← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090519.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090519.6 Rolnummer: P.09.0250.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2009-06-10 Raadplegingen: 656 - laatst gezien 2026-07-03 04:33 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het arrest van het hof van assisen dat de beschuldigde tot straf wegens doodslag veroordeelt "gezien de verklaring van de rechtsprekende jury op de haar gestelde vragen", motiveert aldus niet waarom de beschuldigde schuldig wordt verklaard aan doodslag en waarom de door hem aangevoerde verschoningsgrond van de uitlokking niet werd aangenomen; dergelijke schuldigverklaring beantwoordt niet aan de vereisten van artikel 6.1, E.V.R.M.

(1).
(1)E.H.R.M., 13 jan. 2009, Taxquet v. Belgium,
  1. Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - EINDARREST UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Uitspraak op de strafvordering - Motivering - Loutere verwijzing naar de verklaring van de jury - Afwezigheid van motivering van de afwijzing van de aangevoerde verschoningsgrond van uitlokking Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Hof van assisen - Eindarrest - Uitspraak op de strafvordering - Motivering - Loutere verwijzing naar de verklaring van de jury - Afwezigheid van motivering van de afwijzing van de aangevoerde verschoningsgrond van uitlokking Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Hof van assisen - Eindarrest - Uitspraak op de strafvordering - Motivering - Loutere verwijzing naar de verklaring van de jury - Afwezigheid van motivering van de afwijzing van de aangevoerde verschoningsgrond van uitlokking Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0250.N I-VI M Z, alias K K, alias M Z, beschuldigde, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mrs. Joris Vercraeye en Mounir Souidi, advocaten bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Jozef de Bomstraat 4, alwaar de eiser woonplaats kiest, cassatieberoepen III, V en VI tegen
  2. M M, burgerlijke partij,
  3. M M, in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van A M, burgerlijke partij,
  4. M M'R, burgerlijke partij,
  5. A D, in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van M D, burgerlijke partij,
  6. M'F D, in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van Y D, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen: - het arrest nr. 2 van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 16 ja-nuari 2009 dat uitspraak doet op de tegen de eiser ingestelde strafvordering; (I) - het arrest nr. 2 van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 16 ja-nuari 2009 dat uitspraak doet op de tegen de eiser ingestelde strafvordering; (II) - het arrest nr. 3 van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 16 ja-nuari 2009 dat uitspraak doet op de tegen de eiser ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen; (III) - het verwijzingsarrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbe-schuldigingstelling, van 29 januari 2007; (IV) - het tussenarrest van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 15 ja-nuari 2009; (V) - het tussenarrest van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 9 ja-nuari 2009 (VI). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  7. In strafzaken is een tweede cassatieberoep tegen dezelfde beslissing niet ontvankelijk ingevolge artikel 438 Wetboek van Strafvordering.
  8. De eiser heeft op 19 januari 2009 in de strafinrichting een cassatieberoep (I) ingesteld tegen het arrest nr. 2 van het hof van assisen van de provincie Antwer-pen van 16 januari
  9. Zijn raadsman heeft op 27 januari 2009 eveneens tegen datzelfde arrest een cassatieberoep (II) ingesteld. Het cassatieberoep II is niet ontvankelijk.
  10. Het arrest nr. 3 van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 16 januari 2009 verklaart de rechtsvorderingen van de verweerders 2 tot en met 5 on-gegrond. In zoverre het cassatieberoep III ook tegen die beslissingen is gericht, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel in zijn geheel
  11. Het middel is gericht tegen het tussenarrest van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 15 januari 2009 en het arrest nr. 2 van hetzelfde hof van 16 januari
  12. Het voert schending aan van de artikelen 6.1 en 6.2 EVRM, de artikelen 10, 11 en 149 Grondwet, artikel 411 Strafwetboek en artikel 342 Wetboek van Strafvorde-ring, evenals miskenning van het recht op een eerlijk proces: de eiser heeft ter rechtszitting een schriftelijke conclusie neergelegd waarin hij verzocht om een gemotiveerde beslissing met betrekking tot de schuldvraag; de bestreden arresten oordelen dat hij geen recht heeft op een gemotiveerde beslissing en geven op geen enkele wijze de gronden voor zijn veroordeling en de afwijzing van de uitlokking weer; aldus is zijn schuldigverklaring niet afdoende met redenen omkleed en wordt zijn recht op een eerlijk proces miskend.
  13. Het recht op een eerlijk proces vereist dat de rechter zijn beslissing moti-veert.
  14. Bij schriftelijke conclusie, neergelegd ter rechtszitting van het hof van assi-sen van 15 januari 2009, heeft de eiser het hof verzocht een bijkomende vraag voor te leggen aan de jury, namelijk "staat het vast dat de doodslag onmiddellijk werd uitgelokt, zoals voorzien in artikel 411 Strafwetboek?" Tevens heeft hij in dezelfde conclusie het hof verzocht de jury van het hof van assisen te verzoeken om zijn gebeurlijke schuldigverklaring te motiveren. In het tussenarrest van 15 januari 2009 oordeelt het hof dat er "geen rechtsgrond voorhanden is om de jury te verzoeken buiten het antwoord op de in uitvoering van de wet te stellen vraag enige mondelinge of schriftelijke motivering naar voor te brengen". In het arrest nr. 2 veroordeelt het hof van assisen vervolgens de eiser tot straf we-gens doodslag, "gezien de verklaring van de rechtsprekende jury op de haar ge-stelde vragen". Aldus motiveert het arrest nr. 2 niet waarom de eiser schuldig wordt verklaard aan doodslag en waarom de door hem aangevoerde verschoningsgrond van de uitlok-king niet werd aangenomen. Eisers schuldigverklaring beantwoordt niet aan de vereisten van artikel 6.1 EVRM. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  15. De hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing op de strafvordering tegen de eiser brengt de vernietiging mee van de beslissing op de tegen hem door de verweerder 1 ingestelde burgerlijke rechtsvordering die er het gevolg van is. Ambtshalve onderzoek van de verwijzingsbeslissing
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden arresten van 15 januari 2009 en 16 januari 2009 (nr. 2) en van 16 januari 2009 (nr. 3) in zoverre dit laatste de eiser veroordeelt tot schade-vergoeding aan de verweerder 1 M M. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernie-tigde arresten van 15 januari 2009 en 16 januari 2009 (nr. 2) en van het gedeelte-lijk vernietigde arrest van 16 januari 2009 (nr. 3). Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoepen en laat de overige helft ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van assisen van de provincie Lim-burg. Begroot de kosten op 348,84 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 19 mei 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen K. Mestdagh L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090519.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090610.3 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090610.9 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091014.1 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091014.2 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100113.4 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100210.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.