← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009

Art. 235ter

, § 6, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toegepaste bijzondere opsporingsmethoden - Zaak waarin één van de inverdenkinggestelden van zijn vrijheid is beroofd - Arrest - Cassatieberoep - Termijn Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 235ter

, § 6, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toegepaste bijzondere opsporingsmethoden - Zaak waarin één van de inverdenkinggestelden van zijn vrijheid is beroofd - Arrest - Cassatieberoep - Termijn Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 235ter

, § 6, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 4 - 7 Wanneer cassatieberoep wordt ingesteld tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling die de toepassing van de uitgevoerde bijzondere opsporingsmethoden controleert en er in de zaak inverdenkinggestelden van hun vrijheid zijn beroofd, is de zaak spoedeisend omdat de aangehoudenen overeenkomstig artikel 5.3 E.V.R.M. recht hebben op een spoedige behandeling van hun zaak, zodat er dan ook geen reden is dat het Hof een prejudiciële vraag zou stellen aan het Grondwettelijk Hof. Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Grondwettelijk Hof - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toegepaste bijzondere opsporingsmethoden - Arrest - Cassatieberoep - Zaak waarin inverdenkinggestelden van hun vrijheid zijn beroofd Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.3 Wetboek

Art. 235ter- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet - 06-01-1989 - Art.

26, § 3 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toegepaste bijzondere opsporingsmethoden - Arrest - Cassatieberoep - Zaak waarin inverdenkinggestelden van hun vrijheid zijn beroofd Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.3 Wetboek

Art. 235ter- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet - 06-01-1989 - Art.

26, § 3 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toegepaste bijzondere opsporingsmethoden - Arrest - Cassatieberoep - Zaak waarin inverdenkinggestelden van hun vrijheid zijn beroofd - Prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.3 Wetboek

Art. 235ter- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet - 06-01-1989 - Art.

26, § 3 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toegepaste bijzondere opsporingsmethoden - Arrest - Cassatieberoep - Zaak waarin inverdenkinggestelden van hun vrijheid zijn beroofd - Prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.3 Wetboek

Art. 235ter- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet - 06-01-1989 - Art.

26, § 3 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0396.N I L F G, verdachte, eiser, met als raadslieden mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen. II R W, verdachte, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 maart

  1. De eiser I voert in twee memories die aan dit arrest zijn gehecht gehecht, in het geheel vier middelen aan. De eiser II voert geen middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  2. Krachtens artikel 235ter, § 6, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 4 van de wet van 16 januari 2009 tot wijziging van de artike-len 189ter, 235ter, 335bis en 416 Wetboek van Strafvordering, moet wanneer een van de inverdenkinggestelden van zijn vrijheid is beroofd, het cassatieberoep worden ingesteld binnen een termijn van vierentwintig uren, die ten aanzien van het openbaar ministerie en elk van de partijen, begint te lopen vanaf de dag waar-op het arrest is uitgesproken.
  3. Het bestreden arrest vermeldt dat twee inverdenkinggestelden van hun vrij-heid zijn beroofd. De eiser I heeft pas op 11 maart 2009 en de eiser II pas op 18 maart 2009 cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van 6 maart
  4. De cassatieberoepen zijn niet ontvankelijk.
  5. De eiser I werpt op dat de termijn van vierentwintig uren voor het instellen van cassatieberoep het gelijkheidsbeginsel schendt. Hij vraagt dat het Hof aan het Grondwettelijk Hof daarover een prejudiciële vraag zou stellen.
  6. De zaak is spoedeisend omdat er aangehoudenen zijn die overeenkomstig artikel 5.3 EVRM recht hebben op een spoedige behandeling van hun zaak. Er is dan ook geen reden voor het stellen van de voorgestelde prejudiciële vraag. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 105,80 euro, waarvan elke eiser 52,90 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 21 april 2009 uitgesproken door afdelingsvoor-zitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.7 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.