id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090331.4 Rolnummer: P.09.0352.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 715 - laatst gezien 2026-07-03 00:05 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing voor de onderzoeksgerechten die geen uitspraak doen over de gegrondheid van de strafvordering, maar dit doet geen afbreuk aan de verplichting van het onderzoeksgerecht te antwoorden op de conclusie van de inverdenkinggestelde
(1).
(1)Cass., 20 sept. 2000, AR P.00.1185.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000920.11, A.C., 2000, nr 484; Cass., 21 mei 2002, AR P.01.0353.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020521.9, A.C., 2002, nr 309 met concl. proc.-gen. du Jardin; Cass., 23 okt. 2002, AR P.02.1088.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021023.10, A.C., 2002, nr 562; Cass., 14 dec. 2005, AR P.05.0185.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051214.6, A.C., 2005, nr 674; Cass., 24 jan. 2006, AR P.05.1125.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3, A.C., 2006, nr 50; Cass., 11 maart 2008, AR P.07.1717.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2, A.C., 2008, nr 168. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Redengeving - Artikel 149, Grondwet 1994 - Toepasselijkheid Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Toepasselijkheid Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Verplichting tot antwoord Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Redengeving - Conclusie - Verplichting tot antwoord Fiches 5 - 6 Wanneer de voorgestelde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof geen belang vertoont voor de oplossing van het geschil moet zij niet worden gesteld
(1).
(1)Cass., 9 nov. 2004, AR P.04.0849.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041109.13, A.C., 2004, nr
- Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Hof van Cassatie - Vraag zonder belang voor de oplossing van het geschil - Verplichting Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art. 26 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Grondwettelijk Hof - Hof van Cassatie - Vraag zonder belang voor de oplossing van het geschil - Verplichting Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0352.N I. G A L W W, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser. II. F O M, inverdenkingestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 februari
- De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiser I voert geen middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet, en de artikelen 235bis en 235ter Wetboek van Strafvordering: het arrest beant-woordt eisers verweer niet dat de machtiging bedoeld in artikel 47sexies, § 3, Wetboek van Strafvordering wat betreft de subsidiariteit van de bevolen observa-tie, niet is gemotiveerd. Ondergeschikt verzoekt de eiser een prejudiciële vraag te stellen aan het Grond-wettelijk Hof over de motiveringsplicht voor de onderzoeksgerechten die uit-spraak doen met toepassing van de artikelen 235bis en 235ter Wetboek van Straf-vordering.
- Artikel 149 is niet van toepassing voor de onderzoeksgerechten die geen uit-spraak doen over de gegrondheid van de strafvordering. In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht.
- Wat voorafgaat doet evenwel geen afbreuk aan de verplichting van het on-derzoeksgerecht te antwoorden op de conclusie van de inverdenkinggestelde.
- Gezien het door het middel aangevoerde motiveringsgebrek uitsluitend be-trekking heeft op het antwoord op eisers conclusie, vertoont de voorgestelde pre-judiciële vraag geen belang voor de oplossing van het geschil en moet zij bijge-volg niet worden gesteld.
- Het arrest oordeelt niet alleen dat het subsidiariteitsbeginsel afgewogen en nageleefd is. Het oordeelt ook dat in het aanvullend proces-verbaal opgesteld op verzoek van het openbaar ministerie duidelijk gesteld wordt dat "uit het rechts-hulpverzoek blijkt dat het buitenlands onderzoek vereist dat er gebruik gemaakt wordt van de bijzondere opsporingsmethode observatie en dat de overige midde-len van onderzoek niet volstaan om de waarheid aan het licht te brengen" en dat "de redenen worden weergegeven waarom de observatie onontbeerlijk is om de waarheid aan het licht te brengen, evenals de personen en plaatsen waarop de observatie betrekking heeft evenals de duur ervan". Met deze redenen en deze weergegeven in het middel, beantwoordt het arrest het bedoelde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel in zijn geheel
- Het middel voert schending aan van artikel 47sexies, § 3, 2°, Wetboek van Strafvordering: de in het proces-verbaal van 2 februari 2009 aangehaalde motive-ring bevat niet de redenen waarom de observatie onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen; de motivering inzake de subsidiariteit verwijst naar het rechtshulpverzoek, wat geen rechtsgeldige motivering is.
- Het middel dat opkomt tegen de motivering van de machtiging tot observa-tie, is niet gericht tegen het bestreden arrest en is bijgevolg niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Bur-gerlijk Wetboek: het arrest schendt de bewijskracht van het proces-verbaal 00119893/2009 van 2 februari
- Met de in het middel weergegeven redenen, leest het arrest het vermelde proces-verbaal in samenhang met het proces-verbaal nr. 021848/2008 en met het in het middel vermelde rechtshulpverzoek.
- Dit rechtshulpverzoek, waarvan het middel de tekst weergeeft, preciseert waarom in Antwerpen een observatie moet worden gedaan, namelijk teneinde de container met nummer IPXU3164965 op het moment dat deze wordt gelost in de haven van Antwerpen onder controle te houden, zodat kan worden nagegaan wie de cocaïne uit de container zal halen. Aldus geeft het rechtshulpverzoek naar dewelke de machtiging volgens het pro-ces-verbaal verwijst, te kennen dat geen enkel ander onderzoeksmiddel zal toela-ten bewijsmateriaal te verzamelen en de verdachten te identificeren.
- Volgens het proces-verbaal nr. 00119893/2009 van 2 februari 2009 is de ob-servatie onontbeerlijk om de waarheid aan het licht te brengen, meer bepaald om bewijsmateriaal te verzamelen en de verdachten te identificeren.
- Gelet op de samenhang tussen die stukken is de door het arrest gegeven uit-legging met de bewoordingen van het vermelde proces-verbaal niet onverenig-baar. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 77,59 euro, waarvan de eiser I 38,79 euro verschuldigd is en de eiser II 38,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 31 maart 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090331.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121113.1 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121204.4 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130613.10 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190612.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000920.11 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020521.9 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021023.10 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041109.13 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051214.6 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div