← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090317.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090317.7 Rolnummer: P.08.1623.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2009-05-07 Raadplegingen: 577 - laatst gezien 2026-07-03 00:14 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Indien een zaak volledig wordt hernomen voor andere rechters dan deze die eerst van de zaak kennis hebben genomen, moeten in de regel de partijen hun conclusies ook hernemen voor de nieuw samengestelde zetel, maar de enige sanctie op de niet-herneming van de conclusies, is dat de nieuwe rechter die niet expliciet moet beantwoorden; de niet-herneming van conclusies is evenwel vreemd aan de bewijslevering, die niet geschiedt op grond van een conclusie maar onder meer op basis van stukken die aan de tegenspraak van de partijen zijn onderworpen

(1)
(2). Cass., 16 okt. 1985, AR 4221, A.C., 1985-1986, nr 102; Cass., 11 feb. 1998, AR P.97.1339.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980211.18, A.C., 1998, nr 83; Cass., 10 nov. 1999, AR P.99.0689.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991110.20, A.C., 1999, nr 599; Cass., 8 nov. 2005, AR P.05.0976.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051108.18, A.C., 2005, nr 574.
(2)De eiser voerde schending aan van de artikelen 3 en 4 V.T.Sv., 1315 B.W. en 870 Ger.W. en hield voor dat het bestreden arrest van 26 september 2008 geen schadevergoeding kon toekennen aan de verweerders omdat zij hun conclusie niet hadden hernomen na de integrale herneming van de zaak in een andere zetelsamenstelling. Het Hof stelt evenwel vast dat de als geschonden aangevoerde artikelen 1315 B.W en 870 Ger. W. handelen over het bewijs en dat een onderscheid dient gemaakt te worden tussen de bewijslevering (die gesteund kan zijn op andere stavingstukken die aan de tegenspraak van de partijen werden onderworpen) en het probleem van het niet-hernemen van de conclusies bij de volledige herneming van de zaak voor een nieuwe zetel. In de bestreden beslissing oordeelden de appelrechters dat uit het feit dat de verweerders verstek lieten gaan (na het neerleggen van conclusies voor de zetel in zijn eerste samenstelling) niet kon worden afgeleid dat zij hun oorspronkelijke vordering niet langer handhaafden en dat uit het dossier kon worden opgemaakt dat zij minstens morele schade leden, die geraamd werd op 1 euro. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Verstek (Gerechtelijk Wetboek) - Rechtspleging Vrije woorden: Neerlegging van conclusies door partijen - Volledige herneming van de zaak voor een andere zetel - Niet-herneming van de conclusies Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 Vrije woorden: Neerlegging van conclusies door partijen - Volledige herneming van de zaak voor een andere zetel - Niet-herneming van de conclusies - Bewijslevering - Andere stukken die aan de tegenspraak van de partijen zijn onderworpen - Onderscheid Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Verstek (Gerechtelijk Wetboek) - Rechtspleging Vrije woorden: Neerlegging van conclusies - Volledige herneming van de zaak voor een andere zetel - Niet-herneming van de conclusies - Bewijslevering - Andere stukken die aan de tegenspraak van de partijen zijn onderworpen - Onderscheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 149 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.08.1623.N I A. en M. G. & C° nv, voor wie optreedt Kurt VANLERBERGHE, lasthebber ad hoc, advocaat, beklaagde, eiser. II
  1. J-M C L, beklaagde,
  2. M J G, beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, beide cassatieberoepen tegen
  3. M V, burgerlijke partij,
  4. M V, burgerlijke partij,
  5. E V, burgerlijke partij,
  6. L W, burgerlijke partij,
  7. J V, burgerlijke partij,
  8. V V, burgerlijke partij,
  9. S V, burgerlijke partij,
  10. L S, burgerlijke partij,
  11. G V, burgerlijke partij,
  12. R U, burgerlijke partij,
  13. G S, burgerlijke partij,
  14. M-C S, burgerlijke partij,
  15. F V, burgerlijke partij,
  16. J P, burgerlijke partij,
  17. I V, burgerlijke partij,
  18. N V, burgerlijke partij,
  19. A P, burgerlijke partij,
  20. A D, burgerlijke partij,
  21. J L, burgerlijke partij,
  22. R-M B, in eigen naam en als vertegenwoordigster van de goederen van haar minderjarige dochter J. B., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 16 februari 2007 en 26 september
  23. De eiseres I voert geen middel aan. De eisers II voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Zij doen eveneens zonder berusting gedeeltelijk afstand van hun cassatieberoep. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand
  24. Met betrekking tot de beslissing waarbij de eisers II hoofdelijk, samen met Garwig nv, worden veroordeeld tot het betalen van een voorschot van telkens 1 euro, meer de verwijlintrest, aan de verweerders A.P., A.D. en R-M B. in haar beide hoedanigheden, houden de appelrechters niets aan om er later uitspraak over te doen. Deze beslissing is een eindbeslissing in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering. De afstand wordt niet verleend. Middel
  25. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, artikel 1315 Burgerlijk Wetboek en artikel 870 Ge-rechtelijk Wetboek: daar de verweerders 17, 18 en 20 hun conclusies niet herno-men hebben voor de zetel die de zaak volledig heeft hernomen, vermochten de appelrechters de burgerlijke rechtsvordering van die verweerders niet toe te ken-nen daar ze door die niet-herneming van hun conclusie hun schade niet bewijzen.
  26. Indien een zaak volledig wordt hernomen voor andere rechters dan deze die eerst van de zaak kennis hebben genomen, moeten in de regel de partijen hun con-clusies ook hernemen voor de nieuw samengestelde zetel. De enige sanctie op de niet-herneming van de conclusies, is dat de nieuwe rechter die niet expliciet moet beantwoorden.
  27. De niet-herneming van conclusies is echter vreemd aan de bewijslevering. De bewijslevering geschiedt immers niet op grond van een conclusie maar onder meer op basis van stukken die aan de tegenspraak van de partijen zijn onderwor-pen. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  28. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de partijen in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 159,09 euro waarvan de eiser I 79,54 euro verschuldigd is en de eisers II 79,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 17 maart 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynky P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090317.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190911.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980211.18 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991110.20 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051108.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.