id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.2 Rolnummer: C.06.0264.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-06-16 Raadplegingen: 186 - laatst gezien 2026-07-02 23:09 Versie(s): Vertaling FR Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - ARBITRAGE - Algemeen (arbitrage) Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.06.0264.N TORREKENS Rik, advocaat, als curator van het faillissement van de bvba Euromachines, met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 72, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest, tegen LAG TRAILERS, naamloze vennootschap, met zetel te 3960 Bree, Kanaallaan 54, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 21 februari 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift een twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- De appelrechters oordelen dat uit het feit dat de failliet lid zou zijn van de arbitrage-instelling, niet volgt dat de curator die de failliet vertegenwoordigt, een bevoorrechte positie zou hebben bij de aanwijzing van de arbiter of de arbiters. Zij oordelen voorts dat in het arbitragereglement van deze instelling geen enkele bepaling voorziet in de aanduiding van een arbiter uit haar eigen midden, zodat het vonnis a quo terecht heeft geoordeeld dat het arbitragebeding de toetsing van artikel 1678, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek doorstaat.
- De appelrechters hebben aldus, in tegenstelling tot wat de eiser aanvoert, nagegaan in welke mate dit betalend lidmaatschap van aard is de keuze van de arbiter door de arbitrage-instelling te beïnvloeden. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.
- Het middel voert voor het overige aan dat de appelrechters ten onrechte geoordeeld hebben dat er slechts sprake kan zijn van een bevoorrechte positie wanneer de arbiter uit het eigen midden wordt aangesteld zodat zij een voorwaarde toevoegen aan artikel 1678, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
- De appelrechters oordelen dat niet, zodat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist. Tweede middel Eerste onderdeel
- Anders dan het onderdeel aanvoert is de beslissing van de appelrechters niet alleen gebaseerd op de aard van de wettelijke opdracht van de curator, maar ook op de onafhankelijke reden dat de kosten die de appellant qq. vooropstelt "bovendien te hoog zijn ingeschat". Het onderdeel berust op een onvolledige lezing van het arrest en mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- De appelrechters oordelen dat de kosten van de arbitrageprocedure een schuld van de boedel zijn en dat de kosten die de eiser vooropstelt te hoog zijn ingeschat. Aldus geven zij te kennen dat de beschikbare gelden op de faillissementsrekening toereikend waren om de arbitrageprocedure te bekostigen.
- Anders dan het onderdeel aanvoert, verwerpen de appelrechters het door de eiser aangevoerde rechtsmisbruik van de verweerders niet op de enkele grond dat de verweerster het recht had zich op de arbitrageclausule te beroepen. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechters dit wel doen, mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de eiser in de onmogelijkheid verkeerde om, gelet op de beschikbare gelden op de faillissementsrekening welke reeds ontoereikend waren ter voldoening van de bevoorrechte schuldeisers, de arbitrageprocedure te bekostigen, verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten, waarvoor het niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 528,86 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 29 mei 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix E. Waûters I. Verougstraete PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div