id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090324.5 Rolnummer: P.08.1881.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2009-05-07 Raadplegingen: 671 - laatst gezien 2026-07-03 02:13 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het specialiteitsbeginsel, krachtens hetwelk de persoon die aan België is uitgeleverd hier niet mag worden vervolgd voor feiten die werden gepleegd vóór zijn uitlevering en waarvoor de uitlevering niet werd verzocht, geldt evenwel onder meer niet langer wanneer de betrokken persoon vrijwillig afstand doet van het voordeel van de specialiteitsvoorwaarde; deze afstand die de rechter onaantastbaar vaststelt, kan ook stilzwijgend geschieden, voor zover hij duidelijk en vrij is. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit - Overlevering - Specialiteitsbeginsel - Afstand - Vaststelling door de rechter - Stilzwijgende afstand - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 37, § 1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiches 2 - 3 De rechter stelt onaantastbaar vast of er stilzwijgende afstand is van het specialiteitsbeginsel; het Hof toetst slechts of de feiten die de rechter vaststelt, zijn juridische gevolgtrekking kunnen verantwoorden. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit - Overlevering - Specialiteitsbeginsel - Stilzwijgende afstand - Vaststelling door de rechter - Opdracht van het Hof Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 37, § 1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit - Overlevering - Specialiteitsbeginsel - Stilzwijgende afstand Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 37, § 1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiche 4 Een persoon die overgeleverd is op grond van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit en die geen afstand deed van het specialiteitsbeginsel, kan toch worden vervolgd en berecht voor "enig ander feit" dan dat welk de reden tot zijn overlevering is geweest en dat strafbaar is gesteld met een vrijheidsstraf of met een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel, zonder dat de toestemmingsprocedure hoeft te worden gevolgd, op voorwaarde dat tijdens de strafvervolging geen vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd; indien de persoon echter wordt veroordeeld tot een vrijheidsbeperkende straf of maatregel, kan die straf pas worden uitgevoerd indien toestemming is verleend
(1).
(1)HvJ C-388/08, Leymann en Pustovarov, (1 dec. 2008), voorlopig enkel te consulteren op www.curia.eu Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit - Overlevering - Geen afstand van het specialiteitsbeginsel - Ander feit dan dat welke de reden tot overlevering was - Ander feit strafbaar gesteld met een vrijheidsstraf of met een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel - Vervolging en berechting zonder toestemming van de uitvoerende autoriteit - Voorwaarde - Veroordeling tot een vrijheidsbeperkende straf of maatregel - Uitvoering Wettelijke bepalingen: Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van de EU van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten - 13-06-2002 - Artt. 27, 2 en 3, c Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 37, §§ 1 en 2, 3° et 6°, laatste lid - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiche 5 De enkele veroordeling tot een gevangenisstraf is nog geen maatregel die de individuele vrijheid beperkt als bedoeld in artikel 37, § 2, 3°, Wet Europees Aanhoudingsbevel. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit - Overlevering - Specialiteitsbeginsel - Vervolging en berechting voor een ander feit dan dat welke de reden tot overlevering was - Strafprocedure die geen aanleiding geeft tot de toepassing van een maatregel die de individuele vrijheid beperkt - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 37, § 2, 3° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Annotaties Publicaties: T. Straf. - VAN GAEVER Jan - 2009/6 - p. 310-317 T.Strafr. - VAN GAEVER Jan - 2009/6 - p. 310-317 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.08.1881.N J E G S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Herwig Moons, advocaat bij de balie te Dendermonde, tegen J A-S, advocaat, met kantoor te 2230 Herselt, Herentalsesteenweg 52, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van ACTIONCREW nv, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 24 november
- De eiser voert in een memorie en in twee andere memories die allen aan dit arrest zijn gehecht, samen negen middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel (eerste memorie)
- Het middel voert miskenning aan van het specialiteitsbeginsel inzake uitle-vering: Luxemburg heeft de eiser in 2004 aan België uitgeleverd voor wel bepaal-de feiten en niet voor andere; in 2007 heeft Nederland de eiser uitgeleverd op grond van een Europees aanhoudingbevel voor nieuwe bepaalde feiten en niet voor andere; de eiser heeft nooit de status van uitgeleverde persoon verloren; de eiser kan derhalve niet vervolgd, veroordeeld of van zijn vrijheid benomen wor-den wegens enig ander - vóór de uitlevering - begaan feit dan dat waarvoor de uit-levering is toegestaan.
- De persoon die aan België is uitgeleverd, mag hier niet worden vervolgd voor feiten die werden gepleegd vóór zijn uitlevering en waarvoor de uitlevering niet werd verzocht. Het specialiteitsbeginsel geldt evenwel onder meer niet langer wanneer de betrokken persoon vrijwillig afstand doet van het voordeel van de specialiteitsvoorwaarde. Deze afstand kan ook stilzwijgend geschieden, voorzover hij duidelijk en vrij is. De rechter stelt dit onaantastbaar vast. Het Hof toetst slechts of de feiten die de rechter onaantastbaar vaststelt, zijn juridische gevolg-trekking kunnen verantwoorden.
