← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.15

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.15 Rolnummer: C.07.0255.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-06-29 Raadplegingen: 628 - laatst gezien 2026-07-03 02:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De bijzondere bevoegdheid van de vrederechter betreffende de verhuring van onroerende goederen omvat de geschillen die betrekking hebben op de toepassing van de wettelijke of contractuele bepalingen die gelden in de relatie tussen de partijen bij de huurovereenkomst

(1).
(1)Zie Cass., 4 dec. 1975, A.C., 1976, 422; zie Verslag Van Reepinghen over de Gerechtelijke Hervorming, B.S., 1964, 244. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Rechtbank van eerste aanleg - Algemene bevoegdheid rechtbank van eerste aanleg GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Verwijzing na cassatie - In burgerlijke zaken Vrije woorden: Vrederechter - Huurovereenkomst Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 591, 1° Fiche 2 De kennisneming van een buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering wegens schending van de wettelijke regels betreffende de uithuiszetting van de huurder behoort niet tot de bevoegdheid van de vrederechter betreffende de verhuring van onroerende goederen
(1).
(1)Zie Cass., 12 sept. 2005, AR C.03.0532.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050912.8, A.C., 2005, nr 421. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Rechtbank van eerste aanleg - Algemene bevoegdheid rechtbank van eerste aanleg GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Verwijzing na cassatie - In burgerlijke zaken Vrije woorden: Vrederechter - Huurovereenkomst - Uitzetting - Aansprakelijkheidsvordering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 591, 1° Fiche 3 Art. 660, eerste lid, Ger.W., is toepasselijk op het Hof van Cassatie wanneer het een vonnis van de arrondissementsrechtbank vernietigt wegens miskenning van een regel inzake bevoegdheid
(1).
(1)Cass., 13 juni 2003, AR C.01.0320.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030613.5, A.C., 2003, nr 348; Cass., 22 sept. 2005, voltallige zitting, AR C.03.0427.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050922.6, A.C., 2005, nr 456 (verbeterd door Cass., 9 dec. 2005, AR C.05.0516.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051209.9, A.C., 2005, nr 658, met concl. van advocaat-generaal Timperman en J.T., 2006, 122, met kritische noot G. Closset-Marchal, Après cassation d'une décision sur la compétence: à qui renvoyer?,
  1. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschil inzake bevoegdheid UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Rechtbank van eerste aanleg - Algemene bevoegdheid rechtbank van eerste aanleg GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Verwijzing na cassatie - In burgerlijke zaken Vrije woorden: Artikel 660, eerste lid, Ger.W. - Hof van Cassatie - Vernietiging van een vonnis van de arrondissementsrechtbank - Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0255.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, eiser, in de zaak van P.R., met als raadsman mr. Xavier Taton, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, tegen
  2. S. J.,
  3. GEMEENTE UKKEL, vertegenwoordigd door het College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1180 Ukkel, Gemeentehuis, Jean Vander Elstplein 29, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 21 mei 2007 gewezen door de Arrondissementsrechtbank te Brussel. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepaling - artikel 591, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissing Bij hoger vermeld vonnis heeft de Arrondissementsrechtbank te Brussel het geschil tussen voormelde partijen naar de vrederechter van het kanton Sint-Genesius-Rode verwezen. De Arrondissementsrechtbank steunt haar beslissing op de bepaling van artikel 591, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek volgens welke, ongeacht het bedrag van de vordering, de Vrederechter kennis neemt van de geschillen betreffende de verhuring van onroerende goederen en van de samenhangende vorderingen die ontstaan uit de verhuring van een handelszaak; van vorderingen tot betaling van vergoedingen voor bewoning van en tot uitzetting uit plaatsen zonder recht betrokken, onverschillig of de vorderingen al dan niet volgen uit een overeenkomst; van alle geschillen betreffende de uitoefening van het recht van voorkoop ten gunste van de huurders van landeigendommen. Het geschil tussen partijen wordt door de Arrondissementsrechtbank beschouwd als een vordering tot betaling van vergoedingen voor bewoning van en tot uitzetting uit plaatsen zonder recht betrokken. De feiten In 1989 heeft bovenvermelde de eiseres als huurster een huurovereenkomst afgesloten met de inmiddels overleden vader van de eerste verweerder voor een goed gelegen te 1620 Drogenbos, Oude Molenstraat
  4. Partijen kwamen later overeen een einde te stellen aan de verhuring op 31 december
