id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090130.6 Rolnummer: C.06.0011.N-C.06.0022.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 649 - laatst gezien 2026-07-03 07:06 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090130.6 Fiches 1 - 3 De indeplaatsstelling in de zin van artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek kan nog worden toegestaan zolang de overschrijving van het beslag gelegd door de vervolgende schuldeiser niet is doorgehaald
(1).
(1)Zie de (strijdige) concl. O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Beslag en overschrijving GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling BURGERLIJK RECHT - VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - Hypotheek - Doorhaling - vermindering GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Verwijzing na cassatie - In burgerlijke zaken Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving - Indeplaatsstelling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1571, 1610 en 1612 Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1571, 1610 en 1612 Thesaurus CAS: VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - HYPOTHEKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving - Indeplaatsstelling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1571, 1610 en 1612 Fiches 4 - 6 Wanneer de vordering niet gesteund is op verstandhouding of bedrog, maakt het vonnis van de beslagrechter, oordelend op het derdenverzet tegen de beslissing inzake indeplaatsstelling een vonnis uit als bedoeld in artikel 1624, eerste lid, 1° van het Gerechtelijk Wetboek, waartegen geen hoger beroep kan ingesteld worden
(1).
(1)Zie de (strijdige) concl. O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot indeplaatsstelling - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1624, eerste lid, 1° Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1624, eerste lid, 1° Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot indeplaatsstelling - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1624, eerste lid, 1° Fiche 7 Wanneer het Hof een arrest vernietigt, wegens het ontvankelijk verklaren van een hoger beroep tegen een vonnis dat niet vatbaar was voor hoger beroep, is er, gelet op de verwerping van het gelijktijdig cassatieberoep tegen dat vonnis, geen aanleiding tot verwijzing
(1).
(1)Zie de (strijdige) concl. O.M. Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Arrest - Hoger beroep ontvankelijk - Vernietiging - Vonnis niet vatbaar voor hoger beroep - Gelijktijdig cassatieberoep - Verwerping Fiches 8 - 14 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving - Indeplaatsstelling Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving Thesaurus CAS: VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - HYPOTHEKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving - Indeplaatsstelling Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot indeplaatsstelling - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot indeplaatsstelling - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Arrest - Hoger beroep ontvankelijk - Vernietiging - Vonnis niet vatbaar voor hoger beroep - Gelijktijdig cassatieberoep - Verwerping Annotaties Publicaties: Rev.not.belge - DE LEVAL G. - 2010/4 - p. 183-191 R.W. - MOSSELMANS Sven - 2009-2010/12 - p. 488-490 Tekst van de beslissing I. Nr. C.06.0011.N
- VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 1000 Brussel, Bergstraat 30-32,
- ODEURS Philip, notaris, met kantoor te 3800 Sint-Truiden, Plankstraat 13, eisers, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- TOPPET-HOEGARS Bernard, advocaat, met kantoor te 3700 Tongeren, Bilzersteenweg 341, als curator van het faillissement van bvba Frema, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest,
- BIELEN Thierry, advocaat, met kantoor te 3500 Hasselt, Groenplein 4, als curator van het faillissement van M.D., verweerder, en inzake van
- KREDIET- EN FINANCIËLE MAATSCHAPPIJ, (KREFIMA), naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 150, partij opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. II. Nr. C.06.0022.N
- VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 1000 Brussel, Bergstraat 30-32,
- ODEURS Philip, notaris, met kantoor te 3800 Sint-Truiden, Plankstraat 13, eisers, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- TOPPET-HOEGARS Bernard, advocaat, met kantoor te 3700 Tongeren, Bilzersteenweg 341, als curator van het faillissement van bvba Frema,