- Uit de overwegingen van het bestreden arrest blijkt vooreerst dat: - de eiser na zijn uitlevering door het Groot-Hertogdom Luxemburg aan België bij arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Gent van 14 juni 2005 voorlopig in vrijheid werd gesteld onder de voorwaarde "België nooit te verlaten". Die voorwaardelijke invrijheidstelling kon maar worden uitgevoerd nadat de eiser ook nog in een andere zaak bij arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Antwerpen van 1 juli 2005 voorlopig in vrijheid was gesteld; - de onderzoeksrechter te Dendermonde op 20 september 2007 tegen de eiser, die ondertussen in Nederland was aangetroffen, een Europees aanhoudingsbe-vel heeft uitgevaardigd voor andere feiten.
- Op grond van deze onaantastbare vaststelling dat de eiser het land heeft ver-laten ondanks de hem opgelegde voorwaarde dat niet te doen, oordeelt het bestre-den arrest dat de specialiteitsvoorwaarde "uitdoofde". Hiermede bedoelt het be-streden arrest dat de eiser afstand heeft gedaan van de specialiteitsvoorwaarde bij zijn uitlevering door Luxemburg. Het middel dat dat ervan uitgaat dat de eiser nooit afstand zou hebben gedaan van de specialiteitsvoorwaarde bij zijn uitlevering door Luxemburg, kan niet worden aangenomen. Eerste middel (tweede memorie)
- Het middel voert miskenning van de motiveringsplicht aan: het arrest is be-treffende eisers verweer over het specialiteitsbeginsel tegenstrijdig gemotiveerd.
- In conclusie voerde de eiser aan dat het specialiteitsbeginsel belet dat hij voor de in deze procedure aanhangige feiten wordt vervolgd daar dit andere feiten zijn dan deze waarvoor de Nederlandse overheid ingevolge een door België uitge-vaardigd Europees aanhoudingsbevel hem heeft overgeleverd.
- Het arrest verwerpt dit verweer met het oordeel: "Blijkbaar geven de feiten waarvoor de overlevering door Nederland aanleiding geven, geen aanleiding tot vrijheidsbeperkende maatregelen, terwijl de huidige strafprocedure daartoe evenmin aanleiding geeft. Zodoende is het verzoek van [de eiser] tot vaststelling van de onmogelijkheid van vervolging voor de feiten van huidige vervolging niet gegrond."
- Artikel 37, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt: "Een persoon overgeleverd op grond van een Europees Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit kan niet worden vervolgd, veroordeeld of van zijn vrijheid worden benomen wegens een ander, voor zijn overlevering gepleegd strafbaar feit dan dat waarop de overlevering betrekking heeft." Artikel 37, § 2, 3°, van dezelfde wet bepaalt dat de in de vorige paragraaf gestelde regel niet van toepassing is ingeval "de strafprocedure geen aanleiding geeft tot de toepassing van een maatregel die de individuele vrijheid van de betrokkene be-perkt".
- Die bepalingen zijn de transpositie in het interne recht van artikel 27, 2 en 3, c, van het Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 be-treffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tus-sen de lidstaten. Volgens die bepalingen betreft de vermelde uitzondering, zoals het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap die uitlegt (arrest m.c- 388/08 in de zaak Leymann en Pustovarov van 1 december 2008), een situatie waarin de strafvervolging niet leidt tot de toepassing van een maatregel die de persoonlijke vrijheid van de betrokkene beperkt. In het kader van die uitzondering kan een per-soon dus worden vervolgd en berecht voor "enig ander feit" dan dat welk de reden tot zijn overlevering is geweest, dat strafbaar is gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel, zonder dat de toestemmingspro-cedure hoeft te worden gevolgd, op voorwaarde dat tijdens de strafvervolging geen vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd. Indien de persoon echter wordt veroordeeld tot een vrijheidsbeperkende straf of maatregel, kan die straf pas worden uitgevoerd indien toestemming is verleend. Hieruit volgt dat de enkele veroordeling tot een gevangenisstraf nog geen maatre-gel is die de individuele vrijheid van de eiser beperkt als bedoeld in artikel 37, § 2, 3°, Wet Europees Aanhoudingsbevel.
- In die context is er geen tegenstrijdigheid tussen het vermelde oordeel en het dictum van het bestreden arrest dat de eiser tot een effectieve gevangenisstraf ver-oordeelt. Het middel mist feitelijke grondslag. Overige grieven
- De grieven, voor zover ze tegen het bestreden arrest zijn gericht en geen on-derzoek van feiten vergen waartoe het Hof geen bevoegdheid heeft, zijn te ver-ward om regelmatige cassatiemiddelen uit te maken. De grieven zijn niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 126,09 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 24 maart 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. C. Van de Mergel P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090324.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170912.2 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230207.2N.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150916.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210929.2F.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div