← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090203.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090203.3 Rolnummer: P.08.1477.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Strafrecht - Handelsrecht - Unierecht Invoerdatum: 2009-02-24 Raadplegingen: 515 - laatst gezien 2026-07-03 05:37 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 Het mandaat, dat de wetgever in artikel 1, eerste lid, van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg aan de Koning heeft gegeven, is duidelijk omschreven in dit artikel; de Koning moet onder meer maatregelen treffen ter uitvoering van de op België rustende verplichtingen inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg, waartoe onder meer de Europese verordeningen inzake rij- en rusttijden behoren, waarin verplichtingen zijn opgenomen die duidelijk zijn en aan de personen toelaten te weten of het gedrag dat zij op een bepaald ogenblik aannemen, al dan niet strafbaar is. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WETTIGHEID VAN BESLUITEN EN VERORDENINGEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Legaliteit HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Vervoer: Europees recht Vrije woorden: Artikel 1, eerste lid, wet van 18 februari 1969 - Vervoer - Maatregelen ter uitvoering van de op België rustende internationale verplichtingen - Mandaat aan de Koning vanwege de wetgever - Maatregelen genomen bij in ministerraad overlegd koninklijk besluit - Strafbaarstelling - Wettigheidsbeginsel - Voorwaarde waaraan het mandaat aan de Koning dient te voldoen Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 14 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Legaliteit HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Vervoer: Europees recht Vrije woorden: Wettigheidsbeginsel - Vervoer - Artikel 1, eerste lid, wet van 18 februari 1969 - Maatregelen ter uitvoering van de op België rustende internationale verplichtingen - Mandaat aan de Koning vanwege de wetgever - Maatregelen genomen bij in ministerraad overlegd koninklijk besluit - Strafbaarstelling - Voorwaarde waaraan het mandaat aan de Koning dient te voldoen Thesaurus CAS: VERVOER - ALGEMEEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Legaliteit HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Vervoer: Europees recht Vrije woorden: Artikel 1, eerste lid, wet van 18 februari 1969 - Maatregelen ter uitvoering van de op België rustende internationale verplichtingen - Mandaat aan de Koning vanwege de wetgever - Maatregelen genomen bij in ministerraad overlegd koninklijk besluit - Strafbaarstelling - Wettigheidsbeginsel - Voorwaarde waaraan het mandaat aan de Koning dient te voldoen Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Legaliteit HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Vervoer: Europees recht Vrije woorden: Verordeningen inzake rij- en rusttijden - Maatregelen ter uitvoering van de op België rustende internationale verplichtingen - Mandaat aan de Koning vanwege de wetgever - Maatregelen genomen bij in ministerraad overlegd koninklijk besluit - Strafbaarstelling - Wettigheidsbeginsel - Voorwaarde waaraan het mandaat aan de Koning dient te voldoen Verordeningen inzake rij- en rusttijden - In de verorderingen opgenomen verplichtingen - Aard van deze verplichtingen Tekst van de beslissing Nr. P.08.1477.N B N G, beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Danny Cool en mr. Frederik Vanden Bogaerde, advocaten bij de balie te Veurne. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Brugge van 10 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 14 Grondwet en artikel 2 Strafwetboek, alsmede miskenning van het legaliteitsbeginsel: het bestreden vonnis oordeelt onterecht dat de delegatie waarin artikel 1 van de wet van 18 februari 1969 voorziet, het legaliteitsbeginsel niet miskent.
  3. Volgens artikel 1, eerste lid, van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg, kan de Koning, bij in ministerraad overlegd besluit, inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en uit de krachtens deze wet genomen internationale akten, welke maatregelen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden. Volgens artikel 2, § 1, eerste lid en tweede lid van die wet, worden de overtredingen van de besluiten die genomen werden bij toepassing van artikel 1 van deze wet gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en een geldboete van vijftig tot tienduizend frank, of slechts één van beide straffen, onverminderd de eventuele schadevergoeding en zijn de bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, toepasselijk op deze overtredingen.
  4. Anders dan waarvan het middel uitgaat, is het mandaat dat de wetgever aan de Koning heeft gegeven duidelijk omschreven in voornoemd artikel
  5. De Koning moet onder meer maatregelen treffen ter uitvoering van de op België rustende verplichtingen inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg. Tot deze verplichtingen behoren onder meer de Europese verordeningen inzake rij- en rusttijden. De in de verordeningen opgenomen verplichtingen zijn duidelijk en laten aan de personen toe te weten of het gedrag dat zij op een bepaald ogenblik aannemen, al dan niet strafbaar is. Het middel faalt naar recht.
  6. Daar de voorgestelde prejudiciële vraag berust op een onjuiste rechtsopvatting, dient ze niet te worden gesteld. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 66,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 3 februari 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090203.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231219.2N.10 ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.037 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.