← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.3 Rolnummer: P.09.0023.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht - Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2009-06-19 Raadplegingen: 877 - laatst gezien 2026-07-03 02:40 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Met kracht van gewijsde wordt bedoeld de toestand waarin een rechterlijke beslissing niet meer ongedaan kan worden gemaakt door het aanwenden van verzet of hoger beroep, en bij analogie door een cassatieberoep

(1).
(1)DIRIX E., TILLEMAN B., VAN ORSHOVEN P., De Valk Juridisch Woordenboek, Intersentia, Antwerpen, 2001, p. 185. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - KRACHT VAN GEWIJSDE - Algemene begrippen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Fiches 2 - 3 Met gezag van (rechterlijk) gewijsde wordt bedoeld de eigenschap van een rechterlijke eindbeslissing die verhindert dat dezelfde vordering tussen dezelfde partijen opnieuw ingesteld wordt en waardoor die beslissing met een vermoeden van juistheid is bekleed; een gewoon rechterlijk uitstel van de behandeling van de zaak is geen dergelijke eindbeslissing, zodat de rechter op de voor het uitstel aangehaalde redenen steeds kan terugkomen
(1).
(1)DIRIX E., TILLEMAN B., VAN ORSHOVEN P., De Valk Juridisch Woordenboek, Intersentia, Antwerpen, 2001, p. 141. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Strafzaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Uitstel van de behandeling van de zaak Fiches 4 - 5 De vaststelling dat het herstel in de oorspronkelijk toestand een "straf" is in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M., brengt enkel mee dat de waarborgen van die bepaling moeten worden in acht genomen, waaronder de behandeling van de vordering binnen een redelijke termijn; deze vaststelling heeft niet tot gevolg dat die maatregel in de Belgische wetgeving van strafrechtelijke aard is zodat de algemene bepalingen van het Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, inzonderheid wat betreft het milderen van de straf of zelfs de eenvoudige schuldigverklaring, erop toepassing moeten vinden
(1).
(1)Zie Cass., 14 juni 2006, AR P.05.1632.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060614.13, A.C., 2006, nr. 329; Cass., 28 okt. 2008, AR P.08.0880.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.6, A.C., 2008, nr. 590; Cass., 4 nov. 2008, AR P.08.0081.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.2, A.C., 2008, nr. 608; Cass., 17 feb. 2009, AR P.08.1587.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090217.10, A.C., 2009, nr. ...; Zie ook Arbitragehof, 2 maart 1995, nr. 18/95, overweging B.3, AA 1995, 299. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Herstelvordering - Herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand - Straf in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Redelijke termijn - Overschrijding - Stedenbouw - Herstelvordering - Herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand - Straf in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M. Fiche 6 Krachtens artikel 21ter, tweede lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering moet de strafrechter ook bij de vaststelling van de overschrijding van de redelijke termijn van de strafvordering, zo daartoe aanleiding bestaat, de verdachte veroordelen tot teruggave; dit geldt evenzeer voor de maatregel van het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand in de zin van artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet, die, zoals de teruggave, strekt tot het herstel van de toestand van vóór het misdrijf. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Herstelvordering - Overschrijding van de redelijke termijn van de strafvordering - Artikel 21ter V.T.Sv. - Veroordeling tot herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand - Verplichting voor de rechter Fiche 7 De herstelvordering, zoals de teruggave bedoeld in artikel 44 Strafwetboek, beoogt de beëindiging van een met de strafwet strijdige toestand, meer bepaald van de aantasting van de goede ruimtelijke ordening die door het stedenbouwmisdrijf is ontstaan; dit vereist niet dat de rechter daarenboven vaststelt dat door dit misdrijf eveneens schade in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek werd veroorzaakt. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Herstelvordering - Doel Fiche 8 Uit artikel 153, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, volgt dat de rechter verplicht is de machtiging tot ambtshalve uitvoering zowel aan de stedenbouwkundige inspecteur als aan het college van burgemeester en schepenen te verlenen
(1).
