id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090217.5 Rolnummer: P.08.1585.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 637 - laatst gezien 2026-07-03 00:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De rechter, die, op de gegronde redenen van goede plaatselijke ruimtelijke ordening die hij vermeldt, de voorkeur geeft aan de maatregel van herstel in de oorspronkelijke staat zoals gevorderd door de burgerlijke partij, eerder dan aan de meer indringende maatregel van aanpassingswerken zoals gevorderd door het bevoegde bestuur, miskent niet het opportuniteitsoordeel van deze overheid, maar verzoent haar wil tot het doen verdwijnen van de gevolgen van het stedenbouwmisdrijf met het rechtmatig belang van de burgerlijke partij tot een herstel in natura van een door haar geleden schade. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Verordeningen - Stedenbouwkundige verordeningen Vrije woorden: Herstelvordering - Burgerlijke partij en bevoegd bestuur - Niet-overeenstemmende herstelvordering - Rechter die oordeelt dat de herstelvordering van de burgerlijke partij het meest passend is Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 150 Fiche 2 Uit artikel 153, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, volgt dat de rechter verplicht is de machtiging tot ambtshalve uitvoering zowel aan de stedenbouwkundige inspecteur als aan het college van burgemeester en schepenen te verlenen, ook wanneer de rechter de voorkeur geeft aan de herstelmaatregel die de burgerlijke partij vordert
(1).
(1)Zie Cass., 28 okt. 2008, AR P.08.0851.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.4, A.C., 2008, nr ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Verordeningen - Stedenbouwkundige verordeningen Vrije woorden: Herstelvordering - Burgerlijke partij en bevoegd bestuur - Niet-overeenstemmende herstelvordering - Rechter die oordeelt dat de herstelvordering van de burgerlijke partij het meest passend is - Machtiging tot ambtshalve uitvoering - Verplichting voor de rechter Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.08.1585.N I
- Y. E. M. V. V., beklaagde,
- V. D., beklaagde, eisers, met als raadman mr. Konstantijn Roelandt, advocaat bij de balie te Brussel, tegen
- GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Werkhuisstraat, eiser tot herstel,
- M. C., burgerlijke partij,
- M.-J. E., burgerlijke partij,
- H. M., burgerlijke partij,
- B. A., burgerlijke partij,
- H. S., burgerlijke partij,
- L. D. K., burgerlijke partij, verweerders, met als raadsman mr. Antoon Lust, advocaat bij de balie te Brugge. II GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de Provincie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Werkhuisstraat, eiser tot herstel, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- Y. V. V., reeds vermeld, beklaagde,
- V. D., reeds vermeld, beklaagde,
- M. C., reeds vermeld, burgerlijke partij,
- M.-J. E., reeds vermeld, burgerlijke partij,
- H. M., reeds vermeld, burgerlijke partij,
- B. A., reeds vermeld, burgerlijke partij,
- H. S., reeds vermeld, burgerlijke partij,
- L. D. K., reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 26 september
- De eisers I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eisers I
- Het middel voert schending aan van de artikelen 33 en 149 Grondwet, evenals miskenning van het beginsel van de scheiding der machten: uit de motive-ring van het bestreden arrest blijkt dat de appelrechters hun oordeel dat de gevor-derde herstelvordering van de burgerlijke partijen het meest passend is, hebben la-ten afhangen van elementen die volledig tot de appreciatie van de uitvoerende macht behoren; bovendien is deze motivering tegenstrijdig.
- Artikel 150 Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt: "Indien de herstelvordering van de burgerlijke partij enerzijds en die van de stedenbouwkundige inspecteur of het college van burgemeester en schepenen anderzijds niet overeenstemmen, be-paalt de rechtbank de gevorderde herstelmaatregel die ze passend acht."
- De rechter die op de gegronde redenen van goede plaatselijke ruimtelijke ordening die hij vermeldt, de voorkeur geeft aan de maatregel van herstel in de oorspronkelijke staat zoals gevorderd door de burgerlijke partij, eerder dan aan de minder ingrijpende maatregel van aanpassingswerken zoals gevorderd door het bevoegde bestuur, miskent niet het opportuniteitsoordeel van deze overheid maar verzoent haar wil tot het doen verdwijnen van de gevolgen van het stedenbouw-misdrijf met het rechtmatig belang van de burgerlijke partij tot een herstel in natu-ra van een door haar geleden schade.
