id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090605.1 Rolnummer: C.07.0482.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-07-01 Raadplegingen: 807 - laatst gezien 2026-07-03 03:44 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De gerechtelijke ontbinding van een duurcontract werkt in beginsel terug tot de dag waarop de rechtsvordering wordt ingesteld
(1).
(1)Zie Cass., 23 juni 2006, AR C.05.0215.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060623.4, A.C., 2006, nr 351. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Ontbinding BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Schadevergoeding - Algemeen Vrije woorden: Gerechtelijke ontbinding - Duurcontract - Gevolg - Datum Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1184, tweede lid Fiche 2 Vanaf de datum waarop de ontbinding uitwerking heeft kan de ontbonden overeenkomst voor de partijen geen grondslag van rechten of verplichtingen meer zijn
(1).
(1)Cass., 4 juni 2004, AR C.03.0408.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040604.3, A.C., 2004, nr 351, met concl. van advocaat-generaal De Riemaecker in Pas. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Ontbinding BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Schadevergoeding - Algemeen Vrije woorden: Ontbinding Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1184, tweede lid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0482.N
- W.C., en,
- V. F., eisers, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- V. H. F., en,
- V. M., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woonplaats kiezen, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 26 maart 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1134, 1183, 1184 en 1978 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Na de vordering tot ontbinding van de lijfrenteovereenkomst lastens de eisers gegrond te hebben verklaard, beslissen de appelrechters aangaande de gevolgen van deze ontbinding als volgt: "De ontbinding van de overeenkomst heeft in principe terugwerkende kracht, wat meebrengt dat de partijen moeten worden teruggeplaatst in de toestand alsof er nooit een overeenkomst was gesloten en dat zij elkaar moeten teruggeven datgene wat in uitvoering van de ontbonden overeenkomst werd gepresteerd. Het lijfrentecontract is een overeenkomst met op elkaar opvolgende prestaties zodat de ontbinding slechts werkt vanaf de datum, waarop de partijbeslissing werd genomen, d.i. de datum van de inleidende dagvaarding van 4 september
- In het lijfrentecontract van 5 juli 1990 is bepaald "zal de rentegenieter niet gehouden tot enige terugbetaling aan de renteplichtige en hij zal deze ontvangen rentetermijnen mogen behouden als schadevergoeding ...". Dit schadebeding stemt overeen met de potentiële schade die (de verweerders) als rentegenieters op het ogenblik van de contractsluiting kunnen lijden bij wanbetaling door de renteplichtigen. Ondertussen hebben (de eisers) ook het genot van het onroerend goed, voorwerp van de lijfrenteovereenkomst, gehad. De tegenvordering van (de eisers) tot terugbetaling van de betaalde rentetermijnen is ongegrond". Na aldus te hebben vastgesteld dat de lijfrenteovereenkomst was ontbonden met ingang vanaf 4 september 2001, verklaren de appelrechters zowel, met bevestiging van het vonnis a quo, de door de verweerders reeds in eerste aanleg ingestelde vordering wegens achterstallige rentetermijnen (indexaties en interesten ten belope van 26.313,71 euro) gegrond als de op grond van de artikelen 807 en 808 van het Gerechtelijk Wetboek uitgebreide vordering van verweerders tot betaling van bijkomende indexaties, op grond van de volgende motieven: "Berekening indexatie De indexaanpassingen zijn volgens het lijfrentecontract van rechtswege en zonder aanmaning verschuldigd. De door (de verweerders) gedane berekening van de indexaanpassingen is gedaan volgens de formule voorzien in het lijfrentecontract. Als basisindexcijfer wordt niet genomen het indexcijfer van de consumptieprijzen 1998, zoals (de eisers) beweren, maar deze van de maand juli 1990, zoals contractueel bepaald. (De verweerders) hebben de indexaanpassingen toegepast vijf jaar voor de dagvaarding en hebben dus met de voor de eerste rechter door (de eisers) ingeroepen verjaring rekening gehouden. De na de dagvaarding gedane betaling van 7.028,38 