id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:A
Artikel 2, Sw.
Fiche 2 Op grond van artikel 2, tweede lid, Strafwetboek dient de rechter die vaststelt dat de feiten volgens de oude wet een misdrijf vormen, vooreerst te onderzoeken of de nieuwe wet aan de onder de oude wet als misdrijf omschreven gedraging niet haar strafbaar karakter ontneemt of de strafbaarstelling ervan niet beperkt door de bestanddelen ervan te wijzigen, om vervolgens de wet die de meest gunstige straf inhoudt, toe te passen
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN Vrije woorden: Strafzaken -
Artikel 2, Sw.
- Opdracht van de rechter Fiche 3 Wanneer twee wetten zowel hoofdgevangenisstraffen, als geldboeten en bijkomende straffen bepalen en de maat van de hoofdgevangenisstraffen verschilt, worden voor de bepaling van de respectieve zwaarte van de straffen enkel de hoofdgevangenisstraffen in aanmerking genomen
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN Vrije woorden: Strafzaken -
Gewijzigde straf - Toepassing van de meest gunstige straf - Bepaling van de respectieve zwaarte van de straffen - Criterium Fiche 4 Eens op basis van de relatieve zwaarte van de hoofdgevangenisstraffen bepaald is welk van beide wettelijke stelsels, wat de strafmaat betreft, het meest gunstig is voor de beklaagde, dienen de strafbepalingen van dit laatste stelsel integraal en in al hun onderdelen te worden toegepast, ongeacht de omstandigheid dat bepaalde van die onderdelen, afzonderlijk beschouwd, minder gunstig zijn voor de beklaagde of nog niet bij de wet bepaald waren voordat het misdrijf werd gepleegd
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN Vrije woorden: Strafzaken -
Gewijzigde straf - Nieuwe wet die de hoofdgevangenisstraf vermindert, de geldboete verhoogt en een nieuwe bijkomende straf voorziet - Integrale toepassing van de strafbepalingen van de nieuwe wet Fiches 5 - 6 Artikel 433decies, Strafwetboek, dat de voor het misdrijf "huisjesmelkerij" bepaalde hoofdgevangenisstraf vermindert, is minder streng dan het vroegere artikel 77bis, § 1, Vreemdelingenwet, zonder dat rekening moet worden gehouden met de door artikel 433decies, Strafwetboek ingevoerde verplichte vermenigvuldiging van de geldboete met het aantal slachtoffers en met de door artikel 433terdecies, Strafwetboek ingevoerde mogelijkheid van bijzondere verbeurdverklaring van de tegenwaarde van het goed
(1)
(2).
(1)Zie de concl. van het O.M.
(2)Gedeeltelijk andersluidende conclusie. Het Hof beslist tot de ambtshalve gedeeltelijke vernietiging van het bestreden arrest wegens de schending van artikel 433terdecies, derde lid, Strafwetboek, omdat de appelrechters er, door hun oordeel dat "overeenkomstig artikel 433terdecies van het Strafwetboek (...) de verplichte verbeurdverklaring van de tegenwaarde van de delen van het onroerend goed (...) (zich opdringt)", ten onrechte lijken van uit te gaan dat de verbeurdverklaring van de tegenwaarde bij de vervreemding van het onroerend goed tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve uitspraak, steeds verplicht is. In zijn schriftelijke conclusie concludeerde het O.M. tot de verwerping van het cassatieberoep. In zijn mondelinge toelichting van deze conclusie achtte het O.M., vertrekkende van een meer welwillende lezing van de verschillende overwegingen van het bestreden arrest, het ambtshalve aanvoeren van de schending van artikel 433terdecies, derde lid, Strafwetboek weliswaar mogelijk, maar desalniettemin toch niet absoluut noodzakelijk. Toch blijft de door de appelrechters gebruikte woordkeuze voor kritiek vatbaar en het standpunt van het Hof kan bijgevolg worden onderschreven. Nu het Hof enkel beslist tot een gedeeltelijke vernietiging op het ambtshalve aangevoerde middel van schending van artikel 433terdecies, derde lid, Strafwetboek, diende het Hof ook de door de eiser aangevoerde middelen te beantwoorden om aan te tonen dat deze middelen niet tot een ruimere cassatie of een cassatie zonder verwijzing hadden kunnen leiden. Het gegrond bevinden van het eerste middel had immers moeten leiden tot een cassatie zonder verwijzing. Het antwoord op het eerste middel sluit aan bij het standpunt dat het O.M. ontwikkelde in de schriftelijke conclusie, maar het O.M. oordeelde dat het middel, dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalde naar recht. