id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090303.11 Rolnummer: P.09.0079.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2009-06-29 Raadplegingen: 877 - laatst gezien 2026-07-03 06:58 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Geen enkele wettelijke bepaling noch algemeen rechtsbeginsel vereist dat in strafzaken de eisende partij haar cassatiemiddelen aan de verweerder meedeelt. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Eiser in cassatie - Mededeling van de cassatiemiddelen aan de verweerder in cassatie Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Eiser in cassatie - Mededeling van de cassatiemiddelen aan de verweerder in cassatie Fiches 3 - 4 Het openbaar ministerie bij het Hof is niet verplicht een schriftelijke conclusie te nemen
(1).
(1)Cass., 8 nov. 2000, AR P.00.0898.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001108.12, A.C., 2000, nr 607. Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN. OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Openbaar ministerie bij het Hof - Allerlei - Conclusies van het openbaar ministerie - Schriftelijke conclusies - Verplichting Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1105 en 1107 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Openbaar ministerie bij het Hof van Cassatie - Conclusies - Schriftelijke conclusies - Verplichting Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1105 en 1107 Fiches 5 - 6 Uit artikel 235ter, § 1, Wetboek van Strafvordering volgt dat enkel de kamer van inbeschuldigingstelling kan oordelen of de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie regelmatig zijn toegepast. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Bijzondere opsporingsmethoden - Oordeel over de regelmatige toepassing ervan Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Kamer van inbeschuldigingstelling - Oordeel over de regelmatige toepassing ervan Fiches 7 - 8 Een vonnisgerecht heeft niet de rechtsmacht om de regelmatigheid van de beslissingen van het onderzoeksgerecht rechtstreeks of onrechtstreeks te onderzoeken of te beoordelen
(1); eens de kamer van inbeschuldigingstelling de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie heeft gecontroleerd, bindt haar beslissing het vonnisgerecht; dit houdt in dat, ook al is de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling aangetast door een onregelmatigheid omdat er geen tegenspraak zou geweest zijn, het vonnisgerecht die onregelmatigheid niet mag betrekken in zijn oordeel.
(1)Cass., 18 okt. 1989, AR 7556, A.C., 1989-90, nr 98; Cass., 4 maart 2008, AR P.07.1782.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080304.18, A.C., 2008, nr 154; M. FAUSTIN-HÉLIE, Traité de l'instruction criminelle, II, Brussel, Bruylant-Christophe et compagnie, 1865, nrs 3305 e.v.; BRAAS, Précis de procédure pénale, I, 3e druk 1950, nrs 442 e.v.; M. FRANCHIMONT, A. JACOBS en A. MASSET, Manuel de procédure pénale, 2e druk, 515 e.v.; R. DECLERCQ, Onderzoeksgerechten, APR, 1993, nrs 192 e.v.; R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, 4e druk, nr
- Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Controle van de bijzondere opsporingsmethoden - Beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling - Feitenrechter - Rechtsmacht ten aanzien van die beslissing Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de bijzondere opsporingsmethoden - Feitenrechter - Rechtsmacht - Beoordeling van een onregelmatigheid van het onderzoeksgerecht Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0079.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen
- N K, beklaagde,
- M K, beklaagde, met als raadsman mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Eline Tritsmans, advocaat bij de balie te Brussel,
- G G, beklaagde,
- A K, beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 6 januari
- De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De verweerder M. K. voert aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat zijn recht van verdediging en zijn recht op een eerlijke behandeling zijn miskend: de eiser heeft hem niet meegedeeld dat hij cassatieberoep heeft aangete-kend; hij kreeg ook geen mededeling van de middelen noch van de conclusie van het openbaar ministerie. Het cassatieberoep is op 22 januari 2009 betekend aan de verweerder en dit op de door de wet voorgeschreven wijze.
- Geen enkele wettelijke bepaling noch algemeen rechtsbeginsel vereist dat in strafzaken de eisende partij haar cassatiemiddelen aan de verweerder meedeelt. De verweerder heeft de mogelijkheid ter griffie na te gaan of er middelen zijn aan-gevoerd. Een niet-mededeling van die middelen miskent het recht van verdediging niet.
- Het openbaar ministerie bij het Hof is niet verplicht een schriftelijke conclu-sie te nemen. Het ontbreken van een dergelijke schriftelijke conclusie kan dan ook niet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep moet worden ver-worpen. Verzoek tot uitstel
- De verweerder M K vraagt "minstens uitstel te verlenen om [hem] toe te la-ten een schriftelijke nota neer te leggen in antwoord op de argumentatie waarmee [hij] wordt geconfronteerd ter terechtzitting". Ter rechtszitting is enkel de argumentatie zoals die in het verzoekschrift van de ei-ser is aangevoerd, besproken en is er geen nieuwe argumentatie aangebracht. Er is dus ook geen reden om de zaak uit te stellen. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 8, 23, 556 en 609 Gerech-telijk Wetboek, de artikelen 179, 199, 200, 211, 407 en volgende, Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest oordeelt onterecht dat de onregelmatigheid van de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling die krachtens artikel 235ter Wetboek van Strafvordering de toepassing van de bijzondere opsporings-methoden observatie en infiltratie heeft gecontroleerd, tot gevolg heeft dat het bewijs dat verkregen is door de bijzondere opsporingsmethode observatie, moet worden uitgesloten zodat de strafvordering niet ontvankelijk is.