euro werd in mindering gebracht. De eerste rechter heeft terecht (de eisers) veroordeeld tot achterstallige indexaties tot beloop van 26.313,71 euro. (De verweerders) breidden hun eis op grond van artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek uit met bijkomende indexachterstallen. Deze werden eveneens berekend volgens de formule, voorzien in het lijfrentecontract. De gevorderde interest op de indexeringen zijn berekend zoals contractueel bepaald". Op grond van deze motieven beslist het Hof van Beroep: "Hervormt het bestreden vonnis behoudens voor zover (de eisers) solidair werden veroordeeld tot betaling van een bedrag van 26.313,71 euro en tot betaling van de gerechtskosten. Verklaart de vordering van (de verweerders) tot ontbinding van het lijfrentecontract van 5 juli 1990 gegrond als volgt; Stelt vast dat het tussen (de eisers) en (de verweerders) aangegane lijfrentecontract van 5 juli 1990 verleden voor notaris R. Vandekerckhove, met standplaats te Antwerpen met betrekking tot de eigendom, Lamonièrestraat 118 - overgeschreven op het eerste Hypotheekkantoor te Antwerpen op 18 juli 1990 onder nr. 6836, boek 6928 nr. 26 en van ambtswege ingeschreven boek 2383 nr. 106 - ten laste van (eisers) met ingang van 4 september 2001 is ontbonden. Zegt voor recht dat (de verweerders) vanaf die datum de uitsluitende eigenaars zijn van voornoemd pand. Zegt voor recht dat (de verweerders) de ontvangen lijfrentetermijnen ten titel van schadevergoeding mogen houden. Veroordeelt (de eisers) bijkomend ten titel van achterstallige lijfrente (aanpassingen) tot een bedrag van 8206,66 euro, meer de gerechtelijke interest vanaf de neerlegging van de datum van de conclusie, waarin de eisuitbreiding is geschied". Grieven De ontbinding van een overeenkomst werkt in beginsel terug tot bij de contractsluiting (ex tunc), waardoor de partij en de reeds ontvangen prestaties moeten teruggeven. Dit geldt bij de ontbinding ingevolge de vervulling van de ontbindende voorwaarde bedoeld in artikel 1183 van het Burgerlijk Wetboek, in het bijzonder bij de ontbinding krachtens een uitdrukkelijk ontbindend beding en bij de ontbinding als bedoeld in artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek. Bij duurcontracten met opeenvolgende uitvoeringsdaden of met doorlopende prestaties werkt de ontbinding slechts voor de toekomst (ex nunc), wanneer de teruggave in natura van het reeds wederzijds gepresteerde niet kan plaatsvinden. In die omstandigheden komt het toe aan de feitenrechter te bepalen op welke datum de ontbinding van de overeenkomst dient in te gaan. De ontbonden overeenkomst kan na de datum van ontbinding geen bron meer zijn van rechten en plichten. In het bijzonder kan de partij ten laste van wie de ontbinding werd uitgesproken en die werd veroordeeld tot schadevergoeding, niet veroordeeld worden tot uitvoering van de overeenkomst na de datum van de ontbinding. Een schuldeiser dient te kiezen tussen ontbinding of uitvoering in natura (beiden al dan niet met schadevergoeding) en kan niet de voordelen van ontbinding en uitvoering in natura cumuleren. Te dezen hadden de verweerders zowel in eerste aanleg als in hoger beroep vorderingen ingesteld zowel tot ontbinding van de lijfrenteovereenkomst als tot uitvoering ervan in natura met name tot betaling van alle tot op de datum van de conclusie van verweerders vervallen rentetermijnen, meer bepaald indexaties en interesten daarop. De eerste rechter verwierp de vordering tot ontbinding en verklaarde de vordering tot uitvoering gegrond. De appelrechters daarentegen beslissen dat het tussen de eisers en de verweerders aangegane lijfrentecontract van 5 juli 1990 ten laste van eisers is ontbonden met ingang van 4 september 2001, verklaren het schadebeding geldig krachtens hetwelk alle door de eisers reeds betaalde rentetermijnen verworven blijven aan de rentegenieter (de verweerders) en veroordelen de eiseres bovendien tot uitvoering van de overeenkomst waarbij de appelrechters, enerzijds, de uitspraak van de eerste rechter bevestigen "voor zover (de eisers) solidair werden veroordeeld tot betaling van een bedrag van 26.313,71 euro en tot betaling van de gerechtskosten, en, anderzijds, de eisers veroordelen "bijkomend ten titel van achterstallige lijfrente (aanpassingen) tot een bedrag van 8206,66 euro, meer de gerechtelijke interest