id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090526.5 Rolnummer: P.09.0132.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-06-30 Raadplegingen: 216 - laatst gezien 2026-07-02 23:16 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter beoordeelt onaantastbaar wanneer de verzoeker tot herroeping van het gewijsde de ingeroepen grond heeft ontdekt of kon ontdekken; het Hof gaat evenwel na of de rechter uit de vaststellingen die hij heeft gedaan, wettig heeft kunnen afleiden dat de verzoeker op een bepaald ogenblik kennis had of kon hebben van de ingeroepen grond; de enkele omstandigheid dat er tussen de partijen een geschil ontstaat wegens het door een van hen ingenomen standpunt, houdt niet in dat de andere partij reeds kennis heeft of kan hebben van enig bedrog waaraan de eerstgenoemde zich schuldig zou hebben gemaakt
(1)Het O.M. had geconcludeerd in de zin dat de bestreden beslissing, om de redenen erin vermeld, vermocht te oordelen dat het verzoek tot herroeping van het gewijsde laattijdig en dus niet ontvankelijk was. Thesaurus CAS: HERROEPING VAN HET GEWIJSDE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Herroeping van gewijsde - Algemeen Vrije woorden: Termijn - Ontdekken van de ingeroepen grond - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1136 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Herroeping van gewijsde - Algemeen Vrije woorden: Herroeping van het gewijsde - Termijn - Ontdekken van de ingeroepen grond - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1136 Fiches 3 - 4 Wanneer het Hof de beslissing die het verzoek tot herroeping van het gewijsde afwijst, vernietigt, verwijst het de zaak naar hetzelfde gerecht, anders samengesteld. Thesaurus CAS: HERROEPING VAN HET GEWIJSDE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Herroeping van gewijsde - Algemeen Vrije woorden: Vernietiging door het Hof van de beslissing die de herroeping van het gewijsde afwijst - Verwijzing naar hetzelfde gerecht, anders samengesteld Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1134 Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - ALLERLEI UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Herroeping van gewijsde - Algemeen Vrije woorden: Herroeping van het gewijsde - Vernietiging door het Hof van de beslissing die de herroeping van het gewijsde afwijst - Verwijzing naar hetzelfde gerecht, anders samengesteld Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1134 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0132.N M C, verzoeker tot herroeping van het gewijsde, eiser, met als raadsman mr. Jeroen Pinoy, advocaat bij de balie te Brussel, tegen
- A H F R,
- UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN (U.W.V.), voorheen Landelijk Instituut voor sociale Verzekeringen, met zetel te 1005 CA Amsterdam (Nederland), Bos- en Lommerplantsoen 1, verweerders in herroeping van gewijsde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de correctionele rechtbank te Mechelen van 12 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van artikel 1136 Gerechtelijk Wetboek: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat het verzoek tot herroeping van het gewijsde laattijdig is daar de ingeroepen grond door de eiser is ontdekt door de brief van de tweede verweerster van 18 augustus 2005; uit het ontstaan van een geschil tussen de partijen kan niet worden afgeleid dat de eiser kennis had van het bedrog.
- Artikel 1136 Gerechtelijk Wetboek bepaalt: "Het verzoek tot herroeping van het gewijsde wordt, op straffe van verval, ingediend binnen zes maanden na het ontdekken van de ingeroepen grond."
- De rechter beoordeelt onaantastbaar wanneer de verzoeker tot herroeping van het gewijsde de ingeroepen grond heeft ontdekt of kon ontdekken. Het Hof gaat evenwel na of de rechter uit de vaststellingen die hij heeft gedaan, wettig heeft kunnen afleiden dat de verzoeker op een bepaald ogenblik kennis had of kon hebben van de ingeroepen grond.
- De enkele omstandigheid dat er tussen de partijen een geschil ontstaat we-gens het door een van hen ingenomen standpunt, houdt niet in dat de andere partij reeds kennis heeft of kan hebben van enig bedrog waaraan de eerstgenoemde zich schuldig zou hebben gemaakt.
- Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiser door twee brieven van 18 augus-tus 2005 melding kreeg dat de tweede verweerster, zowel uitbetaalde uitkeringen als wegens de wetgeving inzake arbeidsongeschiktheid onverschuldigde betalin-gen zou terugvorderen. Het oordeelt verder dat het door die brieven de eiser dui-delijk moest zijn dat er met de tweede verweerster een geschil ontstond waarvoor hij zich thans beroept op bedrog.
- Uit de enkele vaststelling dat de eiser door de inhoud van de twee brieven van 18 augustus 2005 kennis had van het ontstaan van een geschil met de tweede verweerster, kan het bestreden vonnis niet wettig afleiden dat de eiser tevens reeds kennis had van het aan die verweerster verweten bedrog. Het middel is gegrond. Eerste middel
- Het middel behoeft het middel geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis. Houdt de kosten aan. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Mechelen, anders samenge-steld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 26 mei 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. C. Van de Mergel K. Mestdagh L. Van hoogenbemt P. Maffei L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090526.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div