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN Vrije woorden: Werking in de tijd - Huisjesmelkerij - Feiten gepleegd onder vigeur van artikel 77bis, § 1, Vreemdelingenwet - Feiten op het ogenblik van de uitspraak strafbaar gesteld door artikel 433decies en 433terdecies, Sw. - Wet die de hoofdgevangenisstraf vermindert, de boete verhoogt en een nieuwe bijkomende straf voorziet Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Mensenhandel - Huisjesmelkerij - Zaken welke gediend hebben tot het plegen van het misdrijf - Zaken die werden vervreemd tussen het plegen van de feiten en de veroordeling - Feiten gepleegd onder vigeur van artikel 77bis, § 1, Vreemdelingenwet - Feiten op het ogenblik van de uitspraak strafbaar gesteld door artikel 433decies en 433terdecies, Sw. - Wet die de hoofdgevangenisstraf vermindert, de boete verhoogt en een nieuwe bijkomende straf voorziet - Nieuwe mogelijkheid tot bijzondere verbeurdverklaring van de tegenwaarde - Toepasselijkheid Fiches 7 - 12 Conclusie van advocaat-generaal DUINSLAEGER. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN Vrije woorden: Strafzaken -
Artikel 2, Sw.
Strafzaken -
Artikel 2, Sw.
- Opdracht van de rechter Strafzaken -
Gewijzigde straf - Toepassing van de meest gunstige straf - Bepaling van de respectieve zwaarte van de straffen - Criterium Strafzaken -
Gewijzigde straf - Nieuwe wet die de hoofdgevangenisstraf vermindert, de geldboete verhoogt en een nieuwe bijkomende straf voorziet - Integrale toepassing van de strafbepalingen van de nieuwe wet Werking in de tijd - Huisjesmelkerij - Feiten gepleegd onder vigeur van artikel 77bis, § 1, Vreemdelingenwet - Feiten op het ogenblik van de uitspraak strafbaar gesteld door artikel 433decies en 433terdecies, Sw. - Wet die de hoofdgevangenisstraf vermindert, de boete verhoogt en een nieuwe bijkomende straf voorziet Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Mensenhandel - Huisjesmelkerij - Zaken welke gediend hebben tot het plegen van het misdrijf - Zaken die werden vervreemd tussen het plegen van de feiten en de veroordeling - Feiten gepleegd onder vigeur van artikel 77bis, § 1, Vreemdelingenwet - Feiten op het ogenblik van de uitspraak strafbaar gesteld door artikel 433decies en 433terdecies, Sw. - Wet die de hoofdgevangenisstraf vermindert, de boete verhoogt en een nieuwe bijkomende straf voorziet - Nieuwe mogelijkheid tot bijzondere verbeurdverklaring van de tegenwaarde - Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.08.1164.N C A, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Karel Mul, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 19 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 2 Strafwetboek en van het daarin vervatte beginsel van de niet-retroactiviteit van de strafwet: de appelrechters beve-len de verbeurdverklaring van de tegenwaarde van delen van het onroerend goed, gelegen te A, B, op grond van artikel 433terdecies Strafwetboek dat pas werd in-gevoerd bij wet van 9 februari 2006; in deze straf was niet voorzien door artikel 77bis Vreemdelingenwet dat van toepassing was op 13 april 2004, datum van het plegen van het feit van de telastlegging A.III.
- Artikel 2 Strafwetboek bepaalt: "Geen misdrijf kan worden gestraft met straffen die bij de wet niet waren gesteld voordat het misdrijf werd gepleegd. In-dien de straf, ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, wordt de minst zware wet toegepast."
