← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090424.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090424.10 Rolnummer: C.07.0471.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-05-26 Raadplegingen: 759 - laatst gezien 2026-07-03 02:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een schadegeval is opzettelijk veroorzaakt, in de betekenis van artikel 8, eerste lid, wet landverzekeringsovereenkomst, wanneer de verzekerde vrijwillig en bewust schade heeft toegebracht; voor de toepassing van die bepaling is niet vereist dat de verzekerde de bedoeling had de schade te veroorzaken zoals zij zich heeft voorgedaan

(1).
(1)Zie Cass., 5 dec. 2000, AR P.99.0223.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001205.5, A.C., 2000, nr 670, en Cass., 12 april 2002, AR C.01.0343.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020412.6, A.C., 2002, nr 225. Het O.M. concludeerde tot verwerping op grond van de overweging dat een schadegeval opzettelijk is veroorzaakt wanneer de verzekerde vrijwillig en bewust zo heeft gehandeld dat een derde daardoor een redelijkerwijze voorzienbare schade lijdt, en dat daarbij niet is vereist dat de verzekerde de bedoeling had de schade te veroorzaken zoals zij zich heeft voorgedaan. Nu het middel uitging van de rechtsopvatting dat een schadegeval opzettelijk is veroorzaakt wanneer de dader het schadegeval bewust heeft veroorzaakt en de schadelijke gevolgen van zijn handelen of niet-handelen heeft gewild, en dat de dader aldus de schade als doel moet hebben gehad, faalde het volgens het O.M. naar recht. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Landverzekering - Schadeverzekering - Aansprakelijkheidsverzekering Vrije woorden: Dekking - Uitsluiting - Opzettelijke fout van de verzekerde Wettelijke bepalingen: Wet - 25-06-1992 - Art. 8, eerste lid Annotaties Publicaties: T.B.H. - H.Cousy, Opzettelijke veroorzaking van het schadegeval:orde op zaken? - 2010, 56 R.D.C./T.B.H. - COUSY Herman - 2010/1 - p. 56-61 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0471.N V. K., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen WINTERTHUR-EUROPE VERZEKERINGEN, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Kunstlaan 56, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 24 januari 2007 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 2, 3 en 8 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekerings-overeenkomst; - artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motor-rijtuigen; - de artikelen 24 en 25, 2°, a), van de Modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. Aangevochten beslissing In de bestreden beslissing verklaart de rechtbank van eerste aanleg, na akte te hebben verleend aan de nv Winterthur-Europe van haar gedinghervatting, het hoger beroep toelaatbaar en gegrond zoals hierna bepaald. De rechtbank van eerste aanleg hervormt het bestre¬den vonnis en verklaart, opnieuw recht doende, de oorspronkelijke vordering van de (rechtsvoorganger van
  1. de)verweerster grotendeels gegrond. De rechtbank veroordeelt de eiser tot betaling aan de verweerster van de som van 46.139,92 euro, meer de interest. De rechtbank van eerste aanleg beslist dat op grond van alle motieven waarop de beslissing steunt, die hier beschouwd worden integraal te zijn hernomen, en in het bijzonder op de volgende overwegingen: "2.2. Opzet Overeenkomstig artikel 8, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst kan de verzekeraar niet verplicht worden dekking te geven aan hem die het ongeval opzettelijk heeft veroorzaakt. Het begrip opzet of opzettelijk veroorzaakt schadegeval is niet nader omschreven in de wet. Naar het oordeel van de rechtbank is een schadegeval opzettelijk veroorzaakt in de zin van deze wetsbepaling wanneer de verzekerde vrijwillig en bewust zo handelt dat een derde erdoor een redelijkerwijze voorzienbare schade lijdt. Daarbij is niet vereist dat de verzekerde de bedoeling had deze schade, de aard of de omvang ervan te veroorza¬ken (zie in dezelfde zin: Cass., 5.12.2000; bevestigd door Cass., 12.4.2002, www.cass.be). Het opzet moet persoonlijk aanwezig zijn en dient door de verzekeraar te worden be-wezen. 