id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090504.2 Rolnummer: S.08.0080.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Overige Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 177 - laatst gezien 2026-07-02 23:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer beide ouders niet overeenkomen met betrekking tot de verschillende hypothesen van het derde lid van artikel 69, § 1 van de Kinderbijslagwet Werknemers, kan elk van hen zich wenden tot de arbeidsrechtbank om de bijslagtrekkende te doen aanduiden in het belang van het kind. Thesaurus CAS: GEZINSBIJSLAG - WERKNEMERS UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Gezinsbijslag - Werknemer - Bijslagen - Kinderbijslag Vrije woorden: Kinderbijslag - Bijslagtrekkende - Onenigheid tussen de ouders - Vordering voor de arbeidsrechtbank Fiche 2 De arbeidsrechtbank beschikt bij de aanduiding van de bijslagtrekkende over een beoordelingsbevoegdheid die haar toelaat, in het belang van het kind, de andere ouder aan te duiden dan degene die uit de loutere toepassing van de voormelde wetsbepaling zou volgen. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Sociaal procesrecht (bijzondere regels) UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Gezinsbijslag - Werknemer - Bijslagen - Kinderbijslag Vrije woorden: Kinderbijslag - Bijslagtrekkende - Onenigheid tussen de ouders - Vordering voor de arbeidsrechtbank - Bevoegdheid van de rechter Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.08.0080.N KINDERBIJSLAGFONDS DE REGIONALE, vereniging zonder winstoogmerk, met kantoor te 9900 Eeklo, Lijnendraaierstraat 10, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen W.E., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 februari 2008 gewezen door het Arbeidshof te Brussel. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 69, §1, derde lid, van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, hierna Kinderbijslagwet Werknemers, wordt de kinderbijslag integraal aan de moeder uitbetaald, wanneer de twee ouders die niet samenwonen het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen in de zin van artikel 374 van het Burgerlijk Wetboek en het kind niet uitsluitend of hoofdzakelijk door een andere bijslagtrekkende wordt opgevoed. Toch wordt de kinderbijslag op zijn vraag integraal aan de vader uitbetaald, wanneer het kind en hijzelf dezelfde hoofdverblijfplaats hebben in de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Op verzoek van de beide ouders kan de uitbetaling gebeuren op een rekening waartoe zij beide toegang hebben. Wanneer de ouders niet overeenkomen over de toekenning van de kinderbijslag, kunnen zij de arbeidsrechtbank vragen om de bijslagtrekkende aan te duiden en dit in het belang van het kind.
- Hieruit volgt dat elk van de beide ouders, wanneer zij niet overeenkomen met betrekking tot de verschillende hypothesen van het derde lid van voormeld artikel 69, §1, zich tot de arbeidsrechtbank kunnen wenden om de bijslagtrekkende te doen aanduiden in het belang van het kind. De arbeidsrechtbank beschikt bij deze aanduiding van de bijslagtrekkende over een beoordelingsbevoegdheid die haar toelaat, in het belang van het kind, de andere ouder aan te duiden dan diegene die uit de loutere toepassing van de voormelde wetsbepaling zou volgen. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Tweede en derde onderdeel
- De appelrechters oordelen dat er geen twijfel kan zijn over het feit dat de kinderbijslag aan de moeder toekomt, temeer daar uit gans de chronologie volgt dat zij zelf ook ingestaan heeft voor de opvoeding en het onderhoud van het kind. De vraag van de moeder is dan ook in het belang van het kind. Deze zelfstandige, in het eerste onderdeel tevergeefs bekritiseerde reden, draagt de beslissing. De onderdelen, al waren ze gegrond, kunnen niet tot cassatie leiden en zijn dienvolgens niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 260,19 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 4 mei 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. Ph. Van Geem K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck E. Stassijns R. Boes PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090504.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div