- BIELEN Thierry, advocaat, met kantoor te 3500 Hasselt, Groenplein 4, als curator van het faillissement van M.D., verweerder, en inzake van KREDIET- EN FINANCIËLE MAATSCHAPPIJ, (KREFIMA), naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 150, partij opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep C.06.0011.N is gericht tegen het vonnis op derdenverzet gewezen inzake indeplaatsstelling op 24 december 2002 door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt. Het cassatieberoep C.06.0022.N is gericht tegen het arrest op 16 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN Zaak C.06.0011.N De eisers voeren een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1441, 1577, 1584, 1610 en 1612 van het Gerechtelijk Wetboek; - artikel 92 van de wet van 16 december 1851 (hierna Hypotheekwet), zijnde titel XVIII van boek III van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen De bestreden beschikking verklaart de door de eerste verweerder ingestelde vordering om in de plaats gesteld te worden van de cv Cera gegrond, op grond van de volgende motieven: "(De tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) stelt dat Onze beschikking van 2 april 1999 haar niet tegenstelbaar is, daar deze haar niet betekend werd. Zij stelt dat door het feit dat de Cera bank, nadat (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) een nieuwe lening had toegestaan aan de heer D. G.en de Cera bank had uitbetaald, deze bank zich uitdrukkelijk en schriftelijk had akkoord verklaard tot handlichting te verlenen van het uitvoerend onroerend beslag en haar inschrijving te schrappen. Zij stelt dat deze wilsuitdrukking voldoende is om handlichting te verlenen, zodat het beslag alzo vernietigd werd. Bijgevolg kon (de eerste verweerder) niet meer in de plaats gesteld worden van een beslag dat niet meer bestond. Vast staat dat de doorhaling van het beslag en de hypothecaire inschrijving ten voordele van de Cera bank slechts plaats vond op 27 augustus
- De indeplaatsstelling zoals voorzien in artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek is geen nieuw beslag, doch de gesubrogeerde schuldeiser zet het eerste beslag verder vanaf de laatste geldige rechtshandeling. De subrogatie heeft niets te doen met de aard van de schuldvordering, maar het is enkel het recht om betaling ervan te verkrijgen dat wordt overgedragen aan de gesubrogeerde. Doordat er geen doorhaling was van het uitvoerend onroerend beslag ter hypotheken, was (de eerste verweerder) gerechtigd de indeplaatsstelling te vorderen. Zelfs de brief van 8 februari 1999 van de KBC verandert hier niets aan. De publiciteit zoals uitgedrukt door de doorhaling op het hypotheekkantoor is de officialisering hiervan die derden hiervan officieel op de hoogte brengt. Door zolang te wachten het nodige te doen, hebben (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) en (de tweede eiser) (de eerste verweerder) de gelegenheid gegeven om de indeplaatsstelling te vorderen. Trouwens de hypotheekbewaarder schreef in zijn brief van 23 september 1999 dat door de doorhaling van het uitvoerend beslag op 27 augustus 1999 dit slechts gedeeltelijk was, vermits deze doorhaling slechts werd verricht door de oorspronkelijke beslaglegger en het beslag nog steeds geldig was ten overstaan van (de eerste verweerder) ingevolge de beschikking van de indeplaatsstelling. Door de doorhaling van uitvoerend onroerend beslag is dit tegenstelbaar aan de andere schuldeisers. Een indeplaatsstelling die bij Onze beschikking werd toegestaan haar gelding blijft behouden zolang de duurtijd niet overschreden is. Het derdenverzet van (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) is dan ongegrond. Deze van de (eisers) eveneens". Grieven Artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de indeplaatsstelling wordt toegestaan op verzoekschrift, ingediend bij de rechter door enige andere schuldeiser die beslag heeft gelegd op dezelfde goederen, wanneer de vervolger een formaliteit niet heeft vervuld of een proceshandeling niet heeft verricht binnen de voorgeschreven termijnen of indien er bedrog, verstandhouding of nalatigheid bestaat, in dit geval onverminderd vergoeding van alle schade. Artikel 1612 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat wanneer een uitvoerend beslag op (een) onroerend goed doorgehaald is, de meest gerede van de latere beslagleggers zijn beslag kan voortzetten, al