← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090331.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090331.3 Rolnummer: P.09.0162.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 839 - laatst gezien 2026-07-03 01:35 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090331.3 Fiches 1 - 4 Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling de vreemdeling, die met toepassing van artikel 3, vierde lid, Uitleveringswet 1874 is opgesloten, in vrijheid stelt, geldt voor de ontvankelijkheid van het cassatieberoep niet artikel 31, § 2 Voorlopige Hechteniswet, maar de gemeenrechtelijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Invrijheidstelling door de kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Toepasselijke wetsbepalingen Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Invrijheidstelling door de kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Openbaar ministerie en vervolgende partij UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Invrijheidstelling door de kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Toepasselijke wetsbepalingen Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Invrijheidstelling door de kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Ontvankelijkheid Fiches 5 - 6 Krachtens artikel 3, tweede lid, Uitleveringswet 1874 moeten de onderzoeksgerechten nagaan of de door de bevoegde vreemde overheid overgelegde akte, op het ogenblik van hun beslissing, aan de vereisten van de wet en van het uitleveringsverdrag voldoet en of de algemene en bijzondere uitleveringsvoorwaarden zijn vervuld
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Exequatur - Onderzoeksgerechten - Opdracht Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Exequatur - Opdracht Fiches 7 - 8 Uit de artikelen 5.4 E.V.R.M. en 3 en 5 Uitleveringswet 1874 volgt dat de uitvoerende macht als enige bevoegd is om, op advies van de kamer van inbeschuldigingstelling, te beslissen over de uitlevering; de persoon die is opgesloten om te worden uitgeleverd en die dus ter beschikking staat van de uitvoerende macht, heeft wel het recht de rechter te vragen op korte termijn te beslissen over de wettigheid van zijn gevangenhouding
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Recht op vrijheid en veiligheid - Arrestatie of gevangenhouding - Recht om voorziening te vragen bij de rechter - Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Toepasselijkheid Fiches 9 - 10 Wanneer de persoon, die is opgesloten om te worden uitgeleverd en die ter beschikking staat van de uitvoerende macht, de rechter vraagt de wettigheid van zijn gevangenhouding te onderzoeken, kan dit onderzoek door de rechter niet inhouden dat deze de eerder gedane uitvoerbaarverklaring van de door de verzoekende staat overgelegde akten in vraag kan stellen; de rechter kan derhalve niet opnieuw de regelmatigheid van het verzoek tot uitlevering of van het door de verzoekende staat afgeleverde bevel tot aanhouding onderzoeken, wanneer daarover door de bevoegde rechter reeds definitief uitspraak is gedaan
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Exequatur door de raadkamer - Afwezigheid van hoger beroep - Navolgend verzoek tot invrijheidstelling - Afwijzing door de raadkamer - Hoger beroep van de vreemdeling - Kamer van inbeschuldigingstelling - Bevoegdheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Passieve uitlevering - Exequatur door de raadkamer - Afwezigheid van hoger beroep - Navolgend verzoek tot invrijheidstelling - Afwijzing door de raadkamer - Hoger beroep van de vreemdeling - Bevoegdheid Fiches 11 - 20 Conclusie van advocaat-generaal DUINSLAEGER. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Invrijheidstelling door de kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Toepasselijke wetsbepalingen Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Invrijheidstelling door de kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Openbaar ministerie en vervolgende partij UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Invrijheidstelling door de kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Toepasselijke wetsbepalingen Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Invrijheidstelling door de kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Exequatur - Onderzoeksgerechten - Opdracht Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Exequatur - Opdracht Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Verzoek tot invrijheidstelling - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Recht op vrijheid en veiligheid - Arrestatie of gevangenhouding - Recht om voorziening te vragen bij de rechter - Passieve uitlevering - Uitleveringsdetentie na exequatur - Toepasselijkheid Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Passieve uitlevering - Exequatur door de raadkamer - Afwezigheid van hoger beroep - Navolgend verzoek tot invrijheidstelling - Afwijzing door de raadkamer - Hoger beroep van de vreemdeling - Kamer van inbeschuldigingstelling - Bevoegdheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Passieve uitlevering - Exequatur door de raadkamer - Afwezigheid van hoger beroep - Navolgend verzoek tot invrijheidstelling - Afwijzing door de raadkamer - Hoger beroep van de vreemdeling - Bevoegdheid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0162.N. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWER-PEN, eiser in cassatie, tegen A K, vreemdeling van wie de uitlevering wordt gevraagd, verweerder, met als raadsman mr. Raf Jespers, advocaat bij de balie te Antwerpen, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Ivo Flachet, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Raf Jespers. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 december
  1. De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest wordt gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. De verweerder voert twee middelen van niet-ontvankelijkheid van het cassa-tieberoep aan.
