id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090127.6 Rolnummer: P.08.1299.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 646 - laatst gezien 2026-07-03 07:24 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 65 van het Strafwetboek is niet van toepassing op de bijzondere verbeurdverklaring
(1).
(1)Cass., 25 okt. 2006, AR P.06.0751.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061025.8, A.C., 2006, nr.
- Thesaurus CAS: STRAF - SAMENLOOP - Eéndaadse UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - MEDISCH- EN GEZONDHEIDSRECHT - Laboratoria Vrije woorden: Verschillende misdrijven - Eenheid van opzet - Bijzondere verbeurdverklaring - Toepassing Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 64 en 65 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.08.1299.N I P. I. L. C., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie. II A. P. beklaagde, eiser. III T. Z W, beklaagde, eiser. de eisers I en III tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der Douane en Accijnzen van de provincie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Administratief Centrum "Ter Plaeten", Sint-Lievenslaan 27, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 26 juni
- De eiser I voert in een memorie en in een aanvullende memorie die aan dit arrest zijn gehecht, telkens een middel aan. De eisers II en III voeren geen middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- De eisers hebben cassatieberoep ingesteld tegen alle beschikkingen van het bestreden arrest.
- Hun cassatieberoep is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang in zoverre het gericht is tegen de beslissingen waarbij de appelrechters de eisers vrijspreken voor het feit van de telastlegging C.1 van zaak GE.45.L5.103155-
- Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 42, 43, 43bis, 65, 324ter, § 4, en 505 Strafwetboek: bij een voortgezet misdrijf wordt krachtens artikel 65, eerste lid, Strafwetboek enkel de zwaarste straf uitgesproken; te dezen is de zwaarste straf deze verbonden aan de inbreuk op artikel 324ter, § 4, Strafwetboek; dit artikel voorziet niet in een verbeurdverklaring als bijkomende straf; de appelrechters die de verbeurdverklaring van de zaken die het voorwerp uitmaken van de telastleggingen D.1, D.2 a, D.2.b en D.2.c van zaak GE.45.L5.103155-04, bevelen op grond van artikel 505 Strafwetboek, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.
- Krachtens artikel 64 Strafwetboek worden de straffen van bijzondere verbeurdverklaring wegens verscheidene misdaden, wanbedrijven of overtredingen, altijd samen opgelegd. Hieruit volgt dat artikel 65 van hetzelfde wetboek niet toepasselijk is op de verbeurdverklaring. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
- Op grond van artikel 505 Strafwetboek verantwoorden de appelrechters hun beslissing over voornoemde verbeurdverklaring naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 43quater, § 4, en 324ter, § 4, Strafwetboek: de appelrechters verantwoorden de verbeurdverklaring van de op pagina 64 van het bestreden arrest opgesomde zaken als voorwerp van de telastlegging D.1 niet naar recht; niet de door de criminele organisatie opgebrachte vermogensvoordelen die ooit tot het vermogen van die organisatie hebben behoord, kunnen op grond van artikel 43quater, § 4, Strafwetboek worden verbeurdverklaard maar enkel het aangetroffen vermogen dat nog ter beschikking staat van de organisatie.
- De voormelde zaken worden verbeurdverklaard "op grond van artikel 505, eerste lid, 3°, en ook tezelfdertijd op grond van artikel 43quater, § 4, Strafwetboek (als voorwerp van de telastlegging D.1 omdat deze goederen werden verkregen met gelden die voordien werden omgezet in euro's en tevens tot het vermogen behoorden van de organisatie)".
- Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste onderdeel van dit middel, is de verbeurdverklaring wettig verantwoord op grond van artikel 505 Strafwetboek.
- Het onderdeel heeft betrekking op een overtollige reden die het geheel van de overige zelfstandige redenen op grond waarvan de appelrechters de verbeurdverklaring van deze zaken bevelen, onaangetast laat. Het onderdeel kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 2 en 779 Gerechtelijk Wetboek: het tussenvonnis, gewezen door de Correctionele Rechtbank van Gent op 11 september 2006 in de zaak GE.45.L5.103155-04, werd niet uitgesproken door alle rechters die de behandeling van de zaak hebben bijgewoond; door het beroepen vonnis van 13 april 2007 (lees: 12 maart 2007) dat zelf het gevolg is van dit tussenvonnis, te bevestigen heeft het bestreden arrest deze nietigheid tot de zijne gemaakt.
- Het bestreden arrest neemt de redenen van het tussenvonnis van 11 september 2006 niet over maar staaft zijn beslissing met eigen redenen. Het neemt dus ook de eventuele nietigheid ervan niet over. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 420bis Wetboek van Strafvordering, artikel 6 EVRM en miskenning van het recht van verdediging: het tussenvonnis van 11 september 2006 bevindt zich niet in het dossier dat ter inzage ligt op de griffie van het Hof; hierdoor is niet voldaan aan artikel 420bis Wetboek van Strafvordering dat de eiser het recht verschaft over twee maanden te beschikken om een memorie ter staving van zijn cassatieberoep neer te leggen.
- Het tussenvonnis van 11 september 2006 (deel 27, lichtgroene subkaft 4, blauwe map 40 "varia") en het proces-verbaal van die rechtszitting (deel 27, lichtgroene subkaft 4, stuk 16, 1 en 2) bevinden zich in het dossier zodat de eiser zonder miskenning van zijn recht van verdediging een memorie ter staving van zijn cassatieberoep kon neerleggen.
- Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 320,64 euro, waarvan op de cassatieberoepen I, II en III elk 106,88 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 27 januari 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090127.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150902.2 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160608.1 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210323.2N.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061025.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div