2.2.1. In voorliggend geval is (de eiser) vrijwillig en bewust door het rode licht gereden. Dit blijkt uit zijn eigen verklaring aan de politie. (De eiser) verklaarde het volgende: ‘Aan het kruispunt (...) sloegen de verkeerslichten op rood in mijn rijrichting. Aanvankelijk wou ik stoppen, ik doe dat altijd, maar nu was ik zo moe dat ik thuis wou zijn en gaf terug gas. Ik dacht dat ik goed had gekeken en dat er niemand was. Plots was er dan die andere auto die van mijn rechter kant kwam' (stuk 6 strafdossier). Later hield (de eiser) voor dat het licht aanvankelijk op oranje stond, maar dit is niet geloofwaardig; de initiële verklaring primeert op de latere versie, die tot stand kwam na raad en beraad. Bovendien bevestigde getuige B.H., die achter hem reed, dat (de eiser) plots optrok en door het rode licht reed. 2.2.2. Rekening houdend met de concrete feitelijke omstandigheden van deze zaak, oordeelt de rechtbank dat de schade ingevolge het negeren van het rode licht redelij¬kerwijze voorzienbaar was. Hierbij worden de volgende feitelijke elementen in acht genomen: - (de eiser) reed op flagrante wijze door het rode licht; - hoewel hij niet goed tegen de drank kon (cf. zijn verklaring aan de politie, stuk 6 strafdossier) had hij toch gedronken. Hij moest weten dat hij daardoor mogelijkerwijze niet meer over de nodige rijvaardigheid beschikte; - het ongeval gebeurde op een groot kruispunt te Mortsel waar dag en nacht verkeer is; - de feiten speelden zich af om 6.43 uur 's morgens. Op dit tijdstip dient men zich te verwachten aan andere weggebruikers, zoals dancingbezoekers die huiswaarts keren en mensen die naar hun werk rijden. (...) 2.5. Omvang van het regres Overeenkomstig artikel 25. 2°, a), van de Modelpolis wordt het verhaal integraal uitgeoefend indien de verzekerde het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt. Het verhaal is dus niet onderworpen aan de beperking van artikel 24 van de Modelpolis. De regresvordering is bijgevolg gegrond ten belope van 46.139, 92 euro, te vermeerderen met de vergoedende interesten vanaf de datum van betaling van de betreffende vergoedingen aan de benadeelden en met de gerechtelijke interesten". Grieven 1. De wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, hieronder afgekort als Wet Landverzekeringsovereenkomst, is luidens zijn artikel 2 van toepassing op alle landverzeke¬ringen voor zover er niet bij bijzondere wetten wordt van afgeweken. Krachtens artikel 3 van de Wet Landverzekeringsovereenkomst zijn de bepalingen van die wet van dwingend recht, tenzij uit de bewoordingen zelf blijkt dat de mogelijkheid wordt gelaten om ervan af te wijken door bijzondere bedingen. Artikel 8, eerste lid, van de Wet Landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de verzekeraar, niettegenstaande enig andersluidend beding, niet verplicht kan worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt. Op grond van het tweede lid van datzelfde artikel, dekt de verzekeraar wel de schade veroorzaakt door de schuld, zelfs de grove schuld, van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde, maar kan de verzekeraar zich van zijn verplichtingen bevrijden voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald. De Koning kan met toepassing van het derde lid van artikel 8, een beperkende lijst opstellen van feiten die niet als grove schuld aangemerkt mogen worden. Een schadegeval is opzettelijk veroorzaakt wanneer de dader het schadegeval bewust heeft veroorzaakt én de schadelijke gevolgen van zijn handelen (of niet-handelen) heeft gewild. De dader moet aldus de schade als doel hebben gehad. 2. De overeenkomsten betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen moeten luidens artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, beantwoorden aan de bepalingen van de bij dat besluit gevoegde modelovereenkomst, zijnde de Modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, hieronder afgekort als Modelovereenkomst Verplichte Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de Wet Landverzekeringsovereenkomst, kan van de voornoemde modelovereenkomst worden afgeweken ten gunste van de verzekeringsnemer, van de verzekerde of van elke derde die bij de uitvoering van de overeenkomst is betrokken. Op grond van artikel 24 van de Modelovereenkomst Verplichte Aansprakelijk-heidsverzekering Motorrijtuigen heeft de verzekeringsmaatschappij, wanneer zij gehouden is ten aanzien van de benadeelden, een recht van verhaal in de gevallen en op de personen vermeld in artikel 25. Het verhaal is integraal wanneer het bedrag van de schadevergoedingen een zekere som niet overschrijdt, en kan boven die som maar voor de helft worden uitgeoefend tot een bepaald maximum. De verzekeringsmaatschappij heeft krachtens artikel 25, 2°, a), van de Model-overeenkomst Verplichte Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen een recht van verhaal op de verze¬kerde, dader van het schadegeval, die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt. Dat verhaal kan integraal worden uitgeoefend en is niet onderworpen aan de beperking van artikel 24, zoals hierboven vermeld. 