← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090120.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090120.5 Rolnummer: P.08.0650.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 693 - laatst gezien 2026-07-03 01:15 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090120.5 Fiches 1 - 2 Alleen de in artikel 35, § 1, 1°, R.S.Z.-Wet vermelde personen en derden aan de onderneming, kunnen worden veroordeeld als mededader van of medeplichtige aan het in dit artikel bedoelde misdrijf

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Deelneming Vrije woorden: Inbreuk op artikel 35 R.S.Z.-Wet - Strafbare deelneming Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Deelneming Vrije woorden: Sociale zekerheid - Inbreuk op artikel 35 R.S.Z.-Wet Fiches 3 - 4 Conclusie van eerste advocaat-generaal DE SWAEF. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Deelneming Vrije woorden: Inbreuk op artikel 35 R.S.Z.-Wet - Strafbare deelneming Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Deelneming Vrije woorden: Sociale zekerheid - Inbreuk op artikel 35 R.S.Z.-Wet Annotaties Publicaties: NJW - Michael TRAEST; Alleen de in art. 35 §1, 1 RSZ-wet vermelde personen en derden aan de onderneming, kunnen worden veroordeeld als mededader van of medeplichtige aan het in dit artikel bedoelde misdrijf - 2009, 554-557 RDP - BOSLY Henri-D. - 2009/7-8 p. 859-867 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0650.N M R C, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Sammy Bouzoumita, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9051 Sint-Denijs-Westrem, Driekoningenstraat 3, waar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 20 maart
  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest verwerpt het verweer van de eiseres dat de inbreuk op de RSZ-wet haar niet kan worden toegerekend, op zodanig onduidelijke en vage motieven dat het Hof zijn wettigheidscontrole niet kan uitoefenen.
  3. Het arrest beantwoordt en verwerpt het bedoelde verweer niet enkel met de redenen die het onderdeel vermeldt, maar tevens met de redenen die het tweede onderdeel bekritiseert. Het onderdeel dat op een onvolledige lezing van het arrest berust, mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  4. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 21, 22 en 35 RSZ-wet, 66 Strafwetboek en 33, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders: het arrest oordeelt onterecht dat een persoon die geen werkgever of diens aangestelde of lasthebber is, wegens daden van strafbare deelneming kan worden veroordeeld voor inbreuken op artikel 35 RSZ-wet.
  5. Krachtens artikel 35, § 1, eerste lid, 1°, RSZ-wet worden de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers die zich niet schikken naar de bepalingen voorgeschreven door de wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, gestraft met gevangenisstraf en met een geldboete, of met een van die straffen alleen. Met de termen ‘aangestelden of lasthebbers' worden in deze strafbepaling aangestelden of lasthebbers bedoeld die bekleed zijn met het gezag of de nodige bevoegdheid om effectief over de naleving van de wet te waken, zelfs al is die bevoegdheid in de tijd of naar de plaats beperkt. Overeenkomstig de wil van de wetgever kan het in artikel 35, § 1, 1°, RSZ-wet bedoelde misdrijf in beginsel niet worden toegerekend aan de aangestelden of lasthebbers die louter handelen op bevel van de werkgever of van de zo-even bedoelde personen.
  6. Krachtens artikel 38 RSZ-wet zijn alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, uitgezonderd hoofdstuk V, maar met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, toepasselijk op de misdrijven in deze wet omschreven. De bepalingen van artikel 66 Strafwetboek betreffende de strafbare deelneming zijn bijgevolg toepasselijk op het misdrijf bedoeld in artikel 35, § 1, 1°, RSZ-wet.
  7. Uit de samenhang van de voormelde bepalingen volgt dat de aangestelden of lasthebbers die louter handelen op bevel van de werkgever of van diens aangestelde of lasthebber die bekleed is met het gezag of de nodige bevoegdheid om effectief over de naleving van de wet te waken, niet kunnen gestraft worden als mededader van of medeplichtige aan het misdrijf bedoeld in artikel 35, § 1, 1°, RSZ-wet. Alleen de in artikel 35, § 1, 1°, RSZ-wet vermelde personen en derden aan de onderneming, kunnen worden veroordeeld als mededader van of medeplichtige aan het in dit artikel bedoelde misdrijf.
  8. Het onderdeel gaat ervan uit dat de in artikel 66 Strafwetboek beoogde daden van deelneming aan het misdrijf bedoeld in artikel 35, § 1, 1°, RSZ-wet, niet kunnen toegerekend worden aan derden aan de onderneming maar enkel aan de personen vernoemd in het laatste vermelde artikel. Het onderdeel dat op een onjuiste rechtsopvatting berust, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 20 januari 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090120.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090120.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230403.3N.3 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240626.2F.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090519.11 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.