← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090116.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090116.3 Rolnummer: C.06.0480.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-28 Raadplegingen: 585 - laatst gezien 2026-07-03 03:50 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het bevel tot onmiddellijke staking van het werk, van de handelingen of van het gebruik dat door de bevoegde ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie mondeling ter plaatse kan worden gegeven wanneer zij vaststellen dat dit werk, deze handelingen of de wijzigingen een inbreuk vormen zoals bedoeld in artikel 146 Stedenbouwdecreet 1999, is een preventieve maatregel

(1).
(1)Cass., 18 mei 2007, AR C.06.0567.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070518.2, A.C., 2007, nr.
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen Vrije woorden: Bevel tot staking - Doel Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 154, eerste lid Fiche 2 De rechter beslist ten gronde over de vordering tot opheffing van het bevel tot onmiddellijke staking van het werk, van de handelingen of van het gebruik, bedoeld in artikel 154, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, toetst hierbij het bevel op zijn externe en interne wettigheid, en mag hierbij nagaan of het bevel een preventieve aard heeft dan wel berust op een machtsoverschrijding. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen Vrije woorden: Bevel tot staking - Vordering tot opheffing - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 154, eerste en zesde lid Tekst van de beslissing Nr. C.06.0480.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie optreedt de Vlaamse Minister van Financiën, Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 19, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  2. V. M.,
  3. E. N., en,
  4. V. B., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 6 januari 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. Artikel 1039 van het Gerechtelijk Wetboek heeft geen uitstaans met de aangevoerde wetsschending. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk.
  6. Artikel 154, eerste lid, van het Decreet van het Vlaams parlement van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, bepaalt dat de in het artikel 148 van dit decreet bedoelde ambtenaren, agenten of officieren van de gerechtelijke politie, ter plaatse de onmiddellijke staking van het werk, van de handelingen of van het gebruik, mondeling kunnen bevelen wanneer zij vaststellen dat het werk de handelingen of de wijzigingen een inbreuk vormen zoals bedoeld in artikel 146 van hetzelfde decreet. Dit bevel is een preventieve maatregel.
  7. Het zesde lid van voormeld artikel 154 bepaalt: "De betrokkene kan in kort geding de opheffing van de maatregel vorderen tegen het Vlaamse Gewest. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarvan het werk en de handelingen werden uitgevoerd". De rechter beslist ten gronde over de vordering tot opheffing en toetst hierbij het bevel op zijn externe en interne wettigheid, en mag hierbij nagaan of het bevel een preventieve aard heeft dan wel berust op een machtsoverschrijding.
  8. Het onderdeel berust op de onjuiste stelling dat de rechter die vaststelt dat een gebouw dat werd opgetrokken of afgewerkt in strijd met een eerder stakingsbevel de voormelde toetsing niet mag doen en inzonderheid niet mag oordelen of het stakingsbevel niet kennelijk onredelijk was. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
  9. Het onderdeel berust op het in het antwoord op het eerste onderdeel onjuist bevonden uitgangspunt en moet om dezelfde reden worden verworpen. Dictum Het Hof Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 562,00 euro jegens de eisende partij en op de som van 171,18 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 16 januari 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090116.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100301.3 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130208.1 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130208.2 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130208.4 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20131024.1 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20131024.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151203.10 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150529.3 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160225.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170331.2 ECLI:BE:HBGNT:2012:ARR.20120420.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070518.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.