← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090123.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090123.2 Rolnummer: C.08.0128.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Familierecht Invoerdatum: 2009-03-02 Raadplegingen: 191 - laatst gezien 2026-07-03 01:11 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 203ter van het Burgerlijk Wetboek volgt dat de rechter alleen dan een ontvangstmachtiging zal toekennen wanneer de schuldenaar de verplichting niet nakomt of dreigt niet na te komen. Thesaurus CAS: LEVENSONDERHOUD UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJK - Verplichtingen en sancties - Levensonderhoud - hulp BURGERLIJK RECHT - HUWELIJK - Verplichtingen en sancties - Bijdragen Vrije woorden: Ouderlijke onderhoudsverplichting - Ontvangstmachtiging - Toekenning door de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 203ter Tekst van de beslissing Nr. C.08.0128.N D.S. H., eiser, aan wie rechtsbijstand werd verleend op 19 maart 2008 onder nummer G.07.0185.N, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiser woonplaats kiest, tegen D.P.W., verweerster, aan wie rechtsbijstand werd verleend op 8 april 2008 onder nummer G.08.0074.N, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 11 juni 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel

  1. Het onderdeel dat het arrest verwijt geen feitelijke vaststellingen te bevatten op grond waarvan het Hof het wettigheidstoezicht waarmee het belast is, kan uitoefenen, voert een grief aan die enkel schending inhoudt van artikel 149 van de Grondwet.
  2. De appelrechter bepaalt eisers onderhoudsbijdrage ten voordele van de gemeenschappelijke kinderen door rekening te houden met de modale levensstandaard van de partijen tijdens het samenleven, de inkomsten en de mogelijkheden van de partijen, hun kosten, de noden van kinderen van die leeftijd, het feit dat het persoonlijk contact van de eiser met de kinderen slechts zeer spaarzaam doorgaat waardoor de verweerster het overgrote deel van de kosten van de kinderen moet dragen, de fiscale gevolgen van de alimentatie en het bedrag van de bijzondere kosten. Die redenen laten toe de wettigheid van de beslissing te toetsen. Voor het overige bepaalt de appelrechter, door aldus te oordelen, de bijdrage in de kosten van het kind naar evenredigheid met de middelen van de ouders en verantwoordt hij zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  3. De appelrechter beantwoordt het in het onderdeel bedoelde verweer met de beslissing de door de verweerster gevorderde bijdrage van 150,00 euro te reduceren tot 100,00 euro en met de bijkomende redenen dat de verweerster het overgrote deel van de kosten van de kinderen moet dragen en dat rekening gehouden werd met hun kosten en noden. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  4. De appelrechter heeft op de in het onderdeel weergegeven conclusie van de eiseres geantwoord door vast te stellen dat de verweerster een totaal maandinkomen heeft van ongeveer 1.025,00 euro netto, samengesteld uit een deel werkloosheidsvergoeding en een deel deeltijdse arbeid. Door te oordelen dat dit een "totaal" inkomen is, verwerpt en beantwoordt het arrest het bedoelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Vierde onderdeel
  5. Het arrest bepaalt de alimentatiebijdrage rekening houdende met de inkomsten en de mogelijkheden van de partijen, met hun kosten en met de noden van de kinderen volgens hun leeftijd. Door aldus te oordelen, na reeds vastgesteld te hebben dat krachtens het akkoord tussen de partijen de verweerster de kinderbijslag krijgt, beoordeelt het arrest de alimentatiebijdrage voor de kinderen ook rekening houdende met de kinderbijslag die de verweerster ontvangt. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Vijfde onderdeel
  6. De appelrechter houdt bij de vaststelling van eisers onderhoudsbijdrage ten voordele van de gemeenschappelijke kinderen onder meer rekening met de inkomsten en mogelijkheden van de partijen en hun kosten. Door aldus te oordelen geeft de appelrechter te kennen dat de betaling van een maandelijkse onderhoudsbijdrage van 110,00 euro per kind de eiser in de mogelijkheid laat om nog in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. De appelrechter verwerpt en beantwoordt aldus het in het onderdeel bedoelde verweer van de eiseres.
  7. Voor het overige gaat het arrest concreet na wat de mogelijkheden van de partijen zijn en geeft het te kennen dat de eiser in de mogelijkheid is de opgelegde alimentatiebijdrage te betalen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  8. Artikel 203ter van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat indien de schuldenaar de verplichting opgelegd bij artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek niet nakomt, de schuldeiser, onverminderd de rechten van derden, zich kan doen machtigen om, met uitsluiting van voornoemde schuldenaar, onder de voorwaarden en binnen de grenzen door het vonnis gesteld, de inkomsten van deze laatste of iedere andere hem door een derde verschuldigde geldsom te ontvangen. Uit deze bepaling volgt dat de rechter alleen dan een ontvangstmachtiging zal toekennen wanneer de schuldenaar de verplichting niet nakomt of dreigt niet na te komen.
  9. De eiser heeft zich in zijn appelconclusie verzet tegen de toekenning van een ontvangstmachtiging omdat hij zijn verplichtingen tot dan nakwam.
  10. De appelrechter kent de ontvangstmachtiging toe met de enkele reden dat "de ontvangstmachtiging immers inert blijft zolang appellant stipt betaalt. De ontvangstmachtiging kan wel slechts werken voor de toekomst". Hij verantwoordt aldus zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit de verweerster ontvangstmachtiging verleent voor de alimentatiebijdrage. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten. Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. De kosten zijn begroot op de som van 552,50 euro in debet jegens de eisende partij en op de som van 79,36 euro in debet jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 23 januari 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090123.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.