id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.3 Rolnummer: P.08.1817.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-14 Raadplegingen: 555 - laatst gezien 2026-07-02 23:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het herstel in de oorspronkelijke toestand houdt niet in dat de plaats noodzakelijk moet worden hersteld in de materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór de bouwovertreding bestond; dit herstel kan ook inhouden dat de illegale constructie volledig of gedeeltelijk wordt afgebroken ook al stond er voor de bouwovertreding op die plaats een andere constructie
(1).
(1)Cass., 5 juni 2001, AR P.99.1455.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010605.4, A.C., 2001, nr 331; Zie: Cass., 18 dec. 2001, AR P.99.1548.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011218.9, A.C., 2001, nr 709. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Strafbepalingen Vrije woorden: Bevel om de plaats in de vorige staat te herstellen - Vorige staat Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Fiche 2 Wanneer de herstelvordering door het bevoegde bestuur werd ingediend vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, bij gebrek aan oprichting ervan en goedkeuring van zijn huishoudelijk reglement, advies kon verlenen, is het op vrijwillig verzoek van de rechter door de Hoge Raad voor het Herstelbeleid verleende advies niet bindend, noch voor het bestuur, noch voor de rechter, zodat het niet eensluidend dient te zijn zo het bestuur in zijn vordering wil volharden en de rechter deze vordering wil toekennen
(1).
(1)Cass., 17 juni 2008, AR P.08.0256.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.2, A.C., 2008, nr
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Strafbepalingen Vrije woorden: Herstelvordering - Vordering ingediend vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid advies kon verlenen - Advies verleend op vrijwillig verzoek van de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 149, § 1, 153, en 198bis Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.08.1817.N R G A S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Inke Dedecker, advocaat bij de balie te Tongeren, tegen STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST, bevoegd voor het grondgebied van de provincie Limburg, met kantoor te 3500 Hasselt, Koningin Astridlaan 50, bus 1, eiser tot herstel, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 6 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 96, § 4 en 149, § 1 Steden-bouwdecreet 1999, benevens artikel 149 Grondwet: de beperkte omvang van de uitgevoerde werken liet geen ander herstel in de oorspronkelijke staat toe dan het herleiden van het vergund geachte gebouw tot zijn vroegere afmetingen; door de volledige afbraak te bevelen schenden de appelrechters voormelde wetsbepalin-gen.
- Het bestreden arrest stelt vast: "Tevergeefs ook houdt [de eiser] nog steeds voor dat het bouwvolume van woning en bergplaats dezelfde gebleven is nu uit de oorspronkelijke opmetingen (stuk 18) en de vaststellingen op 19 maart 2002 een duidelijke en onmiskenbare toename blijkt wat overigens met betrekking tot de woning reeds zonder meer duidelijk is door vergelijking van de foto's van de oor-spronkelijke bungalow en de latere ‘verbouwde' woning (...). De woning is door het plaatsen van een zadeldak en vergroten van de buitenafmetingen en aanleggen van een stenen terras bijna verdubbeld in volume en derhalve zeer storend voor de omgeving" (arrest, ro.3 en 8).
- In zoverre het middel opkomt tegen die vaststellingen in feite of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.
- Het herstel in de oorspronkelijke toestand houdt niet in dat de plaats nood-zakelijk moet worden hersteld in de materiële toestand die identiek is aan de toe-stand die vóór de bouwovertreding bestond. Dit herstel kan ook inhouden dat de illegale constructie volledig of gedeeltelijk wordt afgebroken ook al stond er voor de bouwovertreding op die plaats een andere constructie. In zoverre het middel een andere rechtsopvatting voorhoudt, faalt het naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 EVRM en 14.3.c IVBPR: de werken werden uitgevoerd in de loop van 1983-1984 en de vaststellingen dateren van 19 maart 2002; bijgevolg oordeelt het bestreden arrest ten onrechte dat de redelijke termijn niet is overschreden.
- De redelijke termijn van artikel 6 EVRM wordt in acht genomen vanaf het ogenblik waarop de verdachte in verdenking wordt gesteld of wanneer hij inge-volge een andere daad van het opsporingsonderzoek of van het gerechtelijk onder-zoek onder de dreiging van een strafvervolging leeft. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de termijn loopt vanaf het plegen van enig misdrijf dat tot vaststellingen aanleiding zou kunnen geven, faalt het naar recht.
- Voor het overige betwist het middel de beoordeling in feite van de appel-rechters dat de redelijke termijn niet is overschreden, of vraagt het een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 149, § 1, en 198bis Steden-bouwdecreet 1999: artikel 198bis Stedenbouwdecreet 1999 vereist zoals artikel 149, § 1, dat het daarin bedoelde advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid ‘eensluidend' is; bij een andersluidend advies kan het bestuur in zijn herstelvorde-ring, die reeds bij de rechter aanhangig is, niet volharden; ten onrechte oordelen de appelrechters dat dit advies niet bindend is voor het herstelvorderende bestuur.
- Wanneer de herstelvordering door het bevoegde bestuur werd ingediend vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, bij gebrek aan oprichting ervan en goedkeuring van zijn huishoudelijk reglement, advies kon verlenen, is het op vrijwillig verzoek van de rechter door de Hoge Raad voor het Herstelbeleid ver-leende advies niet bindend, noch voor het bestuur, noch voor de rechter, zodat het niet eensluidend dient te zijn zo het bestuur in zijn vordering wil volharden en de rechter deze vordering wil toekennen. Het middel faalt naar recht. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 en van de artikelen 149 en 159 Grondwet: op grond van de elementen die de eiser aanbracht, konden de appelrechters niet oordelen dat het gevorderde herstel niet kennelijk onredelijk was; daarenboven wordt eisers argument met betrekking tot het voortbestaan van andere weekendverblijven in de buurt onjuist beant-woord.
- Het middel komt geheel op tegen de beoordeling in feite van de appelrech-ters dat het gevorderde herstel niet kennelijk onredelijk is, of het vergt een onder-zoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 21 april 2009 uitgesproken door afdelingsvoor-zitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. C. Van de Mergel K. Mestdagh L. Van hoogenbemt E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010605.4 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011218.9 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div