← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.17

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.17 Rolnummer: C.07.0237.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2009-06-29 Raadplegingen: 543 - laatst gezien 2026-07-03 00:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Waar de tussenkomst van een advocaat bij het Hof niet verplicht is gesteld door een uitdrukkelijke bepaling legt het Hof de bijstand niet op in civiele zaken, andere dan cassatieberoepen; de vordering van een advocaat van de Orde van Vlaamse Balies tot nietigverklaring van een reglement van deze Orde, alsook de vrijwillige tussenkomst van de Orde, zonder die daarvoor niet verplichte bijstand, zijn derhalve ontvankelijk

(1).
(1)Het Reglement van de Orde van de Vlaamse Balies betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit werd op 31 jan. 2007 goedgekeurd door de algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 feb.
  1. Zie Cass., 10 april 2006, AR C.05.0401.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060410.3, A.C., 2006, nr 212, met verwijzing naar de vernietiging, door het toenmalig Arbitragehof, bij arrest van 1 juni 2005, van de woorden "door een advocaat bij het Hof van Cassatie", in art. 501 Ger.W.: zie ook Cass., 6 okt. 2006, AR C.05.0394.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061006.1, ibid., nr
  2. Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Orde - Orde Vlaamse balies Vrije woorden: Orde van Vlaamse Balies - Reglement - Vordering tot nietigverklaring - Vrijwillige tussenkomst van de Orde - Bijstand van een advocaat bij het Hof van Cassatie - Vereiste - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 501, §§ 1 en 3, en 611 Thesaurus CAS: CASSATIE - VORDERINGEN TOT VERNIETIGING. CASSATIEBEROEP IN HET BELANG VAN DE WET UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Orde - Orde Vlaamse balies Vrije woorden: Bijstand van een advocaat bij het Hof van Cassatie - Vereiste - Advocaat - Orde van Vlaamse Balies - Reglement - Vordering tot nietigverklaring - Vrijwillige tussenkomst van de Orde - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 501, §§ 1 en 3, en 611 Fiche 3 De aan de advocaat in zijn hoedanigheid van advocaat in het Reglement van de Orde van Vlaamse Balies opgelegde voorwaarde van toelating van zijn stafhouder om een rechtsvordering in te leiden, een strafklacht in te dienen of gerechtelijke bewarende maatregelen te nemen tegen een confrater, om de procedure verder te zetten namens een procespartij, die zonder advocaat reeds een klacht heeft ingediend of een rechtsvordering heeft ingeleid tegen een advocaat, of om een rechtsvordering in te leiden of een procedure verder te zetten tegen een advocaat in zijn hoedanigheid van gerechtelijk mandataris, waarbij diens aansprakelijkheid in het gedrang wordt gebracht, kan stuiten op een weigering van de stafhouder de procedure te laten inleiden of verder te zetten door de gekozen advocaat, beperkt de toegang tot het gerecht, is kennelijk onevenredig met de bevoegdheid van die Orde om de eer, de rechten en de gemeenschappelijke beroepsbelangen van haar leden te bewaken en derhalve niet verantwoord voor de handhaving van deze belangen
(1).
(1)Zie Cass., 25 sept. 2003, AR C.03.0139.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030925.6, A.C., 2003, nr 456, met concl. van advocaat-generaal Bresseleers en Cass., 22 dec. 2005, AR C.04.0421.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051222.11 en C.04.0434.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051222.10, A.C., 2005, nrs 690 en 691; zie ook: P. Lambert, Règles et usages de la profession d'avocat du barreau de Bruxelles, Bruylant, 1994, p. 578 - 579; voor de reden van deze regeling, zie: Ph. De Jaegere, "Commentaar bij het reglement betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit", Ad Rem, 2007, p.