(1)Cass., 28 okt. 2008, AR P.08.0851.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.4, A.C., 2008, nr. 588; Cass., 17 feb. 2009, AR P.08.1585.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090217.5, A.C., 2009, nr. ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Herstelvordering - Stedenbouwkundig inspecteur - College van burgemeester en schepenen - Machtiging tot ambtshalve uitvoering - Verplichting voor de rechter Fiches 9 - 11 Geen wettelijke bepaling vereist dat bij ontstentenis van elk verweer over de rechtsgeldigheid van de door het bestuur gevorderde dwangsom in stedenbouwzaken, de rechter zijn beslissing op dit punt in het bijzonder zou motiveren. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Herstelvordering - Dwangsom - Geen verweer omtrent de rechtsgeldigheid van de dwangsom - Motiveringsplicht van de rechter Thesaurus CAS: DWANGSOM UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Stedenbouw - Herstelvordering van het bevoegde bestuur - Geen verweer omtrent de rechtsgeldigheid van de dwangsom - Motiveringsplicht van de rechter Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Stedenbouw - Herstelvordering van het bevoegde bestuur - Geen verweer omtrent de rechtsgeldigheid van de dwangsom - Motiveringsplicht van de rechter Annotaties Publicaties: RABG - Filip van Volsem - 2009, 919 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0023.N I
  1. J W, beklaagde,
  2. P M D, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Cies Gysen, advocaat bij de balie te Mechelen. II
  3. G L A V A, beklaagde,
  4. J R V, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Hans-Kristof Careme, advocaat bij de balie te Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen I zijn gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 23 maart 2004, 20 juni 2006 en 9 december
  5. De cassatieberoepen II zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 9 december
  6. De eisers I en II voeren in afzonderlijke memories die aan dit arrest zijn gehecht, telkens vier middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel van de eisers I
  7. Het middel voert schending aan van artikel 96, § 4, Stedenbouwdecreet 1999 en artikel 149 Grondwet, alsmede miskenning van de bewijskracht en de bewijswaarde van de dossierstukken: anders dan het arrest stelt, bevat artikel 96, § 4, Stedenbouwdecreet 1999 geen bepaling dat het vermoeden van vergunning steeds kan weerlegd worden door bewijsmateriaal dat bestond vooraleer het ver-moeden door de decreetgever werd ingevoerd; het bestreden arrest beantwoordt niet eisers' conclusie dat het bewijsmateriaal van dit vermoeden moet dateren van omstreeks het tijdstip van het misdrijf.
  8. Het bestreden arrest van 9 december 2008 overweegt dat het vermoeden be-doeld in artikel 96, § 4, Stedenbouwdecreet 1999 geldt tot bewijs van het tegen-deel, wat inhoudt dat er volgens het bestreden arrest geen beperking in tijd is be-treffende de feitelijke gegevens waaruit het vermoeden kan afgeleid worden. Hiermede beantwoordt het bestreden arrest eisers' verweer In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  9. Het middel preciseert niet van welke dossierstukken en op welke wijze het bestreden arrest de bewijskracht en de bewijswaarde miskent. Het middel is in zoverre wegens onnauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  10. Het bestreden arrest vermeldt en bespreekt de feitelijke gegevens waaruit het arrest het bewijs afleidt dat de woning in overtreding werd opgericht, en con-cludeert dat het bewijsmateriaal dat bestond vooraleer de decreetgever het ver-moeden van vergunning heeft ingevoerd, tot gevolg heeft dat de eisers het ver-moeden dat de woning en garage als vergund moeten worden beschouwd, niet op goede gronden kunnen inroepen. Hiermede verantwoordt het bestreden arrest zijn beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen Tweede middel van de eisers I
  11. Het middel voert miskenning aan van de kracht van gewijsde van het be-streden arrest van 23 maart 2004 en van de beslissing op de rechtszitting van 5 ju-ni 2007 en schending van artikel 149 Grondwet: het arrest van 23 maart 2004 stelde de herstelvorderingen van de stedenbouwkundig inspecteur onbepaald uit omwille van de hangende procedures met het oog op regularisatie of opname in een uitvoeringsplan van het gemeentelijk structuurplan, terwijl op de rechtszitting van 5 juni 2007 de herstelvorderingen werden uitgesteld wegens de vaststellings-procedures van het RUP zonevreemde woningen en de annulatieprocedure voor de Raad van State; in strijd met die vroegere uitstel en zonder te antwoorden op eisers verweer ter zake, besliste het bestreden arrest dat er geen redenen zijn om het resultaat af te wachten van het door de bouwovertreders ingestelde annulatie-beroep en het hof van beroep geen opportuniteitsbeoordeling van het gevorderde herstel toekomt.