heeft hij zich niet de eerste aangemeld voor de overschrijving. Deze laatste bepaling vindt eveneens toepassing in de hypothese dat het beslag reeds op een rechtsgeldige wijze werd opgeheven, doch de doorhaling van dit beslag nog niet plaatsvond. De opheffing van het beslag beëindigt immers het beslag, ongeacht of dit beslag al dan niet werd doorgehaald. De opheffing zelf van het beslag is niet aan bepaalde vormvoorwaarden onderworpen (de artikelen 92 van de Hypotheekwet en 1441, 1577 en 1584 van het Gerechtelijk Wetboek). De schuldenaar herneemt de volledige beschikking over zijn goederen eens de schuldeiser zijn wil tot opheffing van het beslag ter kennis heeft gebracht. Uit voormelde bepalingen volgt dat de indeplaatsstelling niet meer mogelijk is indien de oorspronkelijke beslaglegger ingestemd heeft met de opheffing van het beslag, zelfs indien het beslag niet werd doorgehaald. Door te beslissen dat de indeplaatsstelling mogelijk was zolang er geen doorhaling van inschrijving van het beslag was, schendt de bestreden beschikking dan ook de in het middel genoemde bepalingen. Zaak C.06.0022.N De eisers voeren twee middelen aan. Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1610 en 1624, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen De appelrechters verklaren het door de eisers ingestelde hoger beroep ontvankelijk op grond van de volgende motieven: "Bij de bestreden beschikking van de beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt van 24 december 2002, waarvan geen akte van betekening wordt voorgebracht, werd de vordering (tot inwilliging van het verzet van de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) afgewezen. (...) Het hoger beroep werd regelmatig naar vorm en termijn ingesteld bij verzoekschrift ingediend op 28 februari 2003". Grieven Artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de indeplaatsstelling wordt toegestaan op verzoekschrift, ingediend bij de rechter door enige andere schuldeiser die beslag heeft gelegd op dezelfde goederen, wanneer de vervolger een formaliteit niet heeft vervuld of een proceshandeling niet heeft verricht binnen de voorgeschreven termijnen of indien er bedrog, verstandhouding of nalatigheid bestaat, in dit geval onverminderd vergoeding van alle schade. Overeenkomstig artikel 1624, tweede lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, kan hoger beroep niet worden ingesteld tegen vonnissen of beschikkingen, gewezen op de vordering tot indeplaatsstelling tegen de vervolgende partij, tenzij die vordering is ingesteld wegens verstandhouding of bedrog. De beschikking van 24 december 2002 van de beslagrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt verklaarde het door de partij tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij ingestelde derdenverzet ongegrond en bevestigde derhalve de beslissing van 2 april 1999 van de beslagrechter te Hasselt waarbij de door eerste verweerder ingestelde vordering tot indeplaatsstelling gegrond verklaard werd, op grond dat de vervolger een formaliteit niet had vervuld of een proceshandeling niet had verricht, en niet op grond van verstandhouding of bedrog. Derhalve was de beschikking van 24 december 2002 overeenkomstig artikel 1624, tweede lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, in laatste aanleg gewezen en kon hiertegen geen hoger beroep worden ingesteld. De appelrechters schenden dan ook de artikelen 1610 en 1624, tweede lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek door het door de eisers ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van 24 december 2002 ontvankelijk te verklaren. Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1138, 2°, 1441, 1577, 1584, 1610 en 1612 van het Gerechtelijk Wetboek; - artikel 92 van de wet van 16 december 1851 (hierna ‘Hypotheekwet'), zijnde titel XVIII van boek III van het Burgerlijk Wetboek; - het algemeen rechtsbeginsel betreffende de autonomie van procespartijen in het burgerlijk geding (het beschikkingsbeginsel). Aangevochten beslissingen De appelrechters verklaren de door de eerste verweerder ingestelde vordering om in de plaats gesteld te worden van de cv Cera gegrond, op grond van de volgende motieven: "Bij de uitwinning van onroerende goederen geldt het beginsel van de eenheid van beslag. Wanneer echter de eerst ingeschreven schuldeiser de procedure niet benaarstigt, zoals te dezen ingevolge betaling en het verzuim tot doorhaling van de inschrijving en tot