id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090316.3 Rolnummer: C.08.0404.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-04-15 Raadplegingen: 222 - laatst gezien 2026-07-03 00:15 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Hoewel de rechter zo nodig de niet-ontvankelijkheid van de vordering wegens afwezigheid van de overeenkomstig artikel 3 van de Hypotheekwet vereiste kantmelding moet opwerpen, ontslaat dit hem er niet van toepassing te maken van artikel 774, tweede lid Ger.W. teneinde aldus het recht van verdediging van de partijen te vrijwaren. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - Onroerende publiciteit - Randmelding Vrije woorden: Ambtshalve opgeworpen exceptie - Afwijzing van de vordering - Heropening van het debat Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 774, tweede lid Algemeen rechtsbeginsel Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - Onroerende publiciteit - Randmelding Vrije woorden: Recht van verdediging - Burgerlijke zaken - Ambtshalve opgeworpen exceptie - Afwijzing van de vordering - Heropening van het debat Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 774, tweede lid Algemeen rechtsbeginsel Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.08.0404.N V.J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- K.D.
- W.L., die keuze van woonplaats gedaan hebben bij gerechtsdeurwaarder ... verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 25 februari 2008 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 9 februari 2009 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 774, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, moet de rechter de heropening van het debat bevelen, alvorens een vordering geheel of gedeeltelijk af te wijzen op grond van een exceptie die de partijen voor hem niet hadden ingeroepen.
- De appelrechters verklaren de vordering van de eiser in verband met een servitudeweg ambtshalve niet ontvankelijk omdat van deze vordering geen kantmelding is gebeurd overeenkomstig artikel 3 van de Hypotheekwet.
- Hoewel de rechter zo nodig de niet-ontvankelijkheid wegens afwezigheid van de wettelijk vereiste kantmelding moet opwerpen, ontslaat dit hem er niet van toepassing te maken van het tweede lid van artikel 774 van het Gerechtelijk Wetboek, teneinde aldus het recht van verdediging van de partijen te vrijwaren.
- Het blijkt niet dat de verweerders hebben ingeroepen dat de vordering niet ontvankelijk was wegens afwezigheid van de kantmelding ervan overeenkomstig artikel 3 van de Hypotheekwet. De appelrechters die deze vordering ambtshalve niet ontvankelijk verklaren zonder eerst het debat te heropenen, schenden artikel 774, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Het middel is gegrond. Tweede middel
- De appelrechters wijzen de vordering van de eiser in verband met de lozing van vervuild water af omdat niet is bewezen dat de vastgestelde vervuiling aan de verweerders kan worden toegerekend. Zij steunen deze beslissing op de overweging dat het verslag van Lisec van 9 juli 2007 dat tot staving van de aangevoerde vervuiling is neergelegd, niet vermeldt waar het onderzochte staal is genomen.
- Uit het verslag waarnaar de appelrechters verwijzen blijkt dat de firma Lisec vermeldt dat de uitgevoerde wateranalyse het slootwater betreft op het adres van de verweerders. De appelrechters geven aldus een uitlegging van het verslag van Lisec van 9 juli 2007 die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is en miskennen aldus de bewijskracht van deze akte. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de vordering van de eiser in verband met de servitudeweg en de drainage en afwatering op het perceel van de eiser en in zoverre het uitspraak doet over de gerechtskosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Luc Van hoogenbemt en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 16 maart 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. Ph. Van Geem B. Deconinck L. Van hoogenbemt E. Stassijns E. Dirix R. Boes PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090316.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div