- Het bestreden arrest oordeelt: "Aan aanpassingswerken zoals gevorderd door het college van burgemeester en schepenen, daarin bijgetreden door de ge-westelijk stedenbouwkundig inspecteur, hebben de schadelijders niets; deze aan-passingswerken stellen immers geen einde aan de schadeverwekkende toestand. De vordering van de [verweerders] die ertoe strekt een einde te doen stellen aan de door het misdrijf wederrechtelijk tot stand gebrachte en voor hen schadever-wekkende toestand moet a fortiori geacht worden in overeenstemming te zijn met het algemeen belang. Ook is het herstel in de oorspronkelijke toestand, zoals ge-vorderd door [de verweerders] de enige herstelvordering die in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening. De wederrechtelijk door de [eisers] opge-richte constructies, met name een loods met industrieel uitzicht waarbij verder tussen woning en loods een bureau werd gebouwd, aan de loods een groot afdak werd gemaakt, daarnaast nog een veranda werd opgericht en op het dak van het bureau een jaccuzi werd geplaatst - geheel van werken die ook meebrengen dat het perceel quasi volledig is volgebouwd¬¬ -, zijn strijdig met de bestemming van het gebied aldaar, met name een residentiële verkaveling, en overschrijden de ruimtelijke draagkracht van de omgeving. De aanpassingswerken die het college van burgemeester en schepenen vordert, daarin bijgetreden door de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur, zouden geen einde stellen aan de strijdigheid van de constructies met het bestemmingsvoorschrift en zouden het herstel van de aan-tasting van de goede ruimtelijke ordening niet bewerkstelligen." Met die redenen die niet tegenstrijdig zijn, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Middel van de eiser II
- Het middel voert schending aan van de artikelen 150 en 153, eerste lid, Ste-denbouwdecreet 1999: ongeacht de omstandigheid dat de herstelvordering van de eiser en van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Middel-kerke tot het uitvoeren van aanpassingswerken, met toepassing van artikel 150 Stedenbouwdecreet 1999 buiten toepassing wordt gelaten, en op vordering van de burgerlijke partijen het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand wordt bevolen, hadden de appelrechters ook aan de eiser en aan het college van burge-meester en schepenen machtiging moeten verlenen om ambtshalve in de uitvoe-ring te voorzien wanneer de plaats niet binnen de gestelde termijn in de oorspron-kelijke toestand wordt hersteld.
- Artikel 153, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt: "Voor het geval dat de plaats niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn in de vorige staat wordt hersteld, dat het strijdige gebruik niet binnen die termijn wordt gestaakt of dat de bouw- of aanpassingswerken niet binnen deze termijn worden uitgevoerd, beveelt het vonnis van de rechter, bedoeld in de artikelen 149 en 151, dat de ste-denbouwkundig inspecteur, het college van burgemeester en schepenen en even-tueel de burgerlijke partij, ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien."
- Deze ambtshalve door de rechter te verlenen machtiging aan het bestuur vindt zijn grondslag, niet in de vordering van het bestuur die het herstel vordert, maar in de publiekrechtelijke verhouding die wegens het misdrijf ontstaat tussen de overtreder enerzijds, de stedenbouwkundig inspecteur en het college van bur-gemeester en schepenen die tot taak hebben het herstel te benaarstigen, anderzijds.
- Uit artikel 153, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 volgt dat de rechter ver-plicht is de machtiging tot ambtshalve uitvoering zowel aan de stedenbouwkundig inspecteur als aan het college van burgemeester en schepenen te verlenen, ook wanneer de rechter de voorkeur geeft aan de herstelmaatregel die de burgerlijke partij vordert Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering en de herstelvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep van de eisers I. Vernietigt, op het cassatieberoep van de eiser II, het bestreden arrest in zoverre het de stedenbouwkundig inspecteur en het college van burgemeester en schepenen niet machtigt ambtshalve op kosten van de overtreder in de uitvoering van het be-volen herstel te voorzien. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eisers I tot de kosten van hun cassatieberoep. Veroordeelt de verweerders Vande Velde en Dhaene in de kosten van het cassa-tieberoep II . Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Begroot de kosten in het geheel op 728,54 euro waarvan op het cassatieberoep I 30,87 euro verschuldigd is en 30 euro betaald en op het cassatieberoep II 142,50 euro verschuldigd is en 525,17 euro betaald. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 17 februari 2009 uitgesproken door afdelings-voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duin-slaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. C. Van de Mergel K. Mestdagh L. Van hoogenbemt J.-P. Frère E. Goethals E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090217.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090908.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170310.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div