id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090303.8 Rolnummer: P.08.1842.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-05-07 Raadplegingen: 681 - laatst gezien 2026-07-03 03:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Op het enkel hoger beroep van de beklaagde kan zijn toestand niet worden verergerd; hij kan o.a. niet worden veroordeeld wegens misdrijven die de eerste rechter ter zijde heeft gelaten
(1).
(1)Cass., 20 dec. 1976, A.C., 1977,
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Algemeen Vrije woorden: Strafvordering - Hoger beroep alleen van de beklaagde - Verzwaring van de toestand - Wettigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 199 en 202 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Algemeen Vrije woorden: Hoger beroep alleen van de beklaagde - Verzwaring van de toestand - Wettigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 199 en 202 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.08.1842.N J J D D L, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Lieven Verdru, advocaat bij de balie te Brugge, tegen T D, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 10 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 202 en 215 Wetboek van Strafvordering: het arrest miskent de devolutieve werking van het hoger be-roep; immers, de telastlegging B waarvoor de eiser is veroordeeld was in hoger beroep niet aanhangig.
- De eiser is vervolgd wegens het misdrijf verkrachting op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van 14 jaar en beneden die van 16 jaar met de verzwarende omstandigheid dat de feiten werden gepleegd door een persoon die over het slachtoffer gezag heeft (telastlegging A) en, minstens, wegens het mis-drijf aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging op de persoon van een minderjarige die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 16 jaar niet had bereikt, met de omstandigheid dat de schuldige behoort tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben (telastlegging B).
- Het beroepen vonnis verklaart de feiten van de telastlegging A bewezen en veroordeelt op die grond de eiser tot straf. Het oordeelt vervolgens dat de recht-bank zich niet meer moet uitspreken over de telastlegging B.
- Het arrest oordeelt dat de telastleggingen A en B elk andere feiten betreffen. Het spreekt de eiser vrij wegens de telastlegging A maar verklaart daarentegen de eiser schuldig wegens de telastlegging B en veroordeelt hem daarvoor tot straf.
- Het openbaar ministerie heeft tegen het beroepen vonnis geen hoger beroep ingesteld. Op het enkel hoger beroep van de eiser kon het arrest bijgevolg, gelet op de vaststellingen die het bevat, de toestand van de eiser niet verergeren. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De grieven kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven bijgevolg geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Begroot de kosten op 156,59 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 3 maart 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen K. Mestdagh L. Van hoogenbemt P. Maffei L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090303.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220119.2F.2 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230302.1F.7 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240409.2N.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150211.4 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210609.2F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div