  12. Met kracht van gewijsde wordt bedoeld de toestand waarin een rechterlijke beslissing niet meer ongedaan kan worden gemaakt door het aanwenden van ver-zet of hoger beroep, en bij analogie door een cassatieberoep. De eisers bedoelen evenwel kennelijk: gezag van (rechterlijk) gewijsde. Met gezag van (rechterlijk) gewijsde wordt bedoeld de eigenschap van een rechterlijke eindbeslissing die ver-hindert dat dezelfde vordering tussen dezelfde partijen opnieuw ingesteld wordt en waardoor die beslissing met een vermoeden van juistheid is bekleed. Een gewoon rechterlijk uitstel van de behandeling van de zaak is geen dergelijke eindbeslissing. Op de voor het uitstel aangehaalde redenen kan de rechter steeds terugkomen. Het middel faalt naar recht. Derde middel van de eisers I
  13. Het middel voert schending aan van artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999, artikel 21 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, alsmede van de moti-veringsplicht: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de herstelvordering met betrekking tot de woning en de garage, die het voorwerp uitmaken van de verjaar-de telastlegging B.1a ontvankelijk is om reden van de tijdig ingestelde herstelvor-dering met betrekking tot de telastleggingen B.3.a en B.3.b. Die laatste telastleg-gingen hebben immers betrekking op een goed gelegen op een ander kadastraal perceel, zodat zij onmogelijk kunnen dienen als grondslag voor de herstelvorde-ring met betrekking tot de woning en de garage.
  14. Het middel komt op tegen een verschrijving die niet tot cassatie kan leiden. Het middel is niet ontvankelijk. Vierde middel van de eisers I
  15. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, alsmede van de mo-tiveringsplicht: ten onrechte oordeelt het bestreden arrest dat de overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6.1 EVRM geen enkel rechtsgevolg heeft voor de herstelvordering die nog steeds moet worden bevolen.
  16. De vaststelling dat het herstel in de oorspronkelijke toestand een "straf" is in de zin van artikel 6.1 EVRM, brengt enkel mee dat de waarborgen van die be-paling moeten worden in acht genomen, waaronder de behandeling van de vorde-ring binnen een redelijke termijn. Voormelde vaststelling heeft niet tot gevolg dat die maatregel in de Belgische wetgeving van strafrechtelijke aard is zodat de algemene bepalingen van het Bel-gisch strafrecht en strafprocesrecht, inzonderheid wat betreft het milderen van de straf of zelfs de eenvoudige schuldigverklaring erop toepassing moeten vinden.