  3. In een eerste middel voert de verweerder aan dat krachtens artikel 31, § 2, Voorlopige Hechteniswet het openbaar ministerie geen cassatieberoep kan instel-len tegen een beslissing die de vreemdeling van wie de uitlevering is gevraagd, in vrijheid stelt.
  4. Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling de vreemdeling die met toe-passing van artikel 3, vierde lid, Uitleveringswet 1874 is opgesloten, in vrijheid stelt, geldt voor de ontvankelijkheid van het cassatieberoep niet artikel 31, § 2, Voorlopige Hechteniswet maar de gemeenrechtelijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. Het eerste middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep moet worden verworpen.
  5. In een tweede middel voert de verweerder aan dat het cassatieberoep niet is betekend binnen de termijn van drie dagen, bedoeld in artikel 418, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
  6. De voornoemde termijn is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid.
  7. Het cassatieberoep is aan de verweerder betekend op 12 januari
  8. Op 10 februari 2009 heeft de verweerder een memorie van antwoord en op 27 maart 2009 een antwoord nota neergelegd. Zijn recht van verdediging is dan ook niet miskend. Het tweede middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep moet even-eens worden verworpen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikelen 8, 23, 556 en 609 Gerechtelijk Wetboek; - artikelen 179, 199, 200, 211 en 407 Wetboek van Strafvordering; - artikelen 3 en 5 Uitleveringswet
  9. Artikel 5.1, f EVRM bepaalt: "Eenieder heeft recht op persoonlijke vrijheid en veiligheid. Niemand mag van zijn vrijheid worden beroofd, behalve in de navol-gende gevallen en langs wettelijke weg (...) in het geval van rechtmatige arresta-tie of gevangenhouding van personen (...) indien tegen hen een uitwijzings- of uit-leveringsprocedure hangende is." Artikel 5.4 EVRM bepaalt: "Eenieder die door arrestatie of gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd heeft het recht voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn gevangenhouding en zijn invrijheidstelling beveelt, indien de gevangenhouding onrechtmatig is."
  10. Artikel 5 Uitleveringswet 1874 regelt de aanhouding met het oog op de uitle-vering. Artikel 5, vierde lid, van deze wet bepaalt: "De vreemdeling kan zijn voorlopige invrijheidstelling verzoeken in de gevallen waar een Belg hetzelfde voorrecht ge-niet en dit onder dezelfde voorwaarden. Zijn verzoek wordt aan de raadkamer voorgelegd." Artikel 3, tweede lid, Uitleveringswet 1874 bepaalt: "[De uitlevering] zal even-eens worden toegestaan op overlegging van het bevel tot aanhouding of van iede-re andere akte die dezelfde kracht heeft, door de bevoegde vreemde overheid ver-leend, op voorwaarde dat deze akten duidelijk de feiten omschrijven, voor dewel-ke ze werden verleend, en dat ze uitvoerbaar worden verklaard door de raadka-mer van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de vreemdeling in België verblijft of kan worden gevonden." Krachtens dit artikel moet de raadkamer nagaan of de door de bevoegde vreemde overheid overgelegde akte, op het ogenblik van haar beslissing, aan de vereisten van de wet en van het uitleveringsverdrag voldoet en of de algemene en bijzonde-re uitleveringsvoorwaarden zijn vervuld.