  1. Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Orde - Orde Vlaamse balies Vrije woorden: Orde van Vlaamse Balies - Reglement - Rechtsvordering tegen een confrater - Voortzetting van een procedure - Tegen een gerechtelijk mandataris - Aansprakelijkheid - Toelating van de stafhouder - Bevoegdheid van de Orde - Evenredigheid - Doelstelling - Verantwoording Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 495, 496 en 501, § 1 Fiches 4 - 5 De verplichting van de advocaat die namens een cliënt een vordering tegen een ander advocaat heeft ingesteld en van de betrokken advocaat om hun respectievelijke stafhouders op de hoogte te brengen van de uitspraak en van de gedwongen uitvoering, geldt enkel voor advocaten, gebonden door het beroepsgeheim en is enkel bestemd voor de stafhouder die, eveneens gebonden door het beroepsgeheim, de gegevens die hij aldus verneemt uitsluitend mag aanwenden om zijn tuchtrechtelijke opdracht uit te voeren; deze verplichting houdt derhalve geen onaanvaardbare inmenging in het privé-leven van de betrokkene in. Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Orde - Orde Vlaamse balies Vrije woorden: Orde van Vlaamse Balies - Reglement - Rechtsvordering tegen een confrater - Uitspraak - Gedwongen uitvoering - Meldingsplicht aan de stafhouders - Gelding - Doel - Privé-leven Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 8, tweede lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 495, 496 en 501, § 1 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Orde - Orde Vlaamse balies Vrije woorden: Advocaat - Orde van Vlaamse Balies - Reglement - Rechtsvordering tegen een confrater - Uitspraak - Gedwongen uitvoering - Meldingsplicht aan de stafhouders - Gelding - Doel - Recht op eerbiediging van het privé-leven Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 8, tweede lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 495, 496 en 501, § 1 Fiche 6 De verplichting van de advocaat die namens een cliënt een vordering tegen een ander advocaat heeft ingesteld en van de betrokken advocaat om hun respectievelijke stafhouders op de hoogte te brengen van de uitspraak en van de gedwongen uitvoering, laat toe dat de stafhouder op de hoogte wordt gebracht van veroordelingen van advocaten van zijn balie en van gedwongen uitvoeringen tegen hen; deze feiten kunnen een aanwijzing bevatten over of een invloed hebben op het functioneren van de advocaat en de meldingsplicht ervan laat de stafhouder toe zijn tuchtrechtelijke opdracht uit te voeren; het staat derhalve niet vast dat die verplichting niet strekt tot handhaving van de belangen die de wetgever aan de Orde van Vlaamse Balies heeft toevertrouwd. Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Orde - Orde Vlaamse balies Vrije woorden: Orde van Vlaamse Balies - Reglement - Rechtsvordering tegen een confrater - Uitspraak - Gedwongen uitvoering - Meldingsplicht aan de stafhouders - Doel - Opdracht van de Orde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 495, 496 en 501, § 1 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0237.N VAN VLAENDEREN Frank, advocaat, met kantoor te 9000 Gent, Krijgslaan 47, verzoeker, ten aanzien van ORDE VAN VLAAMSE BALIES, met kantoor te 1000 Brussel, Koningsstraat 148, vertegenwoordigd door de raad van bestuur door toedoen van de voorzitter, vrijwillig tussenkomende partij, met als raadsman mr. Paul Van Rillaer, advocaat bij de balie te Mechelen, met kantoor te 2820 Bonheiden, Putsesteenweg
  2. I. VORDERING De vordering strekt tot nietigverklaring van de artikelen 13 en 14 van het reglement van de Orde van de Vlaamse Balies betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 februari
  3. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. CASSATIEMIDDELEN De verzoeker voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Verzoekschrift tot nietigverklaring
  4. Overeenkomstig artikel 501, §1, van het Gerechtelijk Wetboek, kan een advocaat van de Orde van Vlaamse Balies de in artikel 611 bedoelde vordering instellen tot nietigverklaring van de reglementen van deze Orde die door overschrijding van bevoegdheid zijn aangetast, tegen de wetten indruisen of op onregelmatige wijze zijn aangenomen. De bijstand van een advocaat bij het Hof is niet verplicht voor de advocaat die op grond van artikel 501, §1, een vordering tot nietigverklaring instelt. Waar de tussenkomst van een advocaat bij het Hof niet verplicht is gesteld door een uitdrukkelijke bepaling legt het Hof de bijstand niet op in civiele zaken, andere dan cassatieberoepen. Het verzoek is ontvankelijk. Verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst
  5. Overeenkomstig artikel 501, §3, van het Gerechtelijk Wetboek, kan de Orde van Vlaamse Balies een verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst indienen waarin zij nieuwe middelen kan aanvoeren gegrond op een bevoegdheidsoverschrijding, de strijdigheid met de wetten of de onregelmatige aanneming van het bestreden reglement. De bijstand van een advocaat bij het Hof is niet verplicht voor de balie die op grond van artikel 501, §3, tussenkomt in het geding. Waar de tussenkomst van een advocaat bij het Hof niet verplicht is gesteld door een uitdrukkelijke bepaling, legt het Hof de bijstand niet op in civiele zaken andere dan cassatieberoepen. De vrijwillige tussenkomst is niet ontvankelijk. Middelen Eerste middel Algemeen
  6. De Orde van Vlaamse balies heeft krachtens artikel 495 van het Gerechtelijk Wetboek, voor de balies die er deel van uitmaken, de taak te waken over de eer, de rechten en de gemeenschappelijke beroepsbelangen van hun leden. Zij is bevoegd voor de juridische bijstand, de stage, de beroepsopleiding van de advocaten-stagiairs en de vorming van alle advocaten behorende tot de balies die er deel van uitmaken. Zij neemt ook initiatieven en maatregelen die nuttig zijn voor de opleiding, de tuchtrechtelijke regels en de loyauteit in het beroep en voor de behartiging van de belangen van de advocaat en van de rechtzoekende. Overeenkomstig artikel 496 van hetzelfde wetboek stelt de Orde van Vlaamse Balies met betrekking tot de bevoegdheden bepaald in artikel 495 passende reglementen vast. Met het oog op de betrekkingen tussen de leden van de onderscheiden balies die er deel van uitmaken, bepaalt zij de regels en gebruiken van het beroep van advocaat, brengt er eenheid in en stelt te dien einde passende reglementen vast.
