id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090203.1 Rolnummer: P.07.0988.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-02-24 Raadplegingen: 583 - laatst gezien 2026-07-03 05:19 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 235ter Wetboek van Strafvordering vereist niet dat de kamer van inbeschuldigingstelling de inverdenkinggestelde hoort buiten de aanwezigheid van het openbaar ministerie en van de andere partijen
(1)
(2)
(3).
(1)Cass., 28 okt. 2008, AR P.08.0706.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.3, A.C., 2008, nr. ... met concl. O.M.
(2)Het artikel 235ter, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering werd gewijzigd door artikel 3 van de Wet van 16 jan. 2009 (B.S., 16 jan. 2009, tweede editie, p. 2764), in werking getreden op 16 jan. 2009 (art. 7). Het gewijzigde artikel bepaalt dat de burgerlijke partijen en de inverdenkinggestelden afzonderlijk, maar in aanwezigheid van de procureur-generaal, worden gehoord door de kamer van inbeschuldigingstelling.
(3)In zijn conclusie voor het arrest bedoeld in voetnoot
(1)verdedigde het openbaar ministerie het standpunt dat de omstandigheid dat de kamer van inbeschuldigingstelling de burgerlijke partij(
- en)en de inverdenkinggestelde(
- n)samen en in elkaars aanwezigheid zou horen, na eerst het openbaar ministerie afzonderlijk te hebben gehoord, niet moet leiden tot de sanctie van de nietigheid van de rechtspleging, hoewel dergelijke werkwijze in strijd is met het formele voorschrift van artikel 235ter, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Rechtspleging - Artikel 235ter, § 2, tweede en derde lid, Sv. - Afzonderlijk horen van de inverdenkinggestelde Tekst van de beslissing Nr. P.07.0988.N J K S, eiser, met als raadslieden mr. Hans Rieder en mr. Joris Van Cauter, advocaten bij de balie te Gent, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Mieke Thijssen, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 11 juni 2007. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Bij arrest van 2 oktober 2007 heeft het Hof een prejudiciële vraag gesteld aan het Grondwettelijk Hof over de bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van de afwezigheid van een onmiddellijk cassatieberoep tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling gewezen met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering. Bij arrrest nr. 111/2008 van 31 juli 2008 heeft het Grondwettelijk Hof geantwoord. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Enig middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering: de kamer van inbeschuldigingstelling heeft de eiser niet afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de andere partijen, inclusief het openbaar ministerie, gehoord en dit niettegenstaande zijn uitdrukkelijk verzoek daartoe. 2. Anders dan het middel aanvoert, vereist artikel 235ter Wetboek van Strafvordering niet dat de kamer van inbeschuldigingstelling de inverdenkinggestelde hoort buiten de aanwezigheid van het openbaar ministerie en van de andere partijen. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek 3. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 91,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 3 februari 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090203.1 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071002.4 ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20071030.5 ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081014.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080129.5 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080213.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div