  11. Artikel 3, vierde lid, Uitleveringswet 1874 bepaalt: "Zodra de vreemdeling ter uitvoering van een der akten hierboven vermeld en na behoorlijke betekening er-van, zal zijn opgesloten, zal de regering het advies inwinnen van de kamer van in-beschuldigingstelling van het hof van beroep in het rechtsgebied waarvan de vreemdeling werd aangehouden."
  12. Uit die bepalingen volgt dat de uitvoerende macht als enige bevoegd is om, op advies van de kamer van inbeschuldigingstelling, te beslissen over de uitlevering. De persoon die is opgesloten om te worden uitgeleverd en die dus ter beschikking staat van de uitvoerende macht, heeft wel het recht de rechter te vragen op korte termijn te beslissen over de wettigheid van zijn gevangenhouding.
  13. Dit onderzoek door de rechter kan evenwel niet inhouden dat deze de eerder gedane uitvoerbaarverklaring van de door de verzoekende staat overgelegde akten in vraag kan stellen. De rechter kan derhalve niet opnieuw de regelmatigheid van het verzoek tot uitlevering of van het door de verzoekende staat afgeleverde bevel tot aanhouding onderzoeken, wanneer daarover door de bevoegde rechter reeds definitief uitspraak is gedaan.
  14. Tegen de beschikking tot uitvoerbaarverklaring van de raadkamer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, Uitleveringswet 1874, kan hoger beroep worden aangetekend bij de kamer van inbeschuldigingstelling. De persoon wiens uitlevering wordt verzocht, moet dit rechtsmiddel instellen bin-nen de termijn van vierentwintig uur vanaf de betekening van de beschikking tot uitvoerbaarverklaring. De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt dan op haar beurt of de door de bevoegde vreemde overheid overgelegde akte, op het ogenblik van haar beslis-sing, aan de vereisten van de wet en van het uitleveringsverdrag voldoet en of de algemene en bijzondere uitleveringsvoorwaarden vervuld zijn.
  15. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het buitenlands bevel tot aanhouding van 10 maart 2008 bij beschikking van de raadkamer van 23 oktober 2008 uitvoerbaar werd verklaard; - dit bevel tot aanhouding samen met de beschikking tot uitvoerbaarverklaring werd betekend op 7 november 2008; - de verweerder tegen de beschikking van 23 oktober 2008 geen rechtsmiddel heeft aangewend. De beschikking tot uitvoerbaarverklaring was derhalve niet meer voor enig rechtsmiddel vatbaar en de kamer van inbeschuldigingstelling was bijgevolg ge-houden die uitvoerbaarverklaring te aanvaarden.
  16. De appelrechters oordelen: "[De verweerder] is aangehouden in het kader van een nieuw verzoek tot uitlevering, nadat de voorgaande beslissing tot uitlevering van de Belgische regering werd vernietigd door de Raad van State. Prima facie is het nieuw verzoek tot uitlevering behept met hetzelfde gebrek als het initieel ver-zoek tot uitlevering. De verdere vrijheidsberoving van [de verweerder] op grond van dit uitleveringsverzoek is derhalve niet verantwoord."
  17. Met dit oordeel onderzoeken de appelrechters opnieuw of de door de bevoeg-de vreemde overheid overgelegde akte aan de vereisten van de wet en van het uit-leveringsverdrag voldoet en of de algemene en bijzondere uitleveringsvoorwaar-den vervuld zijn. Zij doen derhalve een uitspraak over de uitvoerbaarverklaring van die akte waaromtrent de raadkamer eerder een beschikking wees, waartegen geen rechtsmiddel werd aangewend. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht, zodat het ar-rest de vermelde wetsbepalingen schendt. Middel
  18. Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldi-gingstelling, anders samengesteld. Begroot de kosten op 106,90 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 31 maart 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090331.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090331.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170301.4 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201118.2F.17 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220112.2F.13 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250408.2N.25 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100713.2 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120229.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150401.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151117.4 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180314.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200408.2F.10 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240227.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.