id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090310.9 Rolnummer: P.09.0006.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2009-08-12 Raadplegingen: 615 - laatst gezien 2026-07-03 00:46 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 149 Grondwet vereist niet dat de verklaring van de rechtsprekende jury in het veroordelend arrest wordt opgenomen
(1).
(1)Zoals verbeterd arrest P.09.0419.N van 24 maart 2009. Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - BEHANDELING TER ZITTING EN TUSSENARRESTEN. VERKLARING VAN DE JURY UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Verklaring van de rechtsprekende jury - Opname in het veroordelend arrest - Vereiste Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 Fiche 2 Artikel 149 Grondwet vereist niet dat de verklaring van de rechtsprekende jury in het veroordelend arrest wordt opgenomen
(1).
(1)Zoals verbeterd bij arrest P.09.0419.N van 24 maart 2009. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Hof van assisen - Verklaring van de rechtsprekende jury - Opname in het veroordelend arrest Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 149 Fiches 3 - 4 De eerbiediging van het recht op een eerlijk proces dat is vastgelegd in de artikelen 6.1 EVRM en 14.1 BUPO-Verdrag, wordt beoordeeld met inachtneming van de rechtspleging in haar geheel, rekening houdend met de specifieke omstandigheden eigen aan de concrete zaak
(1)
(2)
(3).
(1)Cass., 27 jan. 2009, AR P.08.1677.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090127.4, A.C., 2009, nr. ...
(2)Zie: Cass., 1 feb. 1995, AR P.94.1545.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950201.12, A.C., 1995, nr. 62.
(3)Zie: Cass., 31 mei 1995, AR P.95.0345.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950531.9, A.C., 1995, nr. 268. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Beoordeling - Criteria Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Artikel 14.1 - Recht op een eerlijk proces - Beoordeling - Criteria Fiches 5 - 7 De enkele omstandigheid dat de gezworenen voor het hof van assisen de gestelde vragen over de ten laste gelegde misdrijven slechts bevestigend of ontkennend dienen te beantwoorden zonder bijkomende motivering, levert nog geen schending op van de artikelen 6.1 EVRM en 14.1 BUPO-Verdrag
(1)
(2)
(3)
(4).
(1)Cass., 27 jan. 2009, AR P.08.1677.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090127.4, A.C., 2009, nr. ...
(2)Zie: Cass., 1 feb. 1995, AR P.94.1545.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950201.12, A.C., 1995, nr. 62.
(3)Zie: Cass., 31 mei 1995, AR P.95.0345.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950531.9, A.C., 1995, nr. 268.
(4)Cass., 30 jan. 2007, AR P.06.1390.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070130.2, A.C., 2007, nr. 55. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Hof van assisen - Verklaring van de jury - Antwoord op de vragen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Artikel 14.1 - Recht op een eerlijk proces - Hof van assisen - Verklaring van de jury - Antwoord op de vragen Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - BEHANDELING TER ZITTING EN TUSSENARRESTEN. VERKLARING VAN DE JURY UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Verklaring van de jury - Antwoord op de vragen - Recht op een eerlijk proces Fiche 8 De samenstelling van de jury en de procedure voor het hof van assisen, die niet vergelijkbaar is met deze voor de correctionele of de politierechtbank, bieden de nodige waarborgen tegen willekeur
(1).
(1)Cass., 27 jan. 2009, AR P.08.1677.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090127.4, A.C., 2009, nr. ... Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Samenstelling van de jury - Procedure voor het hof - Aard Fiche 9 De procedure voor het hof van assisen houdt in dat de beschuldigde een gemotiveerde uitspraak kan krijgen over de wettigheid en de regelmatigheid van het bewijs en voldoende kan weten welke bewijzen of verweer de jury tot zijn beslissing heeft gebracht en welke niet
(1)
(2).
(1)Cass., 27 jan. 2009, AR P.08.1677.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090127.4, A.C., 2009, nr. ...
(2)Cass., 30 jan. 2007, AR P.06.1390.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070130.2, A.C., 2007, nr. 55. Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Wijze waarop de procedure is geregeld Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 241, 294, 312bis, 313 en 377 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 10 - 12 Het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging zijn gewaarborgd wanneer de beschuldigde tijdens de procedure voor het hof van assisen de mogelijkheid heeft gehad al zijn verweermiddelen te laten gelden
(1)
(2).
(1)Cass., 27 jan. 2009, AR P.08.1677.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090127.4, A.C., 2009, nr. ...
(2)Cass., 30 jan. 2007, AR P.06.1390.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070130.2, A.C., 2007, nr. 55. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Procedure voor het hof van assisen Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.1 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Artikel 14.1 - Recht op een eerlijk proces - Procedure voor het hof van assisen Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.1 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Procedure voor het hof van assisen Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.1 Fiches 13 - 14 Bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusies, is het veroordelend arrest van het hof van assisen, ook wat de schuld betreft, regelmatig met redenen omkleed wanneer het, zoals hier, de vaststelling bevat dat de jury bevestigend heeft geantwoord op de vragen over de ten laste gelegde misdrijven die in de bewoordingen van de wet zijn omschreven en waarvan alle bestanddelen zijn aangegeven
(1)
(2)
(3).