- Deze wetsbepaling verbiedt aan de strafwet terugwerkende kracht te verle-nen ten nadele van de beklaagde. Ze legt de toepassing op van de wet die na het plegen van het misdrijf in werking is getreden en dat misdrijf minder zwaar be-straft.
- Op grond van artikel 2, tweede lid, Strafwetboek dient de rechter die vast-stelt dat de feiten volgens de oude wet een misdrijf vormen, vooreerst te onder-zoeken of de nieuwe wet aan de onder de oude wet als misdrijf omschreven ge-draging niet haar strafbaar karakter ontneemt of de strafbaarstelling ervan niet be-perkt door de bestanddelen ervan te wijzigen, om vervolgens de wet die de meest gunstige straf inhoudt, toe te passen.
- Artikel 77bis, § 1bis Vreemdelingenwet, zoals van toepassing op het ogen-blik van de feiten, bepaalt: "Met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met een geldboete van vijfhonderd Belgische frank tot vijfentwintigduizend Belgische frank wordt gestraft hij die rechtstreeks of via een tussenpersoon misbruik maakt van de bijzonder kwetsbare positie van een vreemdeling ten gevolge van zijn on-wettige of precaire administratieve toestand door de verkoop, verhuur of ter be-schikkingstelling van enig onroerend goed of kamers of enige andere ruimte met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren." Artikel 77bis, § 5, Vreemdelingenwet, zoals van toepassing op het ogenblik van de feiten bepaalt: "De bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1°, van het Strafwetboek kan worden toegepast zelfs wanneer de zaken waarop zij betrekking heeft, niet het eigendom van de veroordeelde zijn. Zij kan onder de-zelfde voorwaarden ook worden toegepast op het in § 1bis bedoelde onroerend goed, kamers of enige andere ruimte."
- Artikel 433decies Strafwetboek, zoals ingevoegd bij wet van 10 augustus 2005 bepaalt: "Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboe-te van vijfhonderd euro tot vijfentwintigduizend euro wordt gestraft hij die recht-streeks of via een tussenpersoon misbruik maakt van de bijzonder kwetsbare posi-tie van een persoon ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand of zijn precaire sociale toestand door, met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren, een roerend goed, een deel ervan, een onroerend goed, een kamer of een andere in artikel 479 bedoelde ruimte, te verkopen, te verhuren of ter beschikking te stellen in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aan-vaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken. De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn." Artikel 433terdecies, tweede en derde lid, Strafwetboek, zoals ingevoegd bij wet van 10 augustus 2005 en gewijzigd bij wet van 9 februari 2006, bepaalt: "De bij-zondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1°, wordt toegepast op de schuldigen aan het misdrijf bedoeld in artikel 433decies, zelfs ingeval de zaken waarop zij betrekking heeft niet het eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk kan doen aan de rechten van de der-den op de goederen die verbeurd zouden kunnen worden verklaard. Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel er-van, het onroerend goed, de kamer of enige andere ruimte bedoeld in dat artikel. Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd ge-pleegd en de definitieve rechterlijke beslissing."
- Wanneer twee wetten zowel hoofdgevangenisstraffen als geldboeten en bij-komende straffen bepalen en de maat van de hoofdgevangenisstraffen verschilt, worden voor de bepaling van de respectieve zwaarte van de straffen enkel de hoofdgevangenisstraffen in aanmerking genomen. De nieuwe wet die de voor een misdrijf bepaalde hoofdgevangenisstraf vermindert, is bijgevolg minder streng, zonder dat rekening moet worden gehouden met de verplichte vermenigvuldiging van de geldboete met het aantal slachtoffers en met de mogelijkheid van bijzonde-re verbeurdverklaring van de tegenwaarde van het goed, die door de wet worden ingevoerd. Eens op basis van de relatieve zwaarte van de hoofdgevangenisstraffen bepaald is welk van beide wettelijke stelsels, wat de strafmaat betreft, het meest gunstig is voor de beklaagde, dienen de strafbepalingen van dit laatste stelsel integraal en in al hun onderdelen te worden toegepast, ongeacht de omstandigheid dat bepaalde van die onderdelen, afzonderlijk beschouwd, minder gunstig zijn voor de be-klaagde of nog niet bij de wet bepaald waren voordat het misdrijf werd gepleegd. Hieruit volgt dat de artikelen 433decies en 433terdecies Strafwetboek, voor wat de strafmaat betreft, voor de beklaagde een gunstiger regime inhouden dan het oud artikel 77bis, §§ 1bis en 5, Vreemdelingenwet.
