id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090602.3 Rolnummer: P.09.0019.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-06-15 Raadplegingen: 191 - laatst gezien 2026-07-02 23:07 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Ook al vermeldt de cheque de te betalen som in een munteenheid die vervangen is door een andere, naar dewelke die som evenwel kan worden omgerekend, en ook al is de cheque niet gedateerd, toch valt de uitgifte ervan, zonder voorafgaand, toereikend en beschikbaar fonds onder de strafbepaling van artikel 61 Chequewet
(1).
(1)Zie: Cass., 5 mei 1982, A.C., 1981-1982, nr 523. Thesaurus CAS: CHEQUE UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - WAARDEPAPIEREN - Cheque Vrije woorden: Cheque zonder dagtekening - Cheque uitgeschreven in een vervangen munteenheid - Uitgifte zonder voorafgaand, toereikend en beschikbaar fonds - Chequewet 1 maart 1961 - Toepassing Fiche 2 Het misdrijf van de uitgifte van cheque zonder dekking is voltrokken vanaf het ogenblik dat de cheque aan de rechthebbende is overhandigd of in omloop is gebracht, ook al is hij niet gedateerd en al wordt hij niet of pas later ter betaling aangeboden
(1)
(2).
(1)Zie: Cass., 5 mei 1982, A.C., 1981-1982, nr. 523.
(2)Zie: Cass., 15 maart 1988, AR 1678, A.C., 1987-1988, nr
- Thesaurus CAS: CHEQUE UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - WAARDEPAPIEREN - Cheque Vrije woorden: Artikel 61, Chequewet 1 maart 1961 - Uitgifte - Voltrekking van het misdrijf Wettelijke bepalingen: Wet - 01-03-1961 - Art. 61, 1° - 30 ELI link Pub nr 1961030101 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0019.N M F V, beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Geert Van Deyck en mr. Tim De Hertogh, advocaten bij de balie te Mechelen. tegen
- Jos MOMBAERS, advocaat met kantoor te 3300 Tienen, O.L.V. Broeders-straat 3,
- Viviane MISSOUL, advocaat met kantoor te 3010 Kessel-Lo, Koning Al-bertlaan 186, in hun hoedanigheid van curatoren van het fallisssement van Tremeloze Vloer-handel Verbinnen-Ripka bvba. burgerlijke parijen, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 2 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Eisers vierde middel voert schending aan van artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de artikelen 17, 821 en 824 Gerechtelijk Wetboek: in plaats van enkel vast te stellen dat de verweerders, curatoren van het inmiddels gesloten faillissement van de bvba Tremelose vloerhandel Verbinnen-Ripka, niet verschenen om haar vordering gestand te doen, had het bestreden arrest moeten oordelen dat deze laatste stilzwijgend daarvan afstand deed.
- De eiser heeft geen wettig belang op te komen tegen die beslissing. Zijn cassatieberoep is in zoverre niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert, in verband met de zaak II, schending aan van de artikelen 322 en 323 Strafwetboek: uit de bewezenverklaring van de drugsdelicten van te-lastlegging A blijkt dat eisers mededaders al een jaar vóór de periode van het aan-stoker zijn van de eiser van een criminele vereniging met het oog op het plegen van de drugsdelicten vermeld in de telastlegging B, bezig waren met plegen van de drugsdelicten van de telastlegging A; daar "aanstokers" in de zin van artikel 323 Strafwetboek zijn "zij die anderen ertoe hebben aangezet zich met een crimi-neel doel te verenigen, zelfs indien ze later niet meer zijn tussengekomen in de or-ganisatie van de bende", kon het bestreden arrest onmogelijk de eiser wettig ver-oordelen als aanstoker van de criminele vereniging vermeld in de telastlegging B.
- Alleen de telastlegging A.l.a betreft feiten gepleegd tussen 1 januari 2001 en 2 april 2003 en dit zonder vermelding van bendevorming. Daarentegen zijn de fei-ten A.l, b, c, d, e, die bendevorming vermelden, alle gedateerd tussen 1 oktober 2002 en 2 april 2003, dit is dezelfde periode als deze van de feiten van de telast-legging B. Het middel dat berust op een onnauwkeurige lezing van het bestreden arrest, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert, in verband met de zaak I, schending aan van de artikelen 1, 2° en 5°, 2, 29, 36bis en 61, 1°, Chequewet: ten eerste had het bestreden arrest moeten oordelen dat de in de periode van 15 februari 2002 tot 1 oktober 2002 uit-gegeven cheque ten bedrage van 200.000 frank, dit is een sedert 1 januari 2002 ongeldige dan wel onbestaande munteenheid, cheque die bovendien geen dagte-kening bevat, geen cheque kon zijn als bedoeld in de chequewet; ten tweede had het bestreden arrest moeten oordelen dat omwille van het feit dat de cheque niet gedateerd was, er geen sprake kan zijn van enige aanbiedingstermijn.
- Ook al vermeldt de cheque de te betalen som in een munteenheid die ver-vangen is door een andere naar de welke die som evenwel kan worden omgere-kend, en ook al is de cheque niet gedateerd, toch valt de uitgifte ervan, zonder voorafgaand, toereikend en beschikbaar fonds onder de strafbepaling van artikel 61 Chequewet. Anderzijds is het misdrijf van de uitgifte van cheque zonder dekking, ook al is hij niet gedateerd, voltrokken vanaf het ogenblik dat hij aan de rechthebbende is overhandigd of anders in omloop is gebracht, ook al wordt hij niet of pas later ter betaling aangeboden. Het middel faalt naar recht. Derde middel
- Het middel voert, in verband met de zaak I, schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en de artikelen 2, 3, 1° en 2°, 4 tot 9 Boekhoudwet: het bestreden arrest antwoordt niet op eisers ver-weer dat bij het faillissement wel de vereiste boekhouding aanwezig was en moti-veert ook niet waarom de zich onder de stukken van het strafdossier bevindende stukken geenszins zouden stroken met de toepasselijke voorschriften van de Boekhoudwet.
- Met de redenen die het bestreden arrest (p. 16) vermeldt, beantwoordt en verwerpt het beide aspecten van het bedoelde verweer. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 211bis Wetboek van Strafvordering
- Is er een vrijsprekend vonnis dan kan het gerecht in hoger beroep geen ver-oordeling uitspreken dan met eenparige stemmen van zijn leden.
- De appelrechters die niet met eenparigheid beslissen, konden derhalve niet wettig de eiser schuldig verklaren aan de telastlegging B van de zaak I , dit is de bevoordeling van een schuldeiser met het oogmerk het faillissement uit te stellen, feit waarvoor de eiser in eerste aanleg was vrijgesproken. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser schuldig verklaart aan de te-lastlegging B van de zaak I en de eiser tot straf en in kosten veroordeelt. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige helft ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Begroot de kosten op 217,64 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 2 juni 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen K. Mestdagh L. Van hoogenbemt E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090602.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div