← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090505.16

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090505.16 Rolnummer: P.09.0615.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 591 - laatst gezien 2026-07-03 03:27 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het onderzoeksgerecht dat beslist over de voorlopige hechtenis, moet onder meer nagaan of op het ogenblik van zijn uitspraak er ten laste van de aangehoudene nog steeds aanwijzingen van schuld bestaan; wanneer die aanwijzingen van schuld worden afgeleid uit een bewijsverkrijging waarvan de regelmatigheid wordt betwist, is het onderzoeksgerecht slechts gehouden tot een prima facie onderzoek van de regelmatigheid van de bewijsverkrijging

(1).
(1)Cass., 20 feb. 2001, AR P.01.0235.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.8, A.C., 2001, nr 106 en de noot 3; Cass., 11 feb. 2004, AR P.04.0203.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040211.10, A.C., 2004, nr
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Andere (voorlopige hechtenis) Vrije woorden: Aanwijzingen van schuld - Regelmatigheid van bewijsverkrijging - Betwisting - Onderzoeksgerecht - Prima facie onderzoek Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Andere (voorlopige hechtenis) Vrije woorden: Handhaving voorlopige hechtenis - Aanwijzingen van schuld - Regelmatigheid van bewijsverkrijging - Betwisting - Prima facie onderzoek Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0615.N H J, verdachte, gedetineerd, eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 april
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 235bis, §§ 1 en 2, Wetboek van Strafvordering, artikel 23, 4°, Wet Voorlopige hechtenis, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en van het recht op tegenspraak: de eiser heeft aangevoerd dat het strafonderzoek niet regelmatig ge-voerd was doordat de rechercheurs een eigen onderzoek hebben geleid en doordat niet alle processen-verbaal zich in het dossier bevinden, noch het kantschrift van de onderzoeksrechter hetwelk de rechercheurs een opdracht gaf; het bestreden ar-rest laat na eisers verweer met betrekking tot de regelmatigheid van het strafon-derzoek te onderzoeken, zodat niet kan worden nagegaan of het strafonderzoek regelmatig werd gevoerd; evenmin kan, zelfs niet prima facie, worden nagegaan of de aanwijzingen van schuld die door het bestreden arrest worden afgeleid uit de elementen waarvan de eiser de regelmatigheid heeft betwist, gebaseerd zijn op re-gelmatig verkregen bewijselementen; minstens wordt het Hof in de onmogelijk-heid gesteld zijn wettigheidscontrole uit te oefenen.
  4. Het onderzoeksgerecht dat beslist over de voorlopige hechtenis, moet onder meer nagaan of op het ogenblik van zijn uitspraak er ten laste van de aangehoude-ne nog steeds aanwijzingen van schuld bestaan. Wanneer die aanwijzingen van schuld worden afgeleid uit een bewijsverkrijging waarvan de regelmatigheid wordt betwist, is het onderzoeksgerecht slechts ge-houden tot een prima facie onderzoek van de regelmatigheid van de bewijsver-krijging.
  5. De appelrechters oordelen: "Het bevel tot aanhouding is regelmatig. De ernstige aanwijzingen van schuld, zoals vermeld in het bevel tot aanhouding, be-staan nog steeds. Deze zijn zeer concreet als volgt: - de consistente en gedetail-leerde verklaring van E F - telefonie onderzoek waaruit er contacten blijken tus-sen E F en [de eiser] en de tussenpersoon (J). Anders dan [de eiser] in conclusie voorhoudt zijn er geen onregelmatigheden in het strafonderzoek, noch wat betreft de processen-verbaal die werden opgesteld, noch wat betreft de tot op heden ge-voerde procedure."
  6. Met die overwegingen hebben de appelrechters het prima facie onderzoek van de bewijsverkrijging regelmatig verricht en verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 53,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 5 mei 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090505.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.8 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040211.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190724.1 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211123.2N.33 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.