(1)Cass., 27 jan. 2009, AR P.08.1677.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090127.4, A.C., 2009, nr. ...
(2)Zie: Cass., 31 mei 1995, AR P.95.0345.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950531.9, A.C., 1995, nr. 268
(3)Cass., 30 jan. 2007, AR P.06.1390.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070130.2, A.C., 2007, nr.
- Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - EINDARREST UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Veroordeling - Motivering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 149 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Hof van assisen - Eindarrest - Veroordeling - Motivering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 149 Tekst van de beslissing Het Hof van Cassatie, tweede kamer, bij arrest P.09.0419.N van 24 maart 2009 :Verbetert het arrest P.09.0006.N van 10 maart 2009 in die zin dat in rubriek II ‘Beslissing van het Hof', de rechtsoverweging 2, dient verbeterd te worden als volgt: "Anders dan het onderdeel aanvoert, vereist artikel 149 Grondwet niet dat ‘de verklaring van de rechtsprekende jury' in het veroordelend arrest wordt opgenomen". Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het verbeterde arrest. Brussel, 24 maart 2009 De afgevaardigd griffier, C. Van de Mergel Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0006.N H K, alias J H S, alias H H S J, alias J H S, alias H K, alias A S M F, beschuldigde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Sven Mary, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Stefanie Tack, advocaat bij de balie te Brus-sel, voor mr. Sven Mary, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest nr. 25, gewezen op 26 november 2008 door het hof van assisen van de provincie Antwerpen, waarbij uitspraak ge-daan wordt over de tegen de eiser ingestelde strafvordering. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, evenals in het bijzonder miskenning van de motiveringsverplichting: de enkele verwijzing naar de verklaring van de jury, zonder het resultaat van diens beraadslaging te vermel-den, vormt geen geldige motivering van eisers schuldigverklaring.
- Anders dan het onderdeel aanvoert, vereist artikel 149 Grondwet dat "de verklaring van de rechtsprekende jury" in het veroordelend arrest wordt opgeno-men Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 149 en 150 Grondwet, artikel 6.1 EVRM, artikel 14.1 IVBPR en de artikelen 313, 341, 342, 348, 350 en 352 Wetboek van Strafvordering, evenals in het bijzonder miskenning van de mo-tiveringsverplichting, van het verbod op rechterlijke willekeur en van het recht van verdediging: het feit dat de gezworenen op de schuldvragen antwoorden met een loutere "ja" of "neen" zonder dat hun beslissing ter zake verder gemotiveerd wordt, laat de eiser volstrekt in het ongewisse nopens het al dan niet willekeurig karakter van zijn veroordeling; het laat evenmin het Hof toe zijn wettigheidscon-trole uit te oefenen op het vlak van de regelmatigheid van de bewijsvoering en de schuldigverklaring.
- De eerbiediging van het recht op een eerlijk proces dat is vastgelegd in de artikelen 6.1 EVRM en 14.1 IVBPR, wordt beoordeeld met inachtneming van de rechtspleging in haar geheel. Dit dient beoordeeld te worden rekening houdende met de specifieke omstandigheden, eigen aan de concrete zaak. Artikel 6.1 EVRM verplicht de rechter zijn beslissingen te motiveren. Bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusies, omkleedt de rechter zijn be-slissing dat de misdrijven bewezen zijn, evenwel regelmatig met redenen door te oordelen dat de aan de beklaagde of de beschuldigde verweten en in de bewoor-dingen van de wet omschreven feiten bewezen zijn. De enkele omstandigheid dat de gezworenen voor het hof van assisen de gestelde vragen over de ten laste gelegde misdrijven slechts bevestigend of ontkennend dienen te beantwoorden zonder bijkomende motivering, levert nog geen schen-ding op van de artikelen 6.1 EVRM en 14.1 IVBPR. De samenstelling van de jury en de procedure voor het hof van assisen die niet vergelijkbaar is met deze voor de correctionele of de politierechtbank, bieden im-mers de nodige waarborgen tegen willekeur. Zo verplicht artikel 241 Wetboek van Strafvordering de procureur-generaal een akte van beschuldiging op te stellen die beschrijft: 1° de aard van het misdrijf dat aan de beschuldiging ten grondslag ligt; 2° het feit en alle omstandigheden die de straf kunnen verzwaren of verminderen. Artikel 294 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de akte van beschuldiging aan de beschuldigde moet worden betekend samen met de dagvaarding om voor het hof van assisen te verschijnen. Overeenkomstig artikel 312bis Wetboek van Strafvordering dienen de partijen onmiddellijk na de eedaflegging van de jury en vóór de aanvang van de verdere rechtspleging de middelen bedoeld in artikel 235bis Wetboek van Strafvordering die zij aan de feitenrechter kunnen onderwerpen, bij conclusie te omschrijven. Het hof van assisen moet daarover onmiddellijk uitspraak doen. Tegen dit arrest kan cassatieberoep worden