← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.12 Rolnummer: P.09.0353.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-09-14 Raadplegingen: 465 - laatst gezien 2026-07-03 03:20 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De kamer van inbeschuldigingstelling die overeenkomstig artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie controleert, moet, wat de door de procureur des Konings verleende machtiging betreft, enkel nagaan of deze machtiging redenen vermeldt waarom de observatie onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen: het Hof toetst enkel of de kamer van inbeschuldigingstelling zijn controleopdracht heeft uitgeoefend. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Algemeen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Algemeen Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Kamer van inbeschuldigingstelling - Bijzondere opsporingsmethode van observatie - Subsidiariteit - Controle door de kamer van inbeschuldigingstelling - Draagwijdte - Opdracht van het Hof Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 47sexies, § 2, tweede lid, 47sexies, § 3, en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Algemeen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Algemeen Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Bijzondere opsporingsmethode van observatie - Subsidiariteit - Controle door de kamer van inbeschuldigingstelling - Draagwijdte - Opdracht van het Hof Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 47sexies, § 2, tweede lid, 47sexies, § 3, en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0353.N I G. B. verdachte, eiser. II L. F. G. verdachte, eiser, met als raadslieden mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 februari

  1. De eiser I voert geen middel aan. De eiser II voert in twee memories die aan dit arrest zijn gehecht, in het geheel vier middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 235bis en 235ter Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest beantwoordt het door de eiser in conclusie aangevoerde verweer niet dat de door de procureur des Konings verleende machtiging tot observatie geen melding maakte van de subsidiariteit voor de toepassing van die bijzondere opsporingsme-thode.
  3. Het bestreden arrest overweegt dat het aanvullend proces-verbaal op het proces-verbaal bedoeld in artikel 47septies Wetboek van Strafvordering betref-fende de verleende machtiging vermeldt: "dat het verder onderzoek vereist dat er gebruik gemaakt wordt van de bijzondere opsporingsmethode observatie en dat de overige middelen van onderzoek niet volstaan om de waarheid aan het licht te brengen". Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede en vierde middel
  4. De middelen voeren schending aan van artikel 47sexies, § 3, 2°, Wetboek van Strafvordering: de in het proces-verbaal nr. 001899/2009 van 2 februari 2009 vermelde redenen voor de door de procureur des Konings verleende machtiging tot observatie omvatten niet de redenen waarom deze noodzakelijk was om de waarheid aan de dag te brengen; het bestreden arrest oordeelt dus onterecht dat de machtiging tot observatie regelmatig is.
  5. Overeenkomstig artikel 47sexies, § 2, eerste lid, kan de procureur des Ko-nings in het kader van een opsporingsonderzoek een machtiging tot observatie verlenen wanneer het onderzoek zulks vereist en de overige middelen niet lijken te volstaan om de waarheid aan de dag te brengen. Deze wetsbepaling geeft dus een beoordelingsrecht aan de procureur des Konings, over de subsidiariteit van het gebruik van deze bijzondere opsporingsmethode.
  6. Artikel 47sexies, § 3, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de machtiging tot observatie schriftelijk moet zijn en welke vermeldingen ze moet bevatten. Zo moet ze onder meer de redenen vermelden waarom de observatie onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen. De kamer van inbeschuldigingstelling die overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie controleert, moet, wat de door de procureur des Konings verleende machtiging be-treft, enkel nagaan of deze machtiging redenen vermeldt waarom de observatie onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen. Het Hof toetst enkel of de kamer van inbeschuldigingstelling zijn controleopdracht heeft uitgeoefend. Het bestreden arrest oordeelt dat de door de procureur des Konings hier verleende machtiging dergelijke redenen vermeldt. De middelen kunnen niet worden aangenomen. Derde middel
  7. Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Bur-gerlijk Wetboek: de overwegingen van het bestreden arrest dat in het proces-verbaal nr. 001899/2009 van 2 februari 2009 de redenen van de procureur des Konings werden weergegeven waarom hier de observatie onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen, zijn een uitlegging die met de bewoordingen van deze akte onverenigbaar is; het proces-verbaal bevat immers geen enkel gegeven waaruit blijkt dat het subsidiariteitsbeginsel werd afgewogen en nageleefd.
  8. Uit de redenen vermeld in het antwoord op het eerste middel, blijkt dat het bedoelde proces-verbaal wel een overweging betreffende de inachtneming van de subsidiariteit van de toe te passen observatie vermeldt. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 108,93 euro, waarvan de eiser I 54,46 euro verschuldigd is en de eiser II 54,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 21 april 2009 uitgesproken door afdelingsvoor-zitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. C. Van de Mergel K. Mestdagh L. Van hoogenbemt E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.12 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091028.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160217.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.