handlichting van het overgeschreven uitvoerend beslag, kan een andere schuldeiser die op dezelfde goederen beslag heeft laten leggen, te dezen (de eerste verweerder), aan de beslagrechter vragen om in de plaats te worden gesteld van de eerstgenoemde. Artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek zegt duidelijk: ‘De indeplaatsstelling wordt ook toegestaan op verzoekschrift, ingediend bij de rechter door enige andere schuldeiser die beslag heeft gelegd op dezelfde goederen, wanneer de vervolger een formaliteit niet heeft vervuld of een proceshandeling niet heeft verricht binnen de voorgeschreven termijnen of indien er bedrog, verstandhouding of nalatigheid bestaat, in dit geval onverminderd vergoeding van alle schade'. Wordt het verzoek tot indeplaatsstelling ingewilligd dan kan de verzoekende partij de vervolging zonder meer voortzetten vanaf de laatste regelmatige handeling door de voorganger. De indeplaatsgestelde zet de ingezette procedure gewoon verder. Hij neemt in feite de toelating tot verkopen van het in beslag genomen onroerend goed over van zijn voorganger. De indeplaatsstelling is hier louter processueel en staat los van de kwaliteit van de schuldvorderingen. Te dezen moet worden vastgesteld dat de cv Cera tot 17 juni 1999 de eerst ingeschreven schuldeiser was en dat deze de procedure tot tenuitvoerlegging niet heeft benaarstigd. Meer bepaald was nog geen handlichting van de hypothecaire inschrijving verleend en van de overschrijving van het uitvoerend beslag, overeenkomstig artikel 92 van de Hypotheekwet. Hierdoor was het voor (de eerste verweerder) onmogelijk om zelf de procedure tot tenuitvoerlegging voort te zetten. (De eerste verweerder) was een schuldeiser die bewarend beslag had laten leggen en die minstens tot 17 juni 1999 in de plaats kon worden gesteld. Daaraan doet geen afbreuk het feit van de voorafgaande betaling en de delging van de schuld aan de cv Cera, noch het feit dat (de eerste verweerder) kennis zou hebben gehad van die betaling. Immers, zolang er geen doorhaling van inschrijving en handlichting van beslag was, kon (de eerste verweerder) zijn vordering, waarvoor hij beslag had gelegd, niet verhalen, zolang de ingezette vervolging tot gerechtelijke uitwinning niet is voltooid. Hij bevond zich in de voorwaarden om in de plaats te worden gesteld. De beslissing van de eerste rechter is om de pertinente redenen aangehaald in de bestreden beschikking en om deze hiervoren vermeld te bevestigen. Alle andere en strijdige middelen van partijen worden hierbij verworpen". De appelrechters steunen hun beslissing eveneens op de volgende, door de eerste rechter weergegeven redenen: "(De tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) stelt dat onze beschikking van 2 april 1999 haar niet tegenstelbaar is, daar deze haar niet betekend werd. Zij stelt dat door het feit dat de Cera bank, nadat (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) een nieuwe lening had toegestaan aan de heer D. G. en de Cera bank had uitbetaald, deze bank zich uitdrukkelijk en schriftelijk had akkoord verklaard tot handlichting te verlenen van het uitvoerend onroerend beslag en haar inschrijving te schrappen. Zij stelt dat deze wilsuitdrukking voldoende is om handlichting te verlenen, zodat het beslag alzo vernietigd werd. Bijgevolg kon (de eerste verweerder) niet meer in de plaats gesteld worden van een beslag dat niet meer bestond. Vast staat dat de doorhaling van het beslag en de hypothecaire inschrijving ten voordele van Cera bank slechts plaats vond op 27 augustus
- De indeplaatsstelling zoals voorzien in artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek is geen nieuw beslag, doch de gesubrogeerde schuldeiser zet het eerste beslag verder vanaf de laatste geldige rechtshandeling. De subrogatie heeft niets te doen met de aard van de schuldvordering, maar het is enkel het recht om betaling ervan te verkrijgen dat wordt overgedragen aan de gesubrogeerde. Doordat er geen doorhaling was van het uitvoerend onroerend beslag ter hypotheken, was (de eerste verweerder) gerechtigd de indeplaatsstelling te vorderen. Zelfs de brief van 8 februari 1999 van de KBC verandert hier niets aan. De publiciteit zoals uitgedrukt door de doorhaling op het hypotheekkantoor is de officialisering hiervan die derden hiervan officieel op de hoogte brengt. Door zolang te wachten het nodige te doen, hebben (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) en (de tweede