← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090227.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090227.5 Rolnummer: C.07.0036.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2009-04-06 Raadplegingen: 249 - laatst gezien 2026-06-18 22:49 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090227.5 Fiches 1 - 2 Als "zeeschip", waarop het specifiek stelsel van bewarend beslag van toepassing is, moet worden beschouwd, ieder vaartuig dat geschikt is om de zee te bevaren en daartoe bestemd is, ook al wordt het niet gebruikt of is het niet bestemd tot enige winstgevende verrichting van scheepvaart op de zeewateren, zoals bedoeld in artikel 1 van de Zeewet; de in dit artikel gegeven omschrijving van het begrip zeeschip is immers niet van toepassing op de bepalingen van het Ger. W. betreffende het bewarend beslag op zeeschepen en binnenschepen; het schip, dat door beschadigingen zijn bestemming voor de zeevaart definitief heeft verloren, kan niet meer worden beschouwd als een zeeschip

(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG Vrije woorden: Beslag op zeeschip - Zeeschip - Begrip Wettelijke bepalingen: Internationaal Verdrag van 10 mei 1952 tot het brengen van eenheid in sommige bepalingen inzake conservatoir beslag op zeeschepen ondertekend te Brussel en goedgekeurd bij wet 24 maart 1961 - 10-05-1952 - Artt. 1, 2, 3
(1), 8
(2), en 9 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1468 en 1469 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Vrije woorden: Bewarend beslag op zeeschip - Zeeschip - Begrip Wettelijke bepalingen: Internationaal Verdrag van 10 mei 1952 tot het brengen van eenheid in sommige bepalingen inzake conservatoir beslag op zeeschepen ondertekend te Brussel en goedgekeurd bij wet 24 maart 1961 - 10-05-1952 - Artt. 1, 2, 3
(1), 8
(2), en 9 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1468 en 1469 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 Het specifiek stelsel van bewarend beslag op een zeeschip, waarbij, na verlof van de bevoegde rechterlijke autoriteit, op grond van de loutere allegatie van een zeevordering op een zeeschip bewarend beslag kan worden gelegd, impliceert dat het schip op ogenblik van het beslag als een zeeschip kan worden beschouwd; de omstandigheid dat het schip op het ogenblik van het ontstaan van een zeevordering een zeeschip was, belet niet dat het later definitief verlies van deze hoedanigheid, het leggen van een bewarend scheepsbeslag op dit schip in de weg staat
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG Vrije woorden: Beslag op zeeschip - Vereisten Wettelijke bepalingen: Internationaal Verdrag van 10 mei 1952 tot het brengen van eenheid in sommige bepalingen inzake conservatoir beslag op zeeschepen ondertekend te Brussel en goedgekeurd bij wet 24 maart 1961 - 10-05-1952 - Artt. 1, 2, 3
(1), 8
(2), en 9 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1468 en 1469 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Vrije woorden: Bewarend beslag op zeeschip - Vereisten Wettelijke bepalingen: Internationaal Verdrag van 10 mei 1952 tot het brengen van eenheid in sommige bepalingen inzake conservatoir beslag op zeeschepen ondertekend te Brussel en goedgekeurd bij wet 24 maart 1961 - 10-05-1952 - Artt. 1, 2, 3
(1), 8
(2), en 9 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1468 en 1469 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 5 - 8 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG Vrije woorden: Beslag op zeeschip - Zeeschip - Begrip Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Vrije woorden: Bewarend beslag op zeeschip - Zeeschip - Begrip Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG Vrije woorden: Beslag op zeeschip - Vereisten Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Vrije woorden: Bewarend beslag op zeeschip - Vereisten Tekst van de beslissing Nr. C.07.0036.N HET HAVENBEDRIJF, autonoom gemeentelijk bedrijf, met zetel te 2000 Antwerpen, Havenhuis, Entrepotkaai, eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  1. VAN HEYGHEN RECYCLING, naamloze vennootschap, met zetel te 9000 Gent, Scheepzatestraat 9, verweerster, vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de verweerster woonplaats kiest,
  2. MEHANIKIS GERASIMOVS SHIPPING COMPANY LTD., met zetel te Valetta (Malta), Old Bakery Street 171, met keuze van woonplaats bij mr. Luc Keyzer, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, De Burburestraat 6-8, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 22 juni 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Eerste subonderdeel
  3. Artikel 1 van de Zeewet geeft, voor de toepassing van deze wet, een definitie van de als zeeschepen te beschouwen vaartuigen. De omschrijving van het begrip zeeschip in artikel 1 van de Zeewet is niet van toepassing op de artikelen 1467 tot en met 1480 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het bewarend beslag op zeeschepen en binnenschepen.