- De appelrechters dienden bijgevolg de straf bepaald door artikel 433decies Strafwetboek en de bijzondere verbeurdverklaring bepaald door artikel 433terdecies Strafwetboek toe te passen, hierin begrepen de mogelijkheid om de tegenwaarde van de goederen verbeurd te verklaren. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van "het principe van de personaliteit der bestraffingen": uit de dossierstukken blijkt dat de door de eiser verhuurde panden zijn eigendom niet waren of dat hij er slechts mede-eigenaar van was; de appel-rechters laten na te verantwoorden waarom alleen de eiser hiervoor vervolgd en gestraft wordt.
- Het middel steunt op een feitelijk gegeven dat niet blijkt uit de bestreden be-slissing of uit enig ander stuk waarop het Hof vermag acht te slaan. Het middel dat het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het niet bevoegd is, is niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van "het principe van de niet-omkering van de bewijslast": de appelrechters gaan over tot omkering van de bewijslast door te stellen dat in strijd met de dossierstukken niet bewezen zou zijn dat de menson-waardige toestand van de woningen minstens gedeeltelijk door de bewoners zelf werd veroorzaakt; hierdoor motiveren zij hun beslissing niet op regelmatige wijze.
- Met hun motivering leggen de appelrechters geen onrechtmatige bewijslast op aan de eiser, maar verwerpen zij diens verweer als ongeloofwaardig. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Voor het overige komt het middel dat formeel een motiveringsgebrek aan-voert, in werkelijkheid op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van "het principe (van) de gelijkwaardig-heid van de bewijskracht van de dossierstukken en foutieve interpretatie ervan": de appelrechters houden geen rekening met de voor de eiser gunstige dossierstuk-ken zodat zij hun beslissing niet regelmatig motiveren.
- Een eventuele miskenning van de bewijskracht van de inhoud van een stuk is geen motiveringsgebrek. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Voor het overige komt het middel dat formeel een motiveringsgebrek aan-voert, in werkelijkheid op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Vijfde middel
- Het middel voert schending aan van "de correcte interpretatie van de draagwijdte van de gerechtelijke antecedenten van de [eiser]": de appelrechters trekken uit de gegevens van het strafregister een verkeerd besluit zodat zij hun be-slissing niet regelmatig motiveren.
- Het middel dat een motiveringsgebrek aanvoert, komt in werkelijkheid op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 433terdecies, derde lid, Strafwetboek.
- Artikel 433terdecies, tweede en derde lid, Strafwetboek, zoals hier van toe-passing bepaalt: "De bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1°, wordt toegepast op de schuldigen aan het misdrijf bedoeld in artikel 433decies, zelfs ingeval de zaken waarop zij betrekking heeft niet het eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk kan doen aan de rechten van de derden op de goederen die verbeurd zouden kun-nen worden verklaard. Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige ande-re ruimte bedoeld in dat artikel. Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd ge-pleegd en de definitieve rechterlijke beslissing."
- Aldus is de verbeurdverklaring van de tegenwaarde van het onroerend goed dat werd vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing, een facultatieve bijkomende straf.
- De appelrechters oordelen: "Overeenkomstig artikel 433terdecies van het Strafwetboek dringt de verplichte verbeurdverklaring van de tegenwaarde van de delen van het onroerend goed, gelegen B te A, zoals aangeduid in de aangehou-den misdrijven sub A.III en met name de woongelegenheden B en C, zich op." Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit een bedrag van 57.000 euro verbeurd verklaart, zijnde de tegenwaarde van de woongelegenheden B en C van het pand, gelegen te A, B. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser in vier vijfden van de kosten van zijn cassatieberoep en laat een vijfde daarvan ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Begroot de kosten op 141,87 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 19 mei 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen K. Mestdagh L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090519.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090519.4 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150915.2 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.5 ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.027 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141104.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div