ingesteld samen met het cassatieberoep tegen het eind¬arrest. Overeenkomstig artikel 313 Wetboek van Strafvordering moet onmiddellijk daar-na onder meer de procureur-generaal de akte van beschuldiging voorlezen en de raadsman de akte van verdediging. De verdere procedure voor het hof van assisen kenmerkt zich door de onmiddellijkheid van het mondeling voorstellen en bedis-cussiëren van het bewijs en huldigt een maximaal recht op tegenspraak en verde-diging. Overeenkomstig artikel 377 en volgende Wetboek van Strafvordering spreekt ten slotte de jury zich uit over de schuld aan de hand van precieze vragen die uit de akte van beschuldiging volgen en eventuele vragen over een of meer verzwarende omstandigheden of over een door de beschuldigde aangevoerde grond van ver-schoning. Deze procedure voor het hof van assisen houdt in dat de beschuldigde een gemo-tiveerde uitspraak kan krijgen over de wettigheid en de regelmatigheid van het bewijs en voldoende kan weten welke bewijzen of verweermiddelen de jury tot zijn beslissing heeft gebracht en welke niet. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging zijn gewaar-borgd wanneer de beschuldigde, zoals hier, tijdens de procedure voor het hof van assisen de mogelijkheid heeft al zijn verweermiddelen te laten gelden. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de akte van beschuldiging die vóór de aanvang van het assisenproces aan de ei-ser werd betekend, op zeer concrete wijze de feiten die aan de eiser werden ten laste gelegd, omschrijft; - de eiser geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een conclusie in de zin van artikel 312bis Wetboek van Strafvordering neer te leggen; - de eiser een akte van verdediging heeft voorgelezen en onder meer de gezwo-renen heeft laten overhandigen; in deze akte van verdediging betwist de eiser niet dat "in de menselijke betekenis van het woord geen rechtvaardiging (be-staat) voor hetgeen hij gedaan heeft (...) [hij] deelnam aan deze gruwelijke feiten (...) [hij] (..) zeer ernstige feiten (heeft) gepleegd" waarvoor hij en niemand anders verantwoordelijk is. Bij de beoordeling van de schuldvraag benadrukt eiser dat hij niet om straffeloosheid verzoekt, maar dat "[hij] enkel gestraft kan worden voor zijn aandeel", en aldus veroordeeld zou worden voor het misdrijf dat overeenstemt met de door hem gepleegde daden; - de eiser op geen enkel ogenblik een conclusie heeft neergelegd waarin hij een rechtsprobleem of een feitelijke betwisting opwerpt; - de eiser evenmin bij conclusie het stellen van een bijkomende vraag heeft voorgesteld met betrekking tot een verschoningsgrond.
- Bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusies, is het veroordelend ar-rest van het hof van assisen, ook wat de schuld betreft, regelmatig met redenen omkleed wanneer het, zoals hier, de vaststelling bevat dat de jury bevestigend heeft geantwoord op de vragen over de ten laste gelegde misdrijven die in de be-woordingen van de wet zijn omschreven en waarvan alle bestanddelen zijn aange-geven.
- Bij de bepaling van de strafmaat houdt het hof, dit zijn ook de gezworenen, daarenboven rekening met de vaststelling dat bepaalde beschuldigden, waaronder de eiser, "twee mensen gedurende vier dagen gegijzeld hielden; dat tijdens deze gijzeling de slachtoffers geslagen en geschopt werden; dat zij op een onmenselijke wijze gefolterd werden; dat zij onder meer zwaar op de voetzolen geslagen wer-den; dat brandwonden werden veroorzaakt; dat de verdrinkingsdood of verstik-king werd gesimuleerd; dat één van beide slachtoffers anaal werd verkracht met een stok" (arrest p. 11), en wat het respectievelijke aandeel van elk der beschul-digden betreft, dat indien uit het onderzoek ter rechtszitting is gebleken dat een andere beschuldigde het grootste aandeel had in de folterpraktijken, "eveneens ge-bleken is dat [de eiser] een leidend figuur was die grote invloed had op de mede-beschuldigden" (arrest p. 12). Aldus bepaalt het bestreden arrest al concreet eisers schuld en aandeel in de ten laste gelegde feiten.
- In de gegeven omstandigheden verantwoordt het bestreden arrest zonder schending van de in het onderdeel vermelde artikelen en zonder miskenning van de vermelde algemene rechtsbeginselen zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 91,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 10 maart 2009 uitgesproken door afdelingsvoor-zitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. C. Van de Mergel K. Mestdagh L. Van hoogenbemt E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090310.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090610.3 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090610.9 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091014.1 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091014.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950201.12 ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950531.9 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070130.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090127.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div