  4. Het subonderdeel, dat ervan uitgaat dat artikel 1 van de Zeewet, waarvan de schending wordt aangevoerd, in aanmerking dient te worden genomen bij de beoordeling van de regelmatigheid van een op grond van de artikelen 1467 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek gelegd bewarend beslag, faalt naar recht. Tweede subonderdeel
  5. Het zeeschip, waarop krachtens de artikelen 1467 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek op grond van de allegatie van een zeevordering bewarend beslag wordt gelegd, moet, ter beoordeling van de regelmatigheid van dit beslag, nog steeds als een zeeschip kunnen worden beschouwd op het ogenblik van het beslag.
  6. Het subonderdeel, dat er van uitgaat dat het, voor de beoordeling van de regelmatigheid van het bewarend beslag, volstaat dat het zeeschip die hoedanigheid bezit op het ogenblik van het ontstaan van de zeevordering, faalt naar recht. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
  7. De appelrechters oordelen dat bezwaarlijk kan worden voorgehouden dat het zwaar beschadigd schip, dat met het oog op het slopen ervan werd verkocht, ten tijde van het bewarend beslag "een zeewaardig zeeschip was dat gewoonlijk en hoofdzakelijk bestemd was voor de zeevaart en van aard de gevaren van de zee te trotseren". Voorts oordelen zij dat, indien het schip voor de brandschade zeker bestemd was voor de zeevaart, het deze bestemming nadien "definitief verloren (had), zonder dat het ook maar op enig moment in aanmerking kwam om gered en hersteld te worden", met andere woorden dat het schip "een scheepswrak" was geworden, "waarop de bepalingen van het maritiem scheepsbeslag niet van toepassing zijn".
  8. Het subonderdeel, dat ervan uitgaat dat de appelrechters tot de onregelmatigheid van het beslag beslisten om reden dat het schip op het ogenblik van het beslag niet meer beantwoordde aan het begrip zeeschip in de zin van artikel 1 van de Zeewet, terwijl zij in werkelijkheid de onregelmatigheid van het beslag steunden op de vaststelling dat het schip zijn bestemming voor de zeevaart definitief had verloren, berust op een onjuiste lezing van het arrest. Het subonderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede subonderdeel
  9. Als zeeschip in de zin van het Internationaal Verdrag van 10 mei 1952 tot het brengen van eenheid in sommige bepalingen inzake conservatoir beslag op zeeschepen, ondertekend te Brussel, en in de zin van de artikelen 1468 en 1469 van het Gerechtelijk Wetboek, moet worden beschouwd, ieder vaartuig dat geschikt is om de zee te bevaren en daartoe bestemd is, ook al wordt het niet gebruikt of is het niet bestemd tot enige winstgevende verrichting van scheepvaart op de zeewateren, zoals bedoeld in artikel 1 van de Zeewet. Het schip, dat door beschadigingen zijn bestemming voor de zeevaart definitief heeft verloren, kan niet meer worden beschouwd als een zeeschip in de zin van voormelde bepalingen. Het specifiek stelsel van bewarend beslag op een zeeschip, waarbij, na verlof van de bevoegde rechterlijke autoriteit, op grond van de loutere allegatie van een zeevordering op een zeeschip bewarend beslag kan worden gelegd, impliceert dat het schip op het ogenblik van het beslag als een zeeschip kan worden beschouwd. De omstandigheid dat het schip op het ogenblik van het ontstaan van een zeevordering een zeeschip was, belet niet dat het later definitief verlies van deze hoedanigheid, het leggen van een bewarend scheepsbeslag op dit schip in de weg staat.
  10. De appelrechters, die oordelen dat het beslag onregelmatig is doordat het schip op het ogenblik van het beslag tengevolge van onherstelbare beschadigingen niet meer zeewaardig was en dan ook als een scheepswrak te beschouwen was, dat zijn bestemming voor de zeevaart definitief had verloren, schenden de in het subonderdeel vermelde bepalingen van het Verdrag Scheepbeslag niet, ook al was het betrokken schip als een zeeschip te beschouwen op het ogenblik van het ontstaan van de zeevordering uit hoofde van hulp en berging. Het subonderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 716 euro jegens de eisende partij en op de som van 163,10 euro jegens de verwerende partij sub
  11. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Rober Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 27 februari 2009 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs , met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090227.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090227.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090227.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.