eiser) (de eerste verweerder) de gelegenheid gegeven om de indeplaatsstelling te vorderen. Trouwens de hypotheekbewaarder schreef in zijn brief van 23 september 1999 dat door de doorhaling van het uitvoerend beslag op 27 augustus 1999 dit slechts gedeeltelijk was, vermits deze doorhaling slechts werd verricht door de oorspronkelijke beslaglegger en het beslag nog steeds geldig was ten overstaan van (de eerste verweerder) ingevolge de beschikking van de indeplaatsstelling. Door de doorhaling van uitvoerend onroerend beslag is dit tegenstelbaar aan de andere schuldeisers. Een indeplaatsstelling die bij Onze beschikking werd toegestaan haar gelding blijft behouden zolang de duurtijd niet overschreden is. Het derdenverzet van (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) is dan ongegrond. Deze van de (de eisers) eveneens". Grieven Eerste onderdeel Artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de indeplaatsstelling wordt toegestaan op verzoekschrift, ingediend bij de rechter door enige andere schuldeiser die beslag heeft gelegd op dezelfde goederen, wanneer de vervolger een formaliteit niet heeft vervuld of een proceshandeling niet heeft verricht binnen de voorgeschreven termijnen of indien er bedrog, verstandhouding of nalatigheid bestaat, in dit geval onverminderd vergoeding van alle schade. Artikel 1612 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat wanneer een uitvoerend beslag op onroerend goed doorgehaald is, de meest gerede van de latere beslagleggers zijn beslag kan voortzetten, al heeft hij zich niet de eerste aangemeld voor de overschrijving. Deze laatste bepaling vindt eveneens toepassing in de hypothese dat het beslag reeds op een rechtsgeldige wijze werd opgeheven, doch de doorhaling van dit beslag nog niet plaatsvond. De opheffing van het beslag beëindigt immers het beslag, ongeacht of dit beslag al dan niet werd doorgehaald. De opheffing zelf van het beslag is niet aan bepaalde vormvoorwaarden onderworpen (de artikelen 92 van de Hypotheekwet en 1441, 1577 en 1584 van het Gerechtelijk Wetboek). De schuldenaar herneemt de volledige beschikking over zijn goederen eens de schuldeiser zijn wil tot opheffing van het beslag ter kennis heeft gebracht. Uit voormelde bepalingen volgt dat de indeplaatsstelling niet meer mogelijk is indien de oorspronkelijke beslaglegger ingestemd heeft met de opheffing van het beslag, zelfs indien het beslag niet werd doorgehaald. Door te beslissen dat de indeplaatsstelling mogelijk was zolang er geen doorhaling van inschrijving van het beslag was, schenden de appelrechters dan ook de in het middel genoemde bepalingen. Tweede onderdeel De eisers voerden in conclusie aan dat de oorspronkelijke schuldeiser zijn beslag had opgeheven, doch dat dit beslag niet werd doorgehaald (blz. 3 en 5 van de beroepsbesluiten van de eisers ingediend ter griffie van het Hof van Beroep te Antwerpen op 4 augustus 2003). Dit feit werd door geen enkele partij betwist. Tussen partijen bestond enkel betwisting over de vraag of de indeplaatsstelling nog mogelijk was ingeval het beslag weliswaar was opgeheven, doch nog niet doorgehaald. Volgens de eisers en de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij was er geen indeplaatsstelling meer mogelijk vanaf het ogenblik van de opheffing van het beslag, ongeacht of dit al dan niet was doorgehaald. Volgens de eerste verweerder kon hij daarentegen in de plaats gesteld worden van de oorspronkelijke schuldeiser zolang er geen doorhaling van het beslag was. In zoverre de appelrechters beslissen dat het beslag niet werd opgeheven, voeren zij een betwisting aan die tussen partijen niet bestond en schenden zij artikel 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, alsook het beschikkingsbeginsel. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voeging
- De cassatieberoepen C.06.0011.N en C.06.0022.N zijn gericht tegen twee achtereenvolgende, nauw verbonden beslissingen, met name het vonnis op derdenverzet gewezen door de beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt tegen de beschikking tot indeplaatsstelling van 24 december 2002, en het arrest op 16 maart gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, appelarrest tegen voormeld vonnis van de beslagrechter. Zij dienen te worden gevoegd. Zaak C.06.0011.N Grond van niet-ontvankelijkheid
- De eerste verweerder werpt op dat het middel niet ontvankelijk is omdat dit het Hof noopt tot een onderzoek van feiten.
