← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090420.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090420.4 Rolnummer: D.09.0001.N Kamer: REUN - Ch.Réunies/Verenigde Kamers Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 522 - laatst gezien 2026-07-03 02:24 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090420.4 Fiche 1 Doordat er in een rechtscollege of korps nooit "een persoon van minstens gelijke rang" aan die van de korpschef bestaat, kan de bepaling dat ook zodanige persoon het door deze korpschef, bevoegde tuchtoverheid, met betrekking tot de feiten die in aanmerking komen om te worden gestraft met een lichte straf, te voeren tuchtonderzoek, kan voeren, enkel beogen dat dit tuchtonderzoek ook gevoerd kan worden door een persoon van minstens dezelfde rang als degene tegen wie de tuchtprocedure is ingesteld

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Tuchtoverheid - Tuchtonderzoek - Persoon van minstens gelijke rang Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 411 Fiches 2 - 3 Tenzij het tegendeel is bewezen, is de rechter onpartijdig en onafhankelijk; het volstaat niet dat een partij beweert dat zij een subjectieve twijfel heeft omtrent de onpartijdigheid of onafhankelijkheid van de rechter, om daaruit te besluiten dat het bewezen is dat er een schijn van partijdigheid is of dat de rechter niet onafhankelijk en niet onpartijdig is
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. en Cass., 28 juni 1979, A.C., 1978-1979, 1319. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechter Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechter Fiche 4 Wanneer het advies van de Nationale Tuchtraad mede is verleend door een lid dat niet aanwezig was op de zitting waarop een lid van een rechtbank van eerste aanleg, tegen wie het tuchtonderzoek werd ingesteld, werd gehoord, vernietigt het Hof, dat in verenigde kamers uitspraak doet over het hoger beroep van de betrokkene tegen de beslissing die hem een zware straf oplegt, dat advies en maakt het de zaak opnieuw aanhangig bij de Nationale Tuchtraad, anders samengesteld, om een nieuw advies te geven, dat hij aan het Hof zal overmaken
(1).
(1)Zie de (op dit punt strijdige) concl. van het O.M. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Tuchtonderzoek - Nationale tuchtraad - Advies - Onregelmatigheid Fiches 5 - 8 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Tuchtoverheid - Tuchtonderzoek - Persoon van minstens gelijke rang Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechter Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechter Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Tuchtonderzoek - Nationale tuchtraad - Advies - Onregelmatigheid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Nr. D.09.0001.N P M J A E V, appellant, die verschijnt, met als raadslieden mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, mr. Veerle Tollenaere, advocaat bij de balie te Gent, en mr. Tom De Sutter, advo-caat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De appellant is in hoger beroep gekomen van het arrest van het hof van beroep te Gent, eerste kamer, van 11 december
  1. Dit arrest legt de appellant de tucht-straf ontslag van ambtswege op. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. De raadslieden van de appellant werden gehoord. De appellant werd gehoord. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. De appellant voert aan dat het onderzoek niet is gedaan door de bevoegde tuchtoverheid, bepaald in artikel 411, § 1, Gerechtelijk Wetboek. Voormeld artikel bepaalt: "Behoudens de magistraat bedoeld in artikel 410, § 2, die de zaak overzendt aan de tuchtoverheid van de betrokken griffier, voeren de bevoegde tuchtoverheid bedoeld in artikel 410, § 1, of een persoon van minstens gelijke rang die zij in hun eigen korps aanwijzen of de korpschef van het hogere niveau, het tuchtonderzoek met betrekking tot de feiten die in aanmerking komen om te worden gestraft met een lichte straf." In een rechtscollege of korps is er maar een korpschef. Er is dus in een rechtscol-lege of korps nooit "een persoon van minstens gelijke rang" aan die van korps-chef. De voornoemde bepaling kan dan ook, wil ze uitwerking kunnen krijgen, enkel beogen dat het tuchtonderzoek ook gevoerd kan worden door een persoon van minstens dezelfde rang als de persoon tegen wie de tuchtprocedure is inge-steld. Krachtens artikel 410, § 1, 1°, vierde streepje, Gerechtelijk Wetboek is de voorzit-ter van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, waar de appellant rechter is, de bevoegde tuchtoverheid om een tuchtprocedure in te stellen. Hij wees BV, onder-voorzitter in deze rechtbank, aan om het tuchtonderzoek te voeren. Het tuchtonderzoek is dus gevoerd door een persoon van hogere rang dan de ap-pellant.
