← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090206.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090206.8 Rolnummer: C.08.0015.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 198 - laatst gezien 2026-07-03 00:57 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit geen enkele wetsbepaling volgt dat de pachter, om de enkele reden dat hij de pensioenleeftijd heeft bereikt en pensioen geniet, over geen voorkooprecht beschikt bij verkoop van een in pacht gegeven landeigendom. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Voorkooprecht UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Landpacht - Vervreemding - voorkoop Vrije woorden: Pachter - Pensioen Wettelijke bepalingen: Wet - 04-11-1969 - Artt. 8bis, eerste lid, 9, tweede lid, 47 en 48.1 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0015.N AGRIM, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 8902 Zillebeke, Kriekstraat 33, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy Van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. D. P.M.
  2. M M.,
  3. M. M. C.,
  4. M. L. M.,
  5. M. B.,
  6. M.P.,
  7. B. P.,
  8. S. A., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 5 september 2007 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Ieper. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  9. Het bestreden vonnis laat zijn beslissing dat de voorlegging van een factuur, "(stuk 11 van de eiseres)", ter zake niets bewijst ook steunen op de niet aangevochten reden dat de vermelding "hooi op het veld" in dit stuk niet nader specificeert op welke gronden het voorwerp van de factuur betrekking heeft.
  10. Die zelfstandige niet-bekritiseerde reden draagt de beslissing dat de eiseres niet bewijst dat de gronden waarop het voorkooprecht betrekking heeft in werkelijkheid worden geëxploiteerd door de neef van de zevende en achtste verweerder. Aldus kan het onderdeel, al was het gegrond, niet tot cassatie leiden en is het mitsdien, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  11. Het onderdeel geeft niet aan hoe en waardoor het bestreden vonnis artikel 1 van de Pachtwet schendt. In zoverre is het onderdeel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk, zoals de verweerders terecht opwerpen.
  12. Artikel 8bis, eerste lid, van de Pachtwet bepaalt dat, indien de pachter die na het bereiken van de pensioenleeftijd een rust- of overlevingspensioen geniet, onder de in artikel 34 vermelde personen niemand kan aanwijzen die eventueel zijn exploitatie kan voortzetten, de verpachter een einde kan maken aan de pacht om zelf het verpachte goed geheel of gedeeltelijk te exploiteren of de exploitatie ervan over te dragen aan zijn echtgenoot, aan zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of aan die van zijn echtgenoot of aan de echtgenoten van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen. De bepalingen van artikel 7, 1°, tweede lid, zijn van toepassing. Artikel 9, tweede lid, van de Pachtwet bepaalt onder meer dat de opzeggingsreden bestaande in de persoonlijke exploitatie niet kan worden aangevoerd door personen noch, indien het om rechtspersonen gaat, door hun verantwoordelijke organen of bestuurders die, op het ogenblik van het verstrijken van de opzeggingstermijn, de leeftijd van 65 jaar zouden hebben bereikt of de leeftijd van 60 jaar wanneer het een persoon betreft die niet gedurende ten minste drie jaar landbouwexploitant is geweest. Artikel 48.1, eerste lid, van de Pachtwet bepaalt dat de eigenaar het goed slechts aan iemand anders dan de pachter uit de hand mag verkopen nadat hij aan deze laatste de gelegenheid heeft gegeven om zijn recht van voorkoop uit te oefenen. Te dien einde geeft de notaris de pachter kennis van de inhoud van de akte die is opgesteld onder de opschortende voorwaarde van niet-uitoefening van het recht van voorkoop en waarbij enkel de identiteit van de koper opengelaten wordt. Deze kennisgeving geldt als aanbod van verkoop. Uit die als geschonden aangewezen wetsbepalingen noch uit enige andere wettelijke bepaling volgt dat de pachter om de enkele reden dat hij de pensioenleeftijd heeft bereikt en pensioen geniet, over geen voorkooprecht beschikt. In zoverre het onderdeel aanvoert dat dit wel het geval is, faalt het naar recht.
  13. Verder voert het onderdeel ook aan dat in de mate het Hof artikel 48 van de Pachtwet in die zin uitlegt dat dit artikel het voorkooprecht niet ontzegt aan een pachter die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en van een rust- en overlevingspensioen geniet, terwijl volgens andere bepalingen van de Pachtwet pachters die die pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben minder gunstig worden behandeld, de vraag zou rijzen van de schending van het gelijkheidsbeginsel door dit artikel
  14. De appelrechters verwerpen het middel gebaseerd op de schending van de gelijkheidsregel met de feitelijke beoordeling dat de verweerders van 1 tot 6 hoe dan ook het goed aan de verweerders 7 en 8 te koop zouden hebben aangeboden en aan deze laatste de voorkeur zouden hebben gegeven. Anders dan het onderdeel aanvoert oordelen zij niet dat de verweerders van 1 tot 6 alleen maar aan de verweerders sub 7 en 8 zouden verkocht hebben indien deze laatste een wettelijk voorkooprecht zouden gehad hebben. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 487,17 euro jegens de eisende partij en op de som van 147,54 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van 6 februari 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols A. Fettweis E. Stassijns E. Dirix E. Waûters I. Verougstraete PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090206.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.