- Het onderzoek van de niet-ontvankelijkheid is niet te onderscheiden van het onderzoek van het middel. De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen. Middel zelf
- Krachtens artikel 1571 van het Gerechtelijk Wetboek vermeldt de bewaarder, indien er reeds vroeger een beslag is overgelegd en overgeschreven, zijn weigering op de kant van het tweede beslag alsmede de datum van het vroegere beslag, de naam, de voornaam, de woonplaats en het beroep van de beslaglegger en van de beslagene en de datum van de overschrijving. Krachtens artikel 1610 van dit Wetboek, wordt de indeplaatsstelling ook toegestaan op verzoekschrift, ingediend bij de rechter door enige andere schuldeiser die beslag heeft gelegd op dezelfde goederen, wanneer de vervolger een formaliteit niet heeft vervuld of een proceshandeling niet heeft verricht binnen de voorgeschreven termijnen of indien er bedrog, verstandhouding of nalatigheid bestaat, in dit geval onverminderd vergoeding van alle schade. Artikel 1612 van dit Wetboek bepaalt dat wanneer een uitvoerend beslag op onroerend goed is doorgehaald, de meest gerede van de latere beslagleggers zijn beslag kan voortzetten, al heeft hij zich niet de eerste aangemeld voor de overschrijving.
- Uit deze bepalingen volgt dat een indeplaatsstelling in de zin van artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek nog kan worden toegestaan zolang de overschrijving van het beslag gelegd door de vervolgende schuldeiser niet is doorgehaald.
- De beslagrechter die oordeelt dat de indeplaatsstelling nog kan worden ingewilligd omdat de overschrijving van het eerder beslag nog niet werd doorgehaald, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Zaak C.06.0022.N Eerste middel
- Krachtens artikel 1624, tweede lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, kan hoger beroep niet worden ingesteld tegen vonnissen of beschikkingen, gewezen op de vordering tot indeplaatsstelling tegen de vervolgende partij, tenzij die vordering is ingesteld wegens verstandhouding of bedrog.
- Wanneer de vordering niet gesteund is op verstandhouding of bedrog, maakt het vonnis van de beslagrechter, oordelend op het derdenverzet tegen de beslissing inzake indeplaatsstelling een vonnis uit als bedoeld in artikel 1624, eerste lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, en is het niet vatbaar voor hoger beroep.
- Het arrest, door het hoger beroep tegen deze beslissing inzake derdenverzet ontvankelijk te verklaren, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht en schendt artikel 1624, tweede lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek. Het middel is in zoverre gegrond. Verwijzing
- Gelet op de beslissing in de zaak C.06.0011.N, is er geen aanleiding tot verwijzing. Dictum Het Hof, Voegt de zaken C.06.0011.N en C.06.0022.N. Verwerpt het cassatieberoep in de zaak C.06.0011.N. Vernietigt het bestreden arrest in de zaak C06.0022.N. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot in de zaak C.06.0011.N op de som van 442,95 euro jegens de eisende partijen en op de som van 136.18 euro jegens de verwerende partij sub 1, en in de zaak C.06.0022.N op de som van 948,97 euro jegens de eisende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 30 januari 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix E. Waûters I. Verougstraete PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090130.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090130.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100429.19 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130523.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div