  17. Krachtens artikel 21ter, tweede lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Straf-vordering moet de strafrechter ook bij vaststelling van de overschrijding van de redelijke termijn van de strafvordering, zo daartoe aanleiding bestaat, de verdach-te veroordelen tot teruggave. Dit geldt evenzeer voor de maatregel van het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand in de zin van artikel 149, § 1, Steden-bouwdecreet 1999 die, zoals de teruggave, strekt tot het herstel van de toestand van vóór het misdrijf. Het middel faalt naar recht. Eerste middel van de eisers II
  18. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999, en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het gezag van gewijsde, onder meer "wegens uitputting van rechtsmacht": het bestre-den arrest van 9 december 2008 beveelt de eisers tot het herstel in de oorspronke-lijke toestand zonder rekening te houden met de planologische horizon en zonder de totstandkoming van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan af te wachten; het miskent aldus het gezag van gewijsde van de vorige arresten van 23 maart 2004 en 20 juni
  19. Het middel heeft dezelfde strekking als het tweede middel van de eisers I, en faalt om de aldaar vermelde gronden naar recht. Tweede middel van de eisers II
  20. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek: het bestreden arrest dat de herstelvordering ge-lijkstelt met een rechtsvordering tot herstel van de schade en dit herstel beveelt zonder evenwel schade vast te stellen, is niet regelmatig gemotiveerd noch naar recht verantwoord.
  21. De herstelvordering, zoals de teruggave bedoeld in artikel 44 Strafwetboek, beoogt de beëindiging van een met de strafwet strijdige toestand, meer bepaald van de aantasting van de goede ruimtelijke ordening, die door het stedenbouw-misdrijf is ontstaan. Dit vereist niet dat de rechter daarenboven vaststelt dat door dit misdrijf eveneens schade in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek werd veroorzaakt. Het middel faalt naar recht. Derde middel van de eisers II
  22. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 19 en 153 Stedenbouwdecreet 1999: het bestreden arrest machtigt eveneens het col-lege van burgemeester en schepenen om ambtshalve en in de plaats van de desge-vallend in gebreke blijvende eisers het bestreden arrest ten uitvoer te brengen, of-schoon dit bestuur geen procespartij is in het geding dat aanleiding heeft gegeven tot dit arrest.
  23. Artikel 153, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt: "Voor het geval dat de plaats niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn in de vorige staat wordt hersteld, dat het strijdige gebruik niet binnen die termijn wordt gestaakt of dat de bouw- of aanpassingswerken niet binnen deze termijn worden uitgevoerd, beveelt het vonnis van de rechter, bedoeld in de artikelen 149 en 151, dat de ste-denbouwkundig inspecteur, het college van burgemeester en schepenen en even-tueel de burgerlijke partij, ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien."
  24. Deze ambtshalve door de rechter te verlenen machtiging aan het bestuur vindt zijn grondslag, niet in de vordering van het bestuur die het herstel vordert, maar in de publiekrechtelijke verhouding die wegens het misdrijf ontstaat tussen de overtreder enerzijds, de stedenbouwkundig inspecteur en het college van bur-gemeester en schepenen die tot taak hebben het herstel te benaarstigen, anderzijds. Uit artikel 153, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 volgt dat de rechter verplicht is de machtiging tot ambtshalve uitvoering zowel aan de stedenbouwkundig in-specteur als aan het college van burgemeester en schepenen te verlenen. Het middel faalt naar recht. Vierde middel van de eisers II
  25. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: nergens moti-veert het bestreden arrest waarom de dwangsom op wettige wijze, derhalve met eerbiediging van de bestuurlijke motiveringsplicht en het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, inzonderheid het redelijkheidsbeginsel en het evenredigheids-beginsel, werd gevorderd en waarom de dwangsom in verhouding zou staan tot het misdrijf.
  26. Geen wettelijke bepaling vereist dat bij ontstentenis van elk verweer over de rechtsgeldigheid van de door het bestuur gevorderde dwangsom, de rechter zijn beslissing op dit punt in het bijzonder zou motiveren. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen
  27. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 187,31 waarvan de eisers I 123,43 euro ver-schuldigd zijn en de eisers II 63,88 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 9 juni 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky K. Mestdagh J.-P. Frère E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20111130.5 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121212.7 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220914.2F.2 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250402.2F.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060614.13 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.4 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.6 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090217.10 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090217.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.4 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091209.7 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110927.2 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140114.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180914.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.