vanaf de neerlegging van de datum van de conclusie, waarin de eisuitbreiding is geschied". Door, enerzijds, vast te stellen dat de lijfrenteovereenkomst werd ontbonden lastens de eisers met ingang van 4 september 2001 met behoud door de verweerders van de hen reeds betaalde rentetermijnen als schadevergoeding en door anderzijds onder uitdrukkelijke verwijzing naar de lijfrenteovereenkomst de eisers te veroordelen tot betaling van de nog niet betaalde contractueel bepaalde rentetermijnen, met name indexatieaanpassingen en interesten, waaronder indexaties en interesten die betrekking hebben op lijfrenten verschuldigd na 4 september 2001, hebben de appelrechters ten onrechte aan de verweerders de voordelen toegekend van zowel uitvoering in natura als ontbinding met schadevergoeding en hebben zij ten onrechte verdere uitwerking verleend aan een overeenkomst die zij zelf ontbonden hebben verklaard met ingang van 4 september 2001, zodat de appelrechters hun beslissing niet naar recht verantwoord hebben (schending van alle in het middel aangehaalde wetsbepalingen). II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel
- De verweerders werpen op dat het middel in zoverre het gericht is tegen de be¬slissing van de appelrechters de tussen partijen gesloten lijfrenteovereenkomst te ontbinden, niet ontvankelijk is, omdat het niet opkomt tegen de redenen die deze be¬slissing ondersteunen.
- Het middel komt in werkelijkheid niet op tegen de beslissing van de appelrechters de tussen partijen gesloten lijfrenteovereenkomst te ontbinden, maar wel tegen hun beslissing verdere uitwerking te verlenen aan de overeenkomst die zij zelf ontbonden hebben verklaard, door indexatieaanpassingen en interesten toe te kennen op lijfrenten verschuldigd na datum van de ontbinding. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Middel
- Krachtens artikel 1184, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, heeft, voor het geval dat een van beide partijen in een wederkerig contract haar verbintenis niet nakomt, de partij jegens wie de verbintenis niet is uitgevoerd, de keuze om ofwel de andere partij te noodzaken de overeenkomst uit te voeren, wanneer de uitvoering mogelijk is, ofwel de ontbinding van de overeenkomst te vorderen, met schadevergoeding. De gerechtelijke ontbinding van een duurcontract werkt in beginsel terug tot de dag waarop de rechtsvordering wordt ingesteld. Vanaf de datum waarop de ontbinding uitwerking heeft, kan de ontbonden overeenkomst voor de partijen bij die overeenkomst geen grondslag van rechten of verplichtingen meer zijn.
- De verweerders vorderden blijkens hun synthese-appelconclusie de veroorde¬ling van de eisers tot het betalen van achterstallige indexaties voor de periode gaande van 1 januari 1993 tot 31 mei 2005 en van interest op de jaarlijkse tekor¬ten voor de periode gaande van 1 september 1993 tot 31 mei
- De appelrechters, die beslissen dat de tussen partijen gesloten lijfrenteovereen¬komst is ontbonden vanaf de datum van de inleidende dagvaarding van 4 septem¬ber 2001, veroordelen de eisers tot het betalen van de door de verweerders gevor¬derde achterstallige indexaties en interest op de jaarlijkse tekorten ook voor de periode na 4 september 2001, op grond van de vaststelling dat deze werden bere¬kend overeenkomstig de contractuele bepalingen.
- Door aldus te oordelen verlenen de appelrechters verdere uitwerking aan de overeenkomst na de datum van de ontbinding ervan en schenden ze mitsdien het artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het oordeelt over de door de verweerders gevorderde achterstallige indexaties en interest op jaarlijkse tekorten voor de periode na 4 september 2001 en over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 5 juni 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols A. Smetryns B. Deconinck A. Fettweis E. Stassijns I. Verougstraete PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090605.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2013:ARR.20131217.12 ECLI:BE:CTBRL:2023:ARR.20230315.1 ECLI:BE:CTBRL:2025:ARR.20251202.1 ECLI:BE:HBGNT:2011:AVIS.20110506.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040604.3 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060623.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171117.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div