id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090130.3 Rolnummer: C.07.0168.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-04-08 Raadplegingen: 211 - laatst gezien 2026-07-03 01:03 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Door de storting van de provisionele onteigeningsvergoeding en van het bedrag van de voorlopige vergoeding dat het bedrag van de provisionele vergoeding te boven gaat in de Deposito- en Consignatiekas voldoet de onteigenaar in zoverre aan zijn betalingsverplichting
(1).
(1)Het O.M. concludeerde tot verwerping op grond van de overweging dat de vergoedingen die de rechter aan de onteigende toekent in het kader van de bij artikel 16 Onteigeningswet ingestelde herzieningsprocedure geacht worden de volledige schade ten gevolge van het bezitsverlies te dekken, en derhalve vergoedende intresten dienen te omvatten op de toegekende bedragen vanaf de eigendomsoverdracht tot de dag van de uitspraak van de beslissing waarop het bedrag van de onteigeningsvergoeding onherroepelijk wordt vastgesteld; wanneer de definitieve begroting van de schade de voorheen begrote schade overtreft is de onteigende gerechtigd op een hiermee overeenstemmende bijkomende schadevergoeding met inbegrip van de hierbij horende vergoedende en gerechtelijke intresten. Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Werking in de tijd en in de ruimte PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - ONTEIGENING - Hoogdringende omstandigheden - Vergoeding - Betaling Vrije woorden: Provisionele onteigeningsvergoeding - Voorlopige vergoeding - Storting in de Deposito- en Consignatiekas Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1239 Wet - 26-07-1962 - Artt. 9 en 15 Thesaurus CAS: BETALING UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Werking in de tijd en in de ruimte PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - ONTEIGENING - Hoogdringende omstandigheden - Vergoeding - Betaling Vrije woorden: Onteigening ten algemenen nutte - Provisionele onteigeningsvergoeding - Voorlopige vergoeding - Storting in de Deposito- en Consignatiekas Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1239 Wet - 26-07-1962 - Artt. 9 en 15 Tekst van de beslissing Nr. C.07.0168.N STAD BERINGEN, vertegenwoordigd door het College van burgemeester en schepenen, met kantoren te 3580 Beringen, Mijnschoolstraat 88, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaat kiest, tegen 1.V. R. M., 2.A. F., 3.A. M., 4.A. J., 5.A. A., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerders woonplaats kiezen. .Irechtspleging voor het hof Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 12 september 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. .Icassatiemiddel De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. .Ibeslissing van het hof Beoordeling Eerste onderdeel .1Anders dan het onderdeel aanvoert, kennen de appelrechters slechts een onteigeningsvergoeding toe met inbegrip van de vergoedende rente. Het middel dat er van uitgaat dat de appelrechters deze rente toekennen boven de definitieve onteigeningsvergoeding, mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel .1Bij een onteigening op grond van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake de onteigeningen ten algemenen nutte, dient de onteigenaar op grond van artikel 9 de provisionele onteigeningsvergoeding die door de vrederechter is vastgesteld, te storten in de Deposito- en Consignatiekas. Op grond van artikel 15 van voormelde wet stort de onteigenaar het bedrag van de voorlopige vergoeding dat het bedrag van de provisionele vergoeding te boven gaat in dezelfde kas. Door de storting van deze vergoeding in de Deposito- en Consignatiekas voldoet de onteigenaar in zoverre aan zijn betalingsverplichting. 3. De appelrechters stellen vast dat de eiseres een bedrag van 65.900,26 euro heeft gestort in de Deposito- en Consignatiekas op 8 september 2000 en een aanvullende storting deed van 539.596,97 euro op 19 juli 2001. 4. De appelrechters die bij de toekenning van de onteigeningsvergoeding een gedeelte rente toekennen op een bedrag dat eerder in de Deposito- en Consignatiekas was gestort, schenden de in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vergoedende rente en over de kosten. Houdt de uitspraak over de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 30 januari 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090130.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div