id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090420.1 Rolnummer: S.08.0015.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-05-13 Raadplegingen: 845 - laatst gezien 2026-07-03 04:01 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090420.1 Fiche 1 De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van partijen niet miskent. Het enkele feit dat de partijen de toepassing van een bepaalde wetsbepaling niet hebben opgeworpen, betekent niet dat zij die mogelijkheid bij conclusie hebben uitgesloten
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen - 5 + 20 jaar buitencontractueel Vrije woorden: Taak van de rechter - Ambtshalve aanvullen van rechtsgronden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 780, 3°, en 1138, 2° Algemeen rechtsbeginsel Fiches 2 - 3 Artikel 26, van de wet van 17 april 1878, houdende de Voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, is van toepassing op elke burgerlijke rechtsvordering die tot een veroordeling strekt en die steunt op feiten die het bestaan van een misdrijf doen blijken, zelfs wanneer die feiten eveneens een contractuele tekortkoming uitmaken en het voorwerp van de vordering in de uitvoering van de contractuele verbintenis bestaat, zodat het arrest dat de vordering tot betaling van achterstallig loon en vakantiegeld verjaard verklaart op grond van artikel 15 van de arbeidsovereenkomstenwet, dat geen bijzondere afwijkende wetsbepaling is in de zin van artikel 26 van de Voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, zonder de toepassing te onderzoeken van de verjaring bepaald in artikel 26 van de Voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, de wet schendt
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen - 5 + 20 jaar buitencontractueel Vrije woorden: Vordering wegens niet betalen loon - Taak van de rechter - Ambtshalve aanvullen van rechtsgronden - Vordering ex contractu - Vordering ex delicto - Verjaring Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - Art. 15 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Artt. 3, 4 en 26 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 2244 en 2262bis Wet - 12-04-1965 - Artt. 2, eerste lid, 9 en 42 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen - 5 + 20 jaar buitencontractueel Vrije woorden: Vordering wegens niet betalen loon - Vordering ex contractu - Taak van de rechter - Onderzoek van de verjaring - Ambtshalve aanvullen van rechtsgronden - Vordering ex delicto Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - Art. 15 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 3, 4 en 26 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 2244 en 2262bis Wet - 12-04-1965 - Artt. 2, eerste lid, 9 en 42 Fiches 4 - 6 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen - 5 + 20 jaar buitencontractueel Vrije woorden: Taak van de rechter - Ambtshalve aanvullen van rechtsgronden Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen - 5 + 20 jaar buitencontractueel Vrije woorden: Vordering wegens niet betalen loon - Taak van de rechter - Ambtshalve aanvullen van rechtsgronden - Vordering ex contractu - Vordering ex delicto - Verjaring Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen - 5 + 20 jaar buitencontractueel Vrije woorden: Vordering wegens niet betalen loon - Vordering ex contractu - Taak van de rechter - Onderzoek van de verjaring - Ambtshalve aanvullen van rechtsgronden - Vordering ex delicto Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.08.0015.N V.J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 20 april 2006 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Tweede onderdeel Ontvankelijkheid
- De verweerder voert aan dat het onderdeel nieuw is.
- Het onderzoek van de grond van niet-ontvankelijkheid hangt samen met de vraag of het arrest de toepassing van artikel 26 van de wet van 17 april 1878 houdende de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering diende op te werpen en is derhalve niet te onderscheiden van het onderzoek van het onderdeel. De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet aangenomen worden. Tweede onderdeel zelf
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de eiser met toepassing van artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek in appelconclusies bijkomend de betaling vorderde van achterstallig loon, aanpassing van vakantiegeld, eindejaarspremies en achterstallige premies.
- Het arrest oordeelt dat deze vorderingen gesteund zijn op de in de inleidende dagvaarding aangevoerde tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst in de periode van 2 januari 1992 tot 31 maart 1998, waarvoor de eiser bijkomende beloning vordert, en beslist dat deze vorderingen ontstaan zijn uit de arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 15 van de Arbeidsovereenkomstenwet en met toepassing van artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek regelmatig zijn ingesteld.
- De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent. Het enkele feit dat de partijen de toepassing van een bepaalde wetsbepaling niet hebben opgeworpen, betekent niet dat zij die mogelijkheid bij conclusie hebben uitgesloten.
- Het niet-betalen, onvoldoende betalen of niet-tijdig betalen van het krachtens een arbeidsovereenkomst verschuldigde loon of vakantiegeld is, overeenkomstig de artikelen 9 en 42 van de Loonbeschermingswet en artikel 54, 2°, van het koninklijk besluit van 28 juni 1971, een misdrijf. In zoverre de te dezen als aanpassing van vakantiegeld gevorderde bedragen geen vakantiegeld zijn in de zin van voormeld koninklijk besluit van 28 juni 1971, maar wel weddetoelagen, is ook voor deze bedragen de Loonbeschermingswet van toepassing.
- Krachtens artikel 26 van de wet van 17 april 1878, houdende de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, zoals van kracht voor de wijziging ervan bij de wet van 10 juni 1998 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring, verjaart de burgerlijke rechtsvordering uit een misdrijf door verloop van vijf jaren, te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf is gepleegd, zonder dat zij kan verjaren voor de strafvordering. Sinds de voormelde wijziging bij wet van 10 juni 1998, verjaart de burgerlijke rechtsvordering uit een misdrijf volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek of van de bijzondere wetten die van toepassing zijn op de rechtsvorderingen tot vergoeding van schade, maar kan zij niet verjaren voor de strafvordering. Krachtens artikel 2262bis, §1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, verjaren alle rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. Luidens het derde lid van §1 van ditzelfde artikel verjaren die vorderingen in ieder geval door verloop van twintig jaar vanaf de dag volgend op die waarop het feit waardoor de schade is veroorzaakt, zich heeft voorgedaan.
- Artikel 15 van de Arbeidsovereenkomstenwet, dat alleen betrekking heeft op de contractuele vorderingen ontstaan uit de arbeidsovereenkomst, is geen bijzondere afwijkende wetsbepaling in de zin van artikel 26 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, zoals van toepassing sinds de wet van 10 juni
- Voormeld artikel 26 is van toepassing op elke burgerlijke rechtsvordering die tot een veroordeling strekt en die steunt op feiten die het bestaan van een misdrijf doen blijken, zelfs wanneer die feiten eveneens een contractuele tekortkoming uitmaken en het voorwerp van de vordering in de uitvoering van de contractuele verbintenis bestaat.
- Het arrest dat de vordering tot betaling van achterstallig loon en vakantiegeld, in zoverre uitgebreid, verjaard verklaart op grond van artikel 15 van de Arbeidsovereenkomstenwet, zonder de toepassing te onderzoeken van de verjaring bepaald in artikel 26 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, schendt de in het onderdeel als geschonden aangewezen wettelijke bepalingen. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het arrest in zoverre het de vordering van de eiser, in zoverre uitgebreid, niet toelaatbaar verklaart wegens verjaring. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 20 april 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. Ph. Van Geem K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix E. Waûters R. Boes PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090420.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090420.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130306.7 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220915.1F.1 ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101203.4 ECLI:BE:CTBRL:2011:ARR.20110117.8 ECLI:BE:CTBRL:2011:ARR.20110223.5 ECLI:BE:CTBRL:2012:ARR.20120307.5 ECLI:BE:CTBRL:2023:ARR.20230215.1 ECLI:BE:CTBRL:2026:ARR.20260520.1 ECLI:BE:CTLIE:2024:ARR.20240517.2 Link JUSTEL: ECLI:BE:TTHAI:2010:JUG.20100514.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div