← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090120.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090120.9 Rolnummer: P.08.1930.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 197 - laatst gezien 2026-07-03 01:16 Versie(s): Vertaling FR Fiche Geen enkele bepaling van de Wet Strafuitvoering stelt dat een ononderbroken wettig verblijf in België een voorwaarde is voor de ontvankelijkheid van een verzoek tot beperkte detentie. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Behandeling door strafuitvoeringsrechtbank Vrije woorden: Verzoek tot beperkte detentie - Voorwaarden - Ononderbroken wettig verblijf in België Tekst van de beslissing Nr. P.08.1930.N M G, veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie te Tongeren, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Inge Gabriëls, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Strafuitvoeringsrechtbank te Gent van 19 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 23 Wet Strafuitvoering: de bestreden beslissing oordeelt ten onrechte dat de beperkte detentie slechts kan worden aangevraagd wanneer de veroordeelde voldoet aan het vereiste van een onafgebroken wettig verblijf in het land; de Wet Strafuitvoering legt dergelijke voorwaarde niet op.
  3. Artikel 23, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de beperkte detentie en het elektronisch toezicht kunnen worden toegekend aan de veroordeelde die: 1° zich, op zes maanden na, in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling, of 2° veroordeeld is tot één of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbare gedeelte niet meer dan drie jaar bedraagt. Dezelfde paragraaf bepaalt daarenboven dat de veroordeelde bovendien dient te voldoen aan de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 28, § 1, of, in voorkomend geval, bij de artikelen 47, § 1, en
  4. Artikel 47, § 1, dat hier van toepassing is vermits de eiser veroordeeld is tot gevangenisstraffen van drie jaar of meer, bepaalt dat met uitzondering van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering, de door titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten aan de veroordeelde kunnen worden toegekend voor zover er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan. Deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op : 1° de afwezigheid van vooruitzichten op sociale reclassering van de veroordeelde; 2° het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten; 3° het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen; 4° de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers van de misdrijven die tot zijn veroordeling hebben geleid. Daarenboven bepaalt artikel 48 van de wet dat behalve voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering, het dossier van de veroordeelde een sociaal reclasseringsplan dient te bevatten waaruit de perspectieven op reclassering van de veroordeelde blijken.
  5. Geen enkele van deze bepalingen stelt dat een ononderbroken wettig verblijf in België een voorwaarde is voor de ontvankelijkheid van een verzoek tot beperkte detentie. Het bestreden vonnis dat anders oordeelt is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Overige middelen
  6. De middelen kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven bijgevolg geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar de Strafuitvoeringsrechtbank te Gent, anders samengesteld. Begroot de kosten op 53,13 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 20 januari 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090120.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.