← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090224.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090224.12 Rolnummer: P.08.1797.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 531 - laatst gezien 2026-07-03 00:34 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Geen wettelijke bepaling vereist dat, in geval van verhindering van een rechter, uit de stukken van de rechtspleging moet blijken wie de verhinderde rechter is, noch of die wettelijk verhinderd is. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Rechtspleging Vrije woorden: Samenstelling van de zetel - Correctionele rechtbank - Rechter - Verhindering - Identiteit van de verhinderde rechter en redenen van verhindering - Vermelding in de stukken der rechtspleging Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 319 en 322 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Rechtspleging Vrije woorden: Samenstelling van de zetel - Correctionele rechtbank - Rechter - Verhindering - Identiteit van de verhinderde rechter en redenen van verhindering - Vermelding in de stukken der rechtspleging Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 319 en 322 Fiche 3 De appelrechters die voor een geheel van te last gelegde feiten deze op één na verjaard verklaren en voor het enige overblijvende feit dezelfde straf opleggen als de eerste rechter voor het geheel van de feiten samen opgelegde, verzwaren de door het beroepen vonnis opgelegde straf niet; eenparige stemmen zijn in dat geval dan ook niet vereist

(1).
(1)Cass., 30 maart 1982, A.C., 1981-1982, nr 457; Cass., 2 okt. 1979, A.C., 1979-1980, nr
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Rechtspleging Vrije woorden: Eerste rechter die voor een geheel van te last gelegde feiten één enkele straf heeft uitgesproken - Rechters in hoger beroep die de feiten op één na verjaard verklaren - Veroordeling voor het overblijvende feit tot dezelfde straf als deze door de eerste rechter uitgesproken - Eenstemmigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.08.1797.N D. B. P. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pieter Soens, advocaat bij de balie te Kortrijk. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctione-le rechtbank te Dendermonde van 22 oktober
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Grief a
  3. De grief voert schending aan van artikel 195 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters hebben hun beslissing laten steunen op feiten die niet bewezen zijn.
  4. De grief komt volledig op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter. De grief is niet ontvankelijk. Grief b
  5. De grief voert schending aan van artikel 195 Wetboek van Strafvordering: niettegenstaande de appelrechters hebben geoordeeld dat de telastleggingen B tot E verjaard zijn, hebben zij de feiten van die telastleggingen in overweging geno-men voor het bepalen van de straf voor de telastlegging A.
  6. Bij de beoordeling van de op te leggen straf mag de rechter alle vaststaande feiten betrekken die aan de tegenspraak der partijen zijn onderworpen en de om-standigheden toelichten waarin de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd. Hij mag dus ook de feiten van reeds verjaarde misdrijven in zijn oordeel betrekken. De grief die van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Grief c
  7. De grief voert schending aan van artikel 195 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters hebben niet alle argumenten van de eiser beantwoord; zo is onder meer het argument dat de eiser zelf al zwaar getroffen is door een ongeval, niet beantwoord; bovendien is het antwoord voor het overige een stijlclausule.
  8. Artikel 195 Wetboek van Strafvordering vereist niet dat de rechter elk argu-ment van de beklaagde afzonderlijk en uitdrukkelijk beantwoordt. In zoverre faalt de grief naar recht.
  9. Het bestreden vonnis (p. 5 tot 7) geeft zeer uitvoerig de redenen weer waarom de appelrechters die welbepaalde straf hebben opgelegd. Aldus voldoet het aan het vereiste van artikel 195 Wetboek van Strafvordering. In zoverre mist de grief feitelijke grondslag. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van de artikelen 319 en 322 Gerechtelijk Wetboek: uit de vermelding ‘bij wettige verhindering van de ondervoorzitter' blijkt niet wie de verhinderde ondervoorzitter is en of die wel wettelijk verhinderd was.
  11. Geen wettelijke bepaling vereist dat uit de stukken van de rechtspleging moet blijken wie de verhinderde rechter is, noch wat de reden van de verhindering is. Het middel faalt naar recht. Derde middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvorde-ring: de appelrechters die de feiten B tot E verjaard verklaren en toch voor feit A dezelfde straf opleggen als de eerste rechter voor de feiten A tot E samen heeft opgelegd, verzwaren de straf en moesten dit dus met eenparige stemmen doen, wat niet is gebeurd.
  13. De appelrechters die in het in het middel bekritiseerde geval de straf behou-den, verzwaren de door het beroepen vonnis opgelegde straf niet. Eenparige stemmen zijn in dat geval dan ook niet vereist. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 24 februari 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090224.12 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130326.2 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141014.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161018.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.