  7. Op grond van deze bepalingen heeft de Orde van Vlaamse Balies een reglement uitgewerkt betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit. Krachtens artikel 13 van dit reglement mag de advocaat in zijn hoedanigheid van advocaat geen rechtsvordering inleiden, geen strafklacht indienen en geen gerechtelijke bewarende maatregelen nemen tegen een confrater zonder toelating van zijn stafhouder. De advocaat die de belangen wenst te behartigen van een partij die zonder advocaat reeds een klacht heeft ingediend of een rechtsvordering heeft ingeleid tegen een advocaat, dient krachtens deze bepaling de toelating van de stafhouder te vragen vooraleer de procedure verder te zetten. Dit artikel bepaalt ten slotte dat de toelatingsvereiste niet geldt voor vorderingen tegen een advocaat in diens hoedanigheid van gerechtelijk mandataris, tenzij zijn aansprakelijkheid in het gedrang wordt gebracht. Krachtens artikel 14 van hetzelfde reglement brengen de advocaat die namens een cliënt een vordering tegen een ander advocaat heeft ingesteld en de betrokken advocaat hun respectievelijke stafhouders op de hoogte van de uitspraak en van de gedwongen uitvoering. De vermelde artikelen 13 en 14 strekken ertoe, volgens de bewoordingen ervan, de belangen te handhaven die de wetgever aan de Orde van Vlaamse Balies heeft toevertrouwd in de artikelen 495 en 496 van het Gerechtelijk Wetboek. Zij beogen dat de stafhouder zou waken over de eer, de rechten en de gemeenschappelijke beroepsbelangen van de leden van de Orde van Vlaamse Balies en met dat oogmerk zijn bemiddelende en tuchtrechtelijke opdracht uitvoert. Artikel 13 van het reglement van de Orde van Vlaamse Balies betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit
  8. De toepassing van artikel 13, eerste lid, van het voornoemde reglement leidt er toe dat een rechtzoekende die beroep doet op een lid van de Orde van Vlaamse Balies om tegen een advocaat een rechtsvordering in te leiden, een strafklacht in te dienen of gerechtelijke bewarende maatregelen te nemen, kan stuiten op een weigering van de stafhouder de procedure te laten inleiden door zijn gekozen advocaat. De vereiste toelating beperkt de toegang tot het gerecht. De voorwaarde van de toelating van de stafhouder is kennelijk onevenredig met de bevoegdheid van de Orde van Vlaamse Balies om de eer, de rechten en de gemeenschappelijke beroepsbelangen van haar leden te bewaken. Deze doelstelling zou evenzeer kunnen worden bereikt wanneer de advocaat die in zijn hoedanigheid van advocaat tegen een confrater een rechtsvordering inleidt, een strafklacht indient of gerechtelijke bewarende maatregelen neemt, zijn stafhouder hiervan met een redelijke voorafgaande termijn zou moeten informeren. Het eerste lid van deze bepaling is derhalve verantwoord voor de handhaving van de belangen die de wetgever aan de Orde van Vlaamse Balies heeft toevertrouwd.
  9. De toepassing van artikel 13, tweede lid, van het voornoemde reglement leidt er toe dat een procespartij die zonder advocaat reeds een klacht heeft ingediend of een rechtsvordering heeft ingeleid tegen een advocaat, kan stuiten op een weigering van de stafhouder de procedure te laten verder zetten door zijn gekozen advocaat. De vereiste toelating strekt ertoe te vermijden dat een advocaat de noodzakelijke voorafgaande toelating van zijn stafhouder, waarvan sprake in het eerste lid, omzeilt door de dagvaarding door zijn cliënt te laten betekenen om nadien de procedure verder te zetten. Deze bepaling kan derhalve niet worden losgezien van het eerste lid en beperkt aldus eveneens de toegang tot het gerecht. De voorwaarde van de toelating van de stafhouder is kennelijk onevenredig met de bevoegdheid van de Orde van Vlaamse Balies om de eer, de rechten en de gemeenschappelijke beroepsbelangen van haar leden te bewaken. Deze doelstelling zou evenzeer kunnen worden bereikt wanneer de advocaat die een reeds lopende procedure tegen een advocaat verder zet, zijn stafhouder hiervan met een redelijke voorafgaande termijn zou moeten informeren. Het tweede lid van deze bepaling is derhalve niet verantwoord voor de handhaving van de belangen die de wetgever aan de Orde van Vlaamse Balies heeft toevertrouwd.
