← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090508.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090508.2 Rolnummer: F.07.0113.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2009-06-10 Raadplegingen: 653 - laatst gezien 2026-07-03 03:44 Versie(s): Vertaling FR Fiche De verplichting om de belastingplichtige vooraf en op nauwkeurige wijze kennis te geven van de aanwijzingen inzake belastingontduiking die te zijnen aanzien bestaan alvorens onderzoeksdaden te stellen tijdens de aanvullende termijn van twee jaar, houdt niet in dat de fiscus over bekende feiten of vaststellingen zou moeten beschikken die tot het bewijs van fraude aanleiding kunnen geven en dat hij die indicaties aan de belastingplichtige zou moeten meedelen in de voorafgaande kennisgeving. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Allerlei UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Onderzoek en controle Vrije woorden: Onderzoekstermijnen - Aanvullende termijn van twee jaar - Aanwijzingen van belastingontduiking - Voorafgaande kennisgeving Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 26-02-1964 - Art. 240, derde lid Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 333, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.07.0113.N T. H., eiser, met als raadsman mr. Michel Maus, advocaat bij de balie te Brugge, met kantoor te 8310 Brugge, Blekerijstraat 103/0302, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur der directe belastingen te Antwerpen, directe Antwerpen I, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 2, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 11 september 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel

  1. Het middel voert aan dat de appelrechters "de ratio legis van de wet van 3 november 1976" miskennen. Zij wijzen essentieel als geschonden wetsbepaling artikel 240 , derde lid, WIB64 aan, of de meer recente bepaling van artikel 333, derde lid, WIB
  2. Deze laatste bepaling was niet toepasselijk tijdens het bedoelde aanslagjaar.
  3. Krachtens artikel 240, derde lid, WIB64 mag de administratie onderzoeksdaden bedoeld in titel VII, hoofdstuk III, van dit wetboek stellen tijdens de in artikel 259, tweede lid, van ditzelfde wetboek bedoelde aanvullende termijn van twee jaar, op voorwaarde dat de administratie vooraf schriftelijk en op nauwkeurige wijze kennis heeft gegeven van de aanwijzingen inzake belastingontduiking die te zijnen aanzien bestaan.
  4. Uit die wetsbepalingen volgt niet dat de fiscus over indicaties, dit zijn volgens de woorden van de eiser, bekende feiten of vaststellingen, zou moeten beschikken die tot het bewijs van fraude aanleiding kunnen geven en dat hij die indicaties aan de belastingplichtige zou moeten meedelen in de voorafgaande kennisgeving. Het zou immers in strijd zijn met de wil van de wetgever het bestuur op voorhand te dwingen te bewijzen wat het juist op grond van een bijkomend onderzoek wil bewijzen. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  5. Het middel oefent kritiek uit op de wijze waarop de territoriale bevoegdheid van de BBI is bepaald, maar wijst niet met de nodige duidelijkheid aan, welke wetsbepalingen de appelrechters zouden geschonden hebben. Het middel is niet nauwkeurig, mitsdien niet-ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 109,19 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van 8 mei 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols E. Stassijns P. Maffei L. Huybrechts E. Forrier I. Verougstraete PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090508.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160407.1 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220908.1F.4 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231222.1F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.