← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.7 Rolnummer: P.09.0201.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-19 Raadplegingen: 673 - laatst gezien 2026-07-02 23:01 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 In correctionele of politiezaken maakt de door een onderzoeksgerecht gewezen beschikking van verwijzing of de dagvaarding om voor het vonnisgerecht te verschijnen, niet de daarin vermelde kwalificatie en omschrijving bij de vonnisgerechten aanhangig, maar de feiten zoals zij blijken uit de stukken van het gerechtelijk onderzoek of het opsporingsonderzoek en die aan de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding ten grondslag liggen; de strafrechter moet aan het strafbare feit de juiste kwalificatie en omschrijving geven en mag daartoe de vermeldingen van de telastlegging aanpassen, verbeteren of vervangen, mits hij daarbij bij het gepleegde feit blijft, zoals het bepaald of bedoeld is in de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt

(1).
(1)Cass., 23 sept. 1987, AR 6005, nr. 51; Cass., 8 dec. 1992, AR 5908, nr. 774; Cass., 7 sept. 1994, AR P.94.1051.F ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940907.7, nr. 364; Cass., 28 jan. 1997, AR P.96.0039.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970128.6, nr. 51; Cass., 25 nov. 1997, AR P.95.1350.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971125.5, nr. 500; Cass., 21 juni 2000, AR P.00.0446.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.26, nr. 389; Cass., 23 okt. 2002, AR P.02.0958.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021023.9, nr. 561; Cass., 13 sept. 2005, AR P.05.0657.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.41, A.C., 2005, nr. 430; Cass., 5 sept. 2006, AR P.06.0649.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.6, A.C., 2006, nr. 389; VAN OVERBEKE S., "De interpretatie van de telastlegging", R.W., 1999-2000, p. 1177. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Aanhangig maken - Dagvaarding PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING Vrije woorden: Correctionele of politierechtbank - Aanhangigmaking van de zaak bij de rechter - Dagvaarding of verwijzingsbeschikking - Kwalificatie van de feiten - Verplichting van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, eerste lid, 130, 160, en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Aanhangig maken - Dagvaarding PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING Vrije woorden: Correctionele of politierechtbank - Aanhangigmaking van de zaak bij de rechter - Dagvaarding of verwijzingsbeschikking - Kwalificatie van de feiten - Verplichting van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, eerste lid, 130, 160, en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 Daar de sanctie voor de niet-vermelding van de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp is van het stedenbouwmisdrijf of van de identificatie van de eigenaar ervan, alleen de mogelijkheid is voor de hypotheekbewaarder om de overschrijving te weigeren, zijn er geen redenen de strafvordering niet ontvankelijk te verklaren, als de overschrijving eenmaal heeft plaatsgehad; hetzelfde geldt wanneer de vermelding in de dagvaarding van de kadastrale omschrijving of van de eigenaar verkeerd zou zijn
(1).
(1)Zie Cass., 13 mei 1986, AR 18, A.C., 1985-86, 1236 en R.W., 1987-88, p. 673, met noot VANDEPLAS A., "Bouwovertredingen en overschrijving van de dagvaarding"; Cass., 5 okt. 1999, AR P.97.0897.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991005.8, A.C., 1999, nr.
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Aanhangig maken - Dagvaarding PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING Vrije woorden: Dagvaarding - Overschrijving op het hypotheekkantoor - Onjuiste omschrijving van het kadastraal perceel waarop het onroerend goed gelegen is - Sanctie Wettelijke bepalingen: Wet - 16-12-1851 - Artt. 84, 141 en 143 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 146, 149, § 1, 150, 151 en 160 Thesaurus CAS: DAGVAARDING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Aanhangig maken - Dagvaarding PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING Vrije woorden: Stedenbouwmisdrijf - Overschrijving op het hypotheekkantoor - Onjuiste omschrijving van het kadastraal perceel waarop het onroerend goed gelegen is - Sanctie Wettelijke bepalingen: Wet - 16-12-1851 - Artt. 84, 141 en 143 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 146, 149, § 1, 150, 151 en 160 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0201.N
  2. GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, bus 22,
  3. GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie Antwerpen, met kantoor te 2018 Ant-werpen, Lange Kievitstraat 111/113 bus 55, eisers tot herstel, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen R E J D, beklaagde, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer, van 17 december
  4. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 146 en 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 en de artikelen 182, 199, 200 en 215 Wetboek van Strafvordering: in zoverre het bestreden arrest, door vast te stellen "dat er geen misdrijven werden vastgesteld op de percelen in de dagvaarding", bedoelt dat geen misdrijven werden vastgesteld op de percelen met kadastrale aanduiding en oppervlakte zoals in de dagvaarding, kon het hieruit niet wettig de vrijspraak van de verweerder en de onbevoegdheid tot kennisname van eisers herstelvordering afleiden.
  6. In correctionele of politiezaken maakt de door een onderzoeksgerecht gewe-zen beschikking tot verwijzing of de dagvaarding om voor het vonnisgerecht te verschijnen, niet de daarin vermelde kwalificatie en omschrijving bij de vonnisge-rechten aanhangig, maar de feiten zoals ze blijken uit de stukken van het onder-zoek of het opsporingsonderzoek en die aan de verwijzingsbeschikking of de dag-vaarding ten grondslag liggen. De strafrechter moet aan het strafbare feit de juiste kwalificatie en omschrijving geven en mag daartoe de vermeldingen van de telast-legging aanpassen, verbeteren of vervangen, mits hij daarbij bij het gepleegde feit blijft, zoals het bepaald of bedoeld is in de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt.
  7. Het bestreden arrest oordeelt "dat er geen misdrijven werden vastgesteld op de percelen vermeld in de dagvaarding. De feiten voorzien onder de tenlasteleg-gingen A, B en C doen zich voor op het perceel sectie I nr. 773 K, groot 27 a 38 ca en niet op sectie I nr. 775 F, groot 24 a 29 ca zoals blijkt uit het bijkomend on-derzoek (kadastrale legger). De feiten voorzien onder de tenlasteleggingen D, E, F, G en H doen zich voor op sectie I 773 K, groot 27 a 38 ca en niet op sectie X 773 K groot 24 a 29 ca". Het bestreden arrest stelt niet vast dat de feiten gepleegd op het perceel sectie I nr. 773 K, groot 27 a 38 ca, niet dezelfde zijn als deze die blijken uit de stukken van het opsporingsonderzoek en die aan de dagvaarding ten grondslag liggen. Op grond van de verkeerde aanduiding in de dagvaarding van de kadastrale gege-vens en oppervlakte, vermochten de appelrechters niet wettig te besluiten tot de vrijspraak van de verweerder en hun onbevoegdheid voor het beoordelen van de herstelvordering. Het onderdeel is gegrond. Derde onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 182, 199, 200 en 215 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 146, 149, § 1, 150, 151 en 160 Steden-bouwdecreet 1999 en, voor zoveel als nodig, de artikelen 84, 141 en 143 Hypo-theekwet: een verkeerde aanduiding in de overgeschreven dagvaarding van het kadastraal nummