.7 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Non bis in idem Vrije woorden: Artikel 14.7 - "Non bis in idem" - Identiteit van de feiten - Onaantastbare beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Algemeen
.7 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Non bis in idem Vrije woorden: Strafzaken - "Non bis in idem" - Identiteit van de feiten Wettelijke bepalingen: Algemeen
OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Non bis in idem Vrije woorden: Opdracht van het Hof - Strafzaken - "Non bis in idem" - Identiteit van de feiten - Onaantastbare beoordeling door de rechter - Toezicht van het Hof - Grenzen - Marginale toetsing Wettelijke bepalingen: Algemeen
.7 Fiche 7 Met hetzelfde strafbaar feit wordt niet enkel de wettelijke telastlegging maar ook de erdoor beoogde werkelijke feitelijke gedraging en zijn omstandigheden bedoeld
.7 Fiche 8 Naar een binnen de interne Belgische rechtsorde bestaand algemeen rechtsbeginsel en krachtens artikel 14.7 IVBPR mag niemand door de strafrechter worden berecht of bestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij vroeger reeds bij een kracht van gewijsde gegaan vonnis is veroordeeld of vrijgesproken; aangezien overeenkomstig artikel 20 Gerechtelijk Wetboek middelen van nietigheid niet kunnen worden aangewend tegen vonnissen en deze alleen kunnen worden vernietigd door de rechtsmiddelen bij de wet bepaald, kan de omstandigheid dat het vroeger vonnis in zijn beoordeling van het strafbare feit een onwettigheid zou hebben begaan, geen afbreuk doen aan de vaststelling dat het een bepaalde feitelijke gedraging en zijn omstandigheden heeft beoordeeld. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Non bis in idem Vrije woorden: Strafzaken - "Non bis in idem" - Identiteit van de feiten - Onwettigheid in het vroegere vonnis - Vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan Tekst van de beslissing Nr. P.08.1742.N I PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen M J V, beklaagde, gedetineerd, verweerder. II J L C, beklaagde, eiser, tegen 1. F V, burgerlijke partij, 2. C V, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 30 september 2008. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser II voert geen middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconclueerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Middel 1. Het middel voert schending aan van "niet limitatief" artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 1 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, de artikelen 179, 199, 200, 202, 211, 226 en 227 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 8, 23, 556 en 609 Gerechtelijk Wetboek alsmede miskenning van het rechtsbeginsel "ne bis in idem" en het rechtbeginsel van het volstrekt gezag van gewijsde in strafzaken. 2. Het middel komt op tegen, enerzijds, de verwerping van eisers verzoek om een conclusie van de verweerder wegens laattijdigheid te weren, anderzijds, tegen de beslissing van het bestreden arrest dat in toepassing van het rechtsbeginsel "ne bis in idem" elke verdere strafvervolging van de verweerder met betrekking tot de thans tegen hem aangevoerde enige telastlegging onmogelijk is geworden. Het middel bevat derhalve twee onderscheiden grieven. Eerste grief 3. In strafzaken leggen de partijen hun conclusie neer ter rechtszitting. Geen enkele bepaling verplicht de beklaagde zijn conclusie vooraf aan het openbaar ministerie mede te delen. De grief die ervan uitgaat dat een op de laatste rechtszitting neergelegde en niet vooraf medegedeelde conclusie wegens laattijdigheid moet worden geweerd, faalt naar recht. Tweede grief 4. Naar een binnen de interne Belgische rechtsorde bestaand algemeen rechtsbeginsel mag niemand door de strafrechter worden berecht of bestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij vroeger reeds bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis is veroordeeld of vrijgesproken. 5. Zowel artikel 14.7 IVBPR en artikel 4 zevende aanvullend protocol EVRM verkondigen een gelijkaardige regel. Artikel 4 zevende aanvullend protocol EVRM is in België enkel goedgekeurd bij ordonnantie van het Hoofdstedelijk Brusselse Gewest van 7 december 2006, in werking getreden op 13 januari 2007. Zolang het protocol evenwel niet is goedgekeurd door de Belgische Staat, heeft het in België geen werking. 6. Het komt de strafrechter toe in feite te oordelen of een beklaagde wordt vervolgd voor een strafbaar feit waarvoor hij vroeger reeds bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis is veroordeeld of vrijgesproken. Zijn oordeel desomtrent is in beginsel onaantastbaar. Het Hof toetst alleen of de maatstaven die de rechter bij zijn beoordeling in acht neemt, zijn beslissing wettig kunnen verantwoorden. 7. Met hetzelfde strafbaar feit wordt niet enkel de wettelijke telastlegging maar ook de erdoor beoogde werkelijke feitelijke gedraging en zijn omstandigheden bedoeld. 8. Overeenkomstig artikel 20 Gerechtelijk Wetboek kunnen middelen van nietigheid niet worden aangewend tegen vonnissen; deze kunnen alleen worden vernietigd door de rechtsmiddelen bij de wet bepaald. De omstandigheid dat het vroegere vonnis in zijn beoordeling van het strafbare feit een onwettigheid zou hebben begaan, kan derhalve geen afbreuk doen aan de vaststelling dat het een bepaalde feitelijke gedraging en zijn omstandigheden heeft beoordeeld. 9. De verweerder staat in de huidige strafzaak terecht wegens mededaderschap aan: "Bij inbreuk op artikel 1, 2bis §§ 1, 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.