugswet bepaalt dat de bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, waarvan de Drugswet niet afwijkt, toepasselijk zijn op de bij deze laatste omschreven misdrijven. Aldus zijn de bepalingen met betrekking tot de wettelijke herhaling, opgenomen in de artikelen 54 tot en met 57 Strafwetboek, toepasselijk op de misdrijven omschreven in de Drugswet, voor zover hiervan niet wordt afgeweken in die laatste wet. Artikel 5 Drugswet voorziet in een regime van bijzondere herhaling. Het bepaalt dat in geval van herhaling binnen vijf jaar na een veroordeling wegens overtreding van deze wet of van de besluiten ter uitvoering ervan, de correctionele straffen kunnen worden verdubbeld en de criminele straffen worden verzwaard overeenkomstig artikel 54 Strafwetboek. Wanneer zoals te dezen, na een vroegere veroordeling wegens een wanbedrijf tot een gevangenisstraf van ten minste één jaar, de veroordeelde een wanbedrijf pleegt, omschreven in een bijzondere wet, dewelke bepalingen bevat die de herhaling van de daarin omschreven misdrijven regelt zonder de toepasselijkheid van de bepalingen van hoofdstuk V van boek I Strafwetboek geheel uit te sluiten, is de toepassing van deze laatste bepalingen wettig als de voorwaarden voor de bijzondere herhaling niet zijn vervuld.
- De appelrechters die de strafmaat bepalen rekening houdend met de omstandigheid dat de eiser "zich in staat van wettelijke herhaling (bevindt)", verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5 Drugswet: na de aanpassing van de incriminatieperiode waarbinnen de feiten waaraan de appelrechters de eiser schuldig verklaren, zich hebben voorgedaan, stellen de appelrechters ten onrechte vast dat hij zich in staat van bijzondere herhaling bevindt.
- Het middel is alleen gericht tegen de vaststelling van de staat van bijzondere herhaling. De beslissing over de wettelijke herhaling is, zoals blijkt uit het antwoord op het tweede middel, naar recht verantwoord. De uitgesproken straffen zijn naar recht verantwoord door de vaststelling van de staat van wettelijke herhaling. Ook al was het middel gegrond, het kan niet tot cassatie leiden. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 13 januari 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090113.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:HBGNT:2017:ARR.20171025.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981222.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250311.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div