  5. Daar de eiseres in januari 2004 haar persoonlijke zaken niet uit de woning weggenomen had, heeft de eerste verweerder, met de hulp van aangestelden van de tweede verweerster, de meubelen van de eiseres uit de woning verwijderd en met een vrachtwagen laten wegbrengen, zonder daartoe de procedure bepaald in de artikelen 1344quater en 1344septies van het Gerechtelijk Wetboek te hebben nageleefd. Hierdoor heeft bovenvermelde al haar meubelen verloren, zodat ze er nieuwe heeft moeten kopen. Bovendien heeft de oorspronkelijke eiseres geen briefwisseling ontvangen tussen 7 en 23 januari 2004, omdat de eerste verweerder en de nieuwe huurders de brieven van de verzoekster niet naar haar hebben doorgestuurd en omdat in die periode de nazendingsdienst die ze bij de Post aangevraagd had werd geschorst; dit had tot gevolg dat betrokkene niet over alle documenten die ze moest invullen voor haar werkloosheidsuitkering beschikte en een maand werkloosheidsuitkering verloor. De oorspronkelijke eiseres schrijft de schade die ze ondergaan heeft toe aan de onrechtmatige daad van bovenvermelde verwerende partijen, die haar uit het huis gezet hebben zonder de wettelijke voorschriften na te leven, in het bijzonder de artikelen 1344quater en 1344septies van het Gerechtelijk Wetboek. In rechte De oorspronkelijke eiseres betwist niet dat ze in januari 2004 het huis zonder recht noch titel is blijven bezetten. Het geschil tussen partijen heeft bijgevolg geen betrekking op een vergoeding voor de bewoning van en de uitzetting uit plaatsen zonder recht betrokken. De eerste verweerder heeft geen procedure ingesteld op grond van de artikelen 1344quater en 1344septies van het Gerechtelijk Wetboek; hij heeft, met de hulp van aangestelden van de tweede verweerster, het recht in eigen handen genomen. De vergoeding die door de oorspronkelijke eiseres gevorderd werd, betreft uiteraard niet het feit dat zijzelf de plaats zonder recht noch titel is blijven bezetten, maar wel de schade die ze geleden heeft door de onrechtmatige daad van de verweerders, waarvan zij het slachtoffer werd. De oorspronkelijke eis is gesteund op de artikelen 1382 en 1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek. Daarom heeft de oorspronkelijke eiseres de verweerders voor de rechtbank van eerste aanleg gedagvaard, die terzake de bevoegde rechtbank is (artikel 568 van het Gerechtelijk Wetboek). Artikel 591, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek wordt door de rechtspraak meestal restrictief geïnterpreteerd (zie J. Laenens, Overzicht van rechtspraak. De bevoegdheid, in Tijdschrift voor Privaatrecht 2002, blz. 1507, nummer 13). De bevoegdheid van de vrederechter om kennis te nemen van alle geschillen betreffende een bezetting en een uitdrijving, zelfs indien de titel betwist wordt, moet strikt geïnterpreteerd worden (zie J. Laenens, Overzicht van rechtspraak; de bevoegdheid, in Tijdschrift voor Privaatrecht 1979, blz. 269, nummer 34). Koninklijk Commissaris voor de gerechtelijke hervorming Van Reepinghen zet in zijn verslag over de gerechtelijke hervorming uiteen dat de bevoegdheid van de vrederechter om kennis te nemen van de verzoeken tot betaling van een vergoeding wegens bezetting en uitzetting uit zonder recht noch titel bezette plaatsen, behouden blijft, maar voegt eraan toe: "il s'entend cependant que les demandes d'indemnité ou d'expulsion du chef d'occupation sans droit doit être le véritable sujet du procès" (Rapport sur la réforme judiciaire, p. 226; enkel in de Franse tekst). In onderhavige zaak gaat de betwisting niet over de bezetting of de uithuiszetting, doch om de schade die de oorspronkelijke eiseres geleden heeft door het onrechtmatig optreden van de verweerders. Dit geschil valt niet onder de bevoegdheid van de vrederechter. De Arrondissementsrechtbank heeft bijgevolg een onterechte toepassing gemaakt van artikel 591, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  6. Krachtens artikel 591, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, neemt de vrederechter, ongeacht het bedrag van de vordering, kennis van geschillen betreffende de verhuring van onroerende goederen en van de samenhangende vorderingen die ontstaan uit de verhuring van een handelszaak en van vorderingen tot betaling van vergoedingen voor bewoning van en tot uitzetting uit plaatsen zonder recht betrokken, onverschillig of die vorderingen al dan niet volgen uit een overeenkomst. Die bijzondere bevoegdheid van de vrederechter inzake verhuur omvat de geschillen die betrekking hebben op de toepassing van de wettelijke of contractuele bepalingen die gelden in de relatie tussen de partijen bij de huurovereenkomst. De kennisneming van een buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering wegens schending van de wettelijke regels betreffende de uithuiszetting van de huurder, behoort niet tot de in voormeld artikel 591, 1°, bepaalde bevoegdheid van de vrederechter.
  7. Blijkens de dagvaarding neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, vordert P.R. van S.J. en de Gemeente Ukkel vergoeding voor de schade die S.J. aan de verzoekster heeft veroorzaakt door haar onwettige uithuiszetting.
  8. Door te oordelen dat de vrederechter materieel bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van P.R.tegen S.J. wegens een onwettige uithuiszetting zonder uitvoerbare titel, schendt de arrondissementsrechtbank artikel 591, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek.
  9. Het geschil behoorde niet tot de bijzondere bevoegdheid van de vrederechter zoals artikel 591, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek deze bepaalt, maar, krachtens artikel 568 van dat wetboek, tot de algemene bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg. De arrondissementsrechtbank had de zaak naar die rechter moeten verwijzen.
  10. Met toepassing van artikel 660 van het Gerechtelijk Wetboek, moet de zaak naar het bevoegde gerecht worden verwezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel. Begroot de kosten op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 20 februari 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030613.5 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050912.8 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050922.6 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051209.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.