  10. De toepassing van artikel 13, derde lid, van het voornoemde reglement leidt ertoe dat een rechtszoekende die een gerechtelijke procedure wil starten of voortzetten tegen een advocaat in diens hoedanigheid van gerechtelijk mandataris en waarbij diens aansprakelijkheid in het gedrang wordt gebracht, kan stuiten op een weigering van de stafhouder de procedure te laten inleiden of voort te zetten door zijn gekozen advocaat. De vereiste toelating beperkt de toegang tot het gerecht en is kennelijk onevenredig met de bevoegdheid van de Orde van Vlaamse Balies om de eer, de rechten en de gemeenschappelijke beroepsbelangen van haar leden te bewaken. Deze doelstelling zou evenzeer kunnen worden bereikt wanneer de advocaat die in zijn hoedanigheid van advocaat tegen een confrater in diens hoedanigheid van gerechtelijk mandataris een rechtsvordering inleidt, een strafklacht indient, gerechtelijke bewarende maatregelen neemt of een reeds lopende procedure verder zet waarbij diens aansprakelijkheid in het gedrang wordt gebracht, zijn stafhouder hiervan met een redelijke voorafgaande termijn zou moeten informeren. Het derde lid van deze bepaling is derhalve evenmin verantwoord voor de handhaving van de belangen die de wetgever aan de Orde van Vlaamse Balies heeft toevertrouwd.
  11. Artikel 13 moet derhalve worden vernietigd. Artikel 14 van het reglement van de Orde van Vlaamse Balies betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit
  12. Krachtens artikel 8, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna EVRM), heeft eenieder recht op eerbiediging van zijn privé-leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. Krachtens artikel 8, tweede lid, van het EVRM, is inmenging in het privé-leven evenwel door de wetgever toegelaten voor zover deze inmenging in een democratische samenleving nodig is in het belang van ‘s lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
  13. De verplichting van de advocaat die namens een cliënt een vordering tegen een ander advocaat heeft ingesteld en van de betrokken advocaat om krachtens artikel 14 hun respectievelijke stafhouders op de hoogte te brengen van de uitspraak en van de gedwongen uitvoering, strekt ertoe de belangen te handhaven die de wetgever aan de Orde van Vlaamse Balies heeft toevertrouwd in de artikelen 495 en 496 van het Gerechtelijk Wetboek. Enkel indien de stafhouder op de hoogte is gebracht van deze gegevens, kan hij zijn tuchtrechtelijke opdracht uitvoeren. De verplichting laat aldus toe dat de stafhouder waakt over de eer, de rechten en de gemeenschappelijke beroepsbelangen van de leden van de Orde van Vlaamse Balies en dient derhalve een wettig doel. De meldingsplicht geldt enkel voor advocaten, gebonden door het beroepsgeheim, en is enkel bestemd voor de stafhouder die, eveneens gebonden door het beroepsgeheim, de gegevens die hij aldus verneemt uitsluitend mag aanwenden om zijn tuchtrechtelijke opdracht uit te voeren. De opgelegde verplichting houdt derhalve geen onaanvaardbare inmenging in het privé-leven van de betrokkene in. Het middel moet in zoverre worden verworpen. Tweede middel
  14. De verplichting krachtens artikel 14 van voornoemd reglement van de advocaat die namens een cliënt een vordering tegen een ander advocaat heeft ingesteld en van de betrokken advocaat om hun respectievelijke stafhouders op de hoogte te brengen van de uitspraak en van de gedwongen uitvoering, laat toe dat de stafhouder op de hoogte wordt gebracht van veroordelingen van advocaten van zijn balie en van gedwongen uitvoeringen tegen hen. Deze feiten kunnen een aanwijzing bevatten over of een invloed hebben op het functioneren van de advocaat en de meldingsplicht ervan laat de stafhouder toe zijn tuchtrechtelijke opdracht uit te voeren. Het staat derhalve niet vast dat de in artikel 14 vermelde verplichting niet strekt tot de handhaving van de belangen die de wetgever krachtens de artikelen 495 en 496 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Orde van Vlaamse Balies heeft toevertrouwd.
  15. Het middel moet in zoverre worden verworpen. Dictum Het Hof, Verklaart het artikel 13 van het reglement betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit, zoals goedgekeurd op de algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies van 31 januari 2007, nietig. Verwerpt het verzoek voor het overige. Laat de helft van kosten ten laste van de Orde van Vlaamse Balies; laat de overige kosten ten laste van de verzoeker. De kosten zijn begroot op de som van 325,00 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 20 februari 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.17 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030925.6 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051222.10 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051222.11 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060410.3 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061006.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090605.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.