← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090605.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090605.2 Rolnummer: D.08.0024.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2009-07-01 Raadplegingen: 532 - laatst gezien 2026-07-03 04:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De tuchtrechter bepaalt, binnen de bij de wet en het E.V.R.M. gestelde perken, in feite en derhalve onaantastbaar de sanctie die hij in verhouding acht met de zwaarte van de bewezen verklaarde inbreuken; het Hof vermag evenwel na te gaan of uit de vaststellingen en overwegingen van de bestreden beslissing blijkt dat de tuchtrechter een kennelijk onevenredige sanctie heeft opgelegd en zodoende artikel 3 E.V.R.M. heeft geschonden

(1).
(1)Cass., 27 okt. 2006, AR D.05.0028.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.3, A.C., 2006, nr 520 (dierenartsen); Cass., 13 maart 2008, AR D.07.0005.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.12, A.C., 2008, nr
  1. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 Vrije woorden: Tuchtzaken - Tuchtrechter - Tuchtstraf - Beoordelingsbevoegdheid - Evenredigheid - Toetsing door het Hof van Cassatie Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 Vrije woorden: Tuchtzaken - Tuchtrechter - Tuchtstraf - Beoordelingsbevoegdheid - Evenredigheid - Artikel 3, E.V.R.M. - Toetsing door het Hof Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. D.08.0024.N C. C., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BEROEPSINSTITUUT VAN ERKENDE BOEKHOUDERS EN FISCALISTEN, dat optreedt door haar Nationale Raad, vertegenwoordigd door de voorzitter, Roland Smets, met kantoor te 1050 Brussel, Legrandlaan 45, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 12 november 2008 gewezen door de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. De rechter bepaalt binnen de bij de wet en het EVRM gestelde perken, in feite en derhalve onaantastbaar de sanctie die hij in verhouding acht met de zwaarte van de bewezen verklaarde inbreuken. Het Hof vermag evenwel na te gaan of uit de vaststellingen en overwegingen van de bestreden beslissing blijkt dat de tuchtrechter een kennelijk onevenredige sanctie heeft opgelegd en zodoende artikel 3 EVRM heeft geschonden.
  3. De bestreden beslissing grondt het oordeel dat enkel de meest gestrenge sanctie van de tuchtrechtelijke schrapping de gepaste is op: - de verplichting voor de tuchtinstantie te onderzoeken of de tuchtsanctie in verhouding staat tot de ernst van de feiten en de doelstelling van deze sanctie, die zowel bestraffend als preventief moet zijn, en waarbij ook rekening dient gehouden met de persoonlijke omstandigheden van elke betrokkene zoals deze in concreto blijken; - de wettelijke opdracht om erop toe te zien dat er, enerzijds, een korps van bekwame beroepsbeoefenaars ontstaat en blijft bestaan en, anderzijds, de werkzaamheden waarvoor een wettelijk monopolie werd toegekend worden uitgevoerd met alle vereiste waarborgen van bekwaamheid, onafhankelijkheid en professionele rechtschapenheid; - het mogen eisen van de leden dat deze stipt binnen de vooropgestelde termijnen de verslagen zoals bijvoorbeeld over de gevolgde bijscholing voorleggen en dat de briefwisseling beantwoord wordt; - de rol en taak van de boekhouder BIBF; - het moeten kunnen rekenen op de voortdurende en nodige beroepsvervolmaking van hun boekhouder, door de cliënten; - de garantie die door het Instituut inzake permanente vorming enkel kan worden geboden in de mate zij over de nodige verslagen van haar leden beschikt; - het al jaren naast zich neer leggen door de eiser van de wettelijke verplichting inzake het afsluiten van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering; - het doorbreken van de solidariteit inzake het betalen van de ledenbijdragen, hetgeen extra invorderingskosten en bijkomende kosten voor de overige leden met zich brengt; - de voorafgaande tuchtsanctie van 21 dagen schorsing lastens de eiser van 7 september 2004 waarbij uitdrukkelijk werd voorzien dat "een ernstige doch redelijke sanctie (de eiser) het meest zal stimuleren zich verder blijvend te richten op de eerder overtreden normen ..."; De bestreden beslissing is eveneens gegrond op de vaststellingen dat: - deze eerdere sanctie geen enkel effect heeft teweeg gebracht bij de eiser; - zijn houding ten aanzien van de verplichtingen inzake permanente vorming, ledenbijdrage en beroepsaansprakelijkheidsverzekering onveranderd is gebleven; - inzake de bereidheid tot afbetalen, de eiser geen enkel concreet stuk, zoals een aflossingsplan, voorlegt; - geen elementen in het dossier voorhanden zijn waaruit blijkt dat de door de bestreden beslissing in eerste aanleg opgelegde sanctie niet in verhouding staat tot alle elementen van het dossier.
  4. Uit voormelde vaststellingen en redenen blijkt niet dat de sanctie die werd opgelegd wegens voormelde inbreuken kennelijk onevenredig is met de zwaarte van de inbreuk. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 577,89 euro jegens de eisende partij en op de som van 108,05 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 5 juni 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols A. Smetryns B. Deconinck A. Fettweis E. Stassijns I. Verougstraete PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090605.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110530.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.3 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.