← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.11 Rolnummer: P.09.0428.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2009-09-14 Raadplegingen: 482 - laatst gezien 2026-07-02 23:49 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling heeft geoordeeld dat de bijzondere opsporingsmethode observatie regelmatig is verlopen en tegen dat arrest geen cassatieberoep is ingesteld, blijft die beslissing onverkort bestaan en is nadien het cassatieberoep van de inverdenkinggestelde tegen een beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling die, buiten het geval bedoeld in artikel 189ter, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, een tweede controle heeft uitgevoerd, ingevolge toepassing van artikel 189ter, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, bij gebrek aan belang niet ontvankelijk

(1).
(1)In deze zaak had de kamer van inbeschuldigingstelling de controle gedaan van de uitgevoerde bijzondere opsporingsmethode van observatie en bij arrest van 6 nov. 2008 geoordeeld dat deze regelmatig was verlopen. Tegen dat arrest werd geen cassatieberoep aangetekend. De correctionele rechtbank naar dewelke de zaak nadien werd verwezen stelde vast dat, tijdens de procedure die aanleiding gaf tot het arrest van 6 nov. 2008, de partijen afzonderlijk werden gehoord buiten aanwezigheid van de procureur-generaal. Het Hof oordeelde meermaals dat dergelijke werkwijze inhoudt dat de rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling door nietigheid is aangetast (o.m. Cass., 28 okt. 2008, AR P.08.0706, A.C., 2008, nr 587). In casu maakte de correctionele rechtbank bij vonnis van 2 feb. 2009 toepassing van artikel 189ter, vierde lid, Wetboek van Strafvordering en zond het de zaak over aan het openbaar ministerie teneinde de kamer van inbeschuldigingstellingstelling een nieuwe controle te laten uitvoeren. Het thans bestreden arrest van 5 maart 2009 oordeelde opnieuw, maar op overbodige wijze, dat de bijzondere opsporingsmethode observatie regelmatig was verlopen. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Algemeen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Controlemaatregelen Vrije woorden: Gemis aan belang of bestaansreden - Onderzoeksgerechten - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de bijzondere opsporingstechniek observatie - Arrest - Geen cassatieberoep - Gevolg - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 189ter, vierde lid, en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Algemeen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Controlemaatregelen Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de bijzondere opsporingstechniek observatie - Arrest - Geen cassatieberoep - Gevolg - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 189ter, vierde lid, en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Algemeen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Controlemaatregelen Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de bijzondere opsporingstechniek observatie - Arrest - Geen cassatieberoep - Gevolg - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 189ter, vierde lid, en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0428.N I A. A., alias A. A., inverdenkinggestelde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Thomas Gillis, advocaat bij de balie te Gent, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Frederik Offermans, advocaat bij de balie te Brussel voor mr. Thomas Gillis, advocaat bij de balie te Gent. II H. A. inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Walter Van Steenbrugge, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 maart
  1. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. FEITEN EN VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING Bij arrest van 6 november 2008 oordeelt het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, dat de bijzondere opsporingsmethode observatie regelma-tig is verlopen. Bij vonnis van 2 februari 2009 zendt de correctionele rechtbank te Gent ingevolge een opgeworpen wettigheidsincident de zaak, bij toepassing van artikel 189ter, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, over naar het openbaar ministerie tenein-de deze bij de bevoegde kamer van inbeschuldigingstelling aan te brengen voor de in artikel 235ter bepaalde controle. Het thans bestreden arrest van 5 maart 2009 wijst de opgeworpen exceptie van gewijsde af en oordeelt dat, bij het afsluiten van het gerechtelijk onderzoek, de bijzondere opsporingsmethode observatie regelmatig is verlopen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser I
  2. Zelfs indien de correctionele rechtbank onterecht bij toepassing van artikel 189ter, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, de zaak heeft overgezonden naar het openbaar ministerie teneinde deze bij de bevoegde kamer van inbeschuldi-gingstelling aan te brengen voor de in artikel 235ter bepaalde controle en de ka-mer van inbeschuldigingstelling bijgevolg niet meer vermocht nogmaals de re-gelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode observatie te controleren, dan nog heeft de eiser I geen belang op te komen tegen de beslissing die een tweede controle heeft uitgevoerd. De kamer van inbeschuldigingstelling heeft immers reeds bij arrest van 6 novem-ber 2008 geoordeeld dat de bijzondere opsporingsmethode observatie regelmatig is verlopen. Tegen dit arrest is geen cassatieberoep ingesteld, zodat die beslissing onverkort blijft bestaan. Het cassatieberoep van de eiser I is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser II
  3. Krachtens artikel 235ter, § 6, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 4 van de wet van 16 januari 2009 tot wijziging van de artike-len 189ter, 235ter, 335bis en 416 Wetboek van Strafvordering, moet wanneer een van de inverdenkinggestelden van zijn vrijheid is beroofd, het cassatieberoep worden ingesteld binnen een termijn van vierentwintig uren, die ten aanzien van het openbaar ministerie en elk van de partijen, begint te lopen vanaf de dag waar-op het arrest is uitgesproken.
  4. De eiser I is van zijn vrijheid beroofd. De eiser II heeft pas op 9 maart 2009 cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van 5 maart
  5. Zijn cassatieberoep is niet ontvankelijk. Middelen van de eisers
  6. De middelen die geen betrekking hebben op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 118,34 euro, waarvan de eisers elk 59,17 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 21 april 2009 uitgesproken door afdelingsvoor-zitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. C. Van de Mergel K. Mestdagh L. Van hoogenbemt E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091217.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100302.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.