  3. De appellant voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdigheid: bij de appellant bestond en bestaat een gewettigde verdenking omtrent de onafhankelijkheid en vooral de onpartijdigheid van ondervoorzitter BV; zij heeft een deel van de zaken die de appellant niet tijdig heeft berecht, moe-ten afhandelen. Tenzij het tegendeel is bewezen, is de rechter onpartijdig en onafhankelijk. Het volstaat niet dat een partij beweert dat zij een subjectieve twijfel heeft omtrent de onpartijdigheid of onafhankelijkheid van de rechter, om daaruit te besluiten dat het bewezen is dat er een schijn van partijdigheid is of dat de rechter niet onaf-hankelijk en niet onpartijdig is. Het blijkt niet dat de appellant ooit enige opmerking gemaakt heeft over de even-tuele partijdigheid van BV. Hij heeft ook tijdens het tuchtonderzoek niet beweerd dat de manier waarop BV het tuchtonderzoek voerde, bij hem de schijn heeft doen ontstaan van dergelijke partijdigheid. Dat ondervoorzitter BV die daarover nooit enige opmerking heeft gemaakt, inge-volge een beslissing van de voorzitter van de rechtbank, een aantal zaken van de appellant heeft moeten overnemen, is geen bewijs van enige partijdigheid noch creëert die omstandigheid een schijn van partijdigheid. De bewering van de voorzitter van de rechtbank en van de Nationale Tuchtraad dat ingevolge de herverdeling van de dossiers de appellant het krediet bij zijn col-legae heeft verloren of dat zulks de collegialiteit verstoorde, is gemaakt nadat on-dervoorzitter BV het onderzoek had afgesloten. Die aanvoering kan dan ook geen aanleiding zijn om voor te houden dat er tegen ondervoorzitter BV een schijn van partijdigheid is.
  4. De appellant voert aan dat het advies van de Nationale Tuchtraad van 23 ju-ni 2008 mede is uitgebracht door leden die de zitting van 6 juni 2008, waarop de appellant is gehoord, niet hebben bijgewoond. Zo was MH wel aanwezig op het verhoor maar niet bij het uitbrengen van het advies. Daarentegen was TB aanwe-zig bij het uitbrengen van het advies maar niet bij het verhoor. Het advies is vol-gens de appellant dus nietig. Hierdoor zijn het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging, algemene rechtsbeginselen die neergelegd zijn in artikel 6 EVRM, miskend. Enkel de leden van de Nationale Tuchtraad, die de betrokkene hebben gehoord, kunnen het niet-bindend advies, bedoeld in artikel 409, § 1, eerste lid, Gerechte-lijk Wetboek uitbrengen. Artikel 409, § 4, Gerechtelijk Wetboek bepaalt uitdruk-kelijk dat vanaf het ogenblik dat het dossier aanhangig is gemaakt, de samenstel-ling van de bevoegde kamer van de Nationale Tuchtraad niet meer kan verande-ren. De wetgever heeft aldus beschouwd dat de ongewijzigde samenstelling van de kamer een essentieel element is van de rechtspleging. Wanneer leden van de Nati-onale Tuchtraad die de betrokkene niet hebben gehoord het advies uitbrengen be-doeld in artikel 409, § 1, eerste lid, zoals hier, is het advies onwettig. De nietigheid van het gegeven advies houdt niet in dat de rechtspleging opnieuw moet worden aangevat voor de tuchtoverheid die in eerste aanleg uitspraak moet doen over de straf. Het Hof kan die onwettigheid remediëren door zelf de Natio-nale Tuchtraad te vragen hem een nieuw advies te geven en de zaak zelf te berech-ten zonder te steunen op de beslissing van de eerste rechter. Het advies moet gegeven worden in een anders samengestelde zetel en indien, ge-let op het beperkt aantal leden van de Nationale Tuchtraad dit niet mogelijk is, bij voorrang in een samenstelling met diegenen die voorheen niet gezeteld hebben. Dictum Het Hof, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond. Vernietigt het bestreden arrest. Alvorens nader te beslissen, Maakt de zaak met betrekking tot de tuchtprocedure tegen de appellant opnieuw aanhangig bij de Nationale Tuchtraad. Zegt dat de Nationale Tuchtraad zijn advies aan het Hof zal overmaken. Houdt de beslissing over de kosten aan. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, verenigde kamers, sa-mengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, voorzitters Ivan Verougstraete en Christian Storck, afdelingsvoorzitters Edward Forrier en Robert Boes, raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, afdelings-voorzitters Jean de Codt en Frédéric Close, raadsheer Albert Fettweis en op de openbare rechtszitting van 20 april 2009 uitgesproken door eerste voorzitter Ghis-lain Londers, in aanwezigheid van Guy Dubrulle, advocaat-generaal, met bijstand van hoofdgriffier Chantal Van Der Kelen. Ch. Van Der Kelen A. Fettweis F. Close J. de Codt J.-P. Frère E. Goethals L. Huybrechts R. Boes E. Forrier C. Storck I. Verougstraete Gh. Londers Voorzitter Ivan Verougstraete verkeert in de onmogelijkheid om het arrest te on-dertekenen. Ch. Van Der Kelen Gh. Londers PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090420.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090420.4 citeert: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.