3. In het bestreden vonnis overweegt de rechtbank van eerste aanleg dat een schadegeval opzettelijk is veroorzaakt in de zin van artikel 8, eerste lid, van de Wet Landverzekerings¬overeenkomst wanneer de verzekerde bewust en vrijwillig zo handelt dat een derde erdoor een redelijkerwijze voorzienbare schade lijdt, zonder dat vereist is dat hij de bedoeling had de schade, de aard of de omvang ervan te veroorzaken. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat de eiser vrijwillig en bewust door het rode licht is gereden en dat rekening houdend met de concrete feitelijke omstandigheden van de zaak, de schade veroorzaakt door het negeren van het rode licht redelijkerwijze voorzienbaar was. Op die gronden beslist de rechtbank van eerste aanleg dat de eiser het verkeerson¬geval opzettelijk heeft veroorzaakt als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet Landverze¬keringsovereenkomst. Aangezien de rechtbank evenwel nergens in het bestreden vonnis nagaat of en vaststelt dat de eiser de schade, zoals die is ontstaan, heeft gewild, of minstens het voornemen of de bedoeling heeft gehad schade te veroorzaken, is die beslissing niet naar recht verantwoord (schending van de artikelen 2, 3 en 8, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekerings¬overeenkomst). Aangezien de rechtbank niet wettig oordeelt dat de eiser het verkeersongeval opzettelijk heeft veroorzaakt, oordeelt de rechtbank evenmin wettig dat de verweerster haar regresrecht integraal kan uitoefenen en veroordeelt het de eiser dan ook niet wettig tot betaling aan de verweerster van 46.139,92 euro, meer de interest (schending van de artikelen 1 van het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motor-rijtuigen en 24 en 25, 2°, a), van de Modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijk-heidsverzekering inzake motorrijtuigen, gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen). Aldus beslist de rechtbank van eerste aanleg niet wettig dat de eiser het verkeersongeval opzettelijk veroorzaakte en de verweerster haar verhaalsrecht integraal kan uitoefenen. Bijgevolg veroordeelt de rechtbank de eiser niet wettig tot betaling van 46.139,92 euro, meer de interest (schending van alle in de aanhef van het enig middel opgesomde wettelijke bepalingen). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Volgens artikel 8, eerste lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, kan de verzekeraar, niettegenstaande enig andersluidend beding, niet verplicht worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt. 2. Volgens die bepaling is een schadegeval opzettelijk veroorzaakt als de verzekerde vrijwillig en bewust schade heeft toegebracht. Voor de toepassing van die bepaling is niet vereist dat de verzekerde de bedoeling had de schade te veroorzaken zoals zij zich heeft voorgedaan. 3. Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiser bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen van 16 maart 2004 veroordeeld werd tot één straf wegens onopzettelijke slagen of verwondingen met de dood tot gevolg, onopzettelijke slagen of verwondingen en het besturen van een voertuig in staat van alcoholintoxicatie. Het oordeelt dat de eiser vrijwillig en bewust door het rode licht was gereden en dat rekening gehouden met de concrete feitelijke omstandigheden van de zaak, de schade ingevolge het negeren van het rode licht redelijkerwijze voorzienbaar was. 4. De appelrechters die oordelen dat de verzekeraar niet verplicht is dekking te geven zonder vast te stellen dat de verzekerde vrijwillig en bewust schade heeft toegebracht, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is inzoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 24 april 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols A. Smetryns E. Stassijns E. Dirix R. Boes I. Verougstraete PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090424.10 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2014:ARR.20140225.12 ECLI:BE:CAMON:2015:ARR.20151210.2 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170914.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001205.5 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020412.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111026.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.