- Artikel 235ter, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De kamer van inbeschuldigingstelling is belast met de controle over de toepas-sing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie. De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt, op vordering van het openbaar ministerie, de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie bij het afsluiten van het opsporingsonderzoek waarin deze methoden werden toegepast en alvorens het openbaar ministerie tot rechtstreekse dagvaar-ding overgaat. De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt op het ogenblik dat de onder-zoeksrechter zijn dossier aan de procureur des Konings overzendt krachtens arti-kel 127, § 1, eerste lid, op vordering van het openbaar ministerie, de regelmatig-heid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie die werden toegepast in het kader van het gerechtelijk onderzoek of in het daaraan vooraf-gaande opsporingsonderzoek."
- Uit deze bepaling volgt dat enkel de kamer van inbeschuldigingstelling kan oordelen of de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie regelmatig zijn toegepast. Het vonnisgerecht kan enkel krachtens artikel 189ter, eerste lid, Wetboek van Strafvordering op basis van concrete gegevens die pas aan het licht gekomen zijn na de controle van de kamer van inbeschuldigingstelling, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de beklaagde, de burgerlijke partij of hun advocaten, de kamer van inbeschuldigingstelling gelasten de controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie uit te oefenen.
- Een vonnisgerecht heeft niet de rechtsmacht om de regelmatigheid van de beslissingen van het onderzoeksgerecht rechtstreeks of onrechtstreeks te onder-zoeken of te beoordelen. Eens de kamer van inbeschuldigingstelling de toepassing van de bijzondere op-sporingsmethoden observatie en infiltratie heeft gecontroleerd, bindt haar beslis-sing het vonnisgerecht. Dit houdt in dat, ook al is de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling aangetast door een onregelmatigheid omdat er geen tegenspraak zou geweest zijn, het vonnisgerecht die onregelmatigheid niet mag betrekken in zijn oordeel.
- Uit de stukken van de rechtspleging blijkt niet dat de beklaagden cassatiebe-roep hebben ingesteld tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 april 2008 dat uitspraak deed over de controle van de bijzondere opsporingsmethoden observatie. De vonnisrechters waren derhalve gehouden die beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling te aanvaarden.
- De appelrechters hebben geoordeeld: - "Het [hof van beroep] is als vonnisrechter gehouden om het ‘proces in zijn ge-heel' te evalueren en te toetsen aan de verdragsrechterlijke normen. Het [hof van beroep] heeft aan alle nog in zake zijnde [verweerders] de kans gegeven om vrij tegenspraak te voeren tegen de door het [openbaar ministerie] tegen hen ingebrachte gegevens waarop de strafvordering steunt, om aan de vereis-ten van een eerlijk proces te kunnen beantwoorden. Het [hof van beroep] kan aan de [verweerders] echter niet de kans geven om vrij tegenspraak te voeren omtrent het vertrouwelijk dossier, omdat het [hof van beroep] daar geen rechtsmacht toe heeft en zelfs niet over enig inzagerecht beschikt, het [hof van beroep] kan evenmin een nieuwe bomcontrole gelasten;" - "In deze zaak is duidelijk het (...) ‘behoorlijkheidsverweer' aan de orde. Nu het immers precies de doelstelling van de wetsbepaling van het artikel 235ter Sv. is om het gebrek aan tegenspraak qua inhoud van het vertrouwelijk dossier goed te maken in het licht van de vereisten van een eerlijk proces (...) en de in con-creto begane onregelmatigheid net bestaat uit een gebrek aan tegenspraak (af-zonderlijk gehoorde inverdenkinggestelden, thans beklaagden versus het open-baar ministerie), werden de rechten van verdediging in het licht van de vereis-ten van een eerlijk proces, zoals gewaarborgd door het artikel 6.
- EVRM op een onherstelbare wijze miskend;" - "Het bewijs dat gestoeld is op de bijzondere opsporingsmethode van observatie is derhalve niet onrechtmatig verkregen, doch wel ontoelaatbaar. Het ontoe-laatbaar bewijs heeft immers niets te maken met de bewijsverkrijging, maar wel met de wijze waarop het voor de rechter is gebracht;" - "Aangezien het gerechtelijk vooronderzoek in ruime mate steunt op de bijzon-dere opsporingsmethode van observatie, dient de strafvordering ingevolge de uitsluiting van dit ontoelaatbaar bewijs onontvankelijk te worden verklaard."
- Met dit oordeel beoordelen de appelrechters de regelmatigheid van de be-slissing van de kamer van inbeschuldigingstelling die krachtens artikel 235ter, § 1, Wetboek van Strafvordering alleen en uitsluitend bevoegd is de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie te controleren.
- Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige middelen
- De overige middelen behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Veroordeelt de verweerders in de kosten. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Begroot de kosten op 321,76 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 3 maart 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen K. Mestdagh L. Van hoogenbemt P. Maffei L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090303.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100216.2 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140528.3 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170719.7 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220419.2N.11 ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.098 ECLI:BE:GHCC:2009:ARR.196 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001108.12 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080304.18 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140226.7 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150630.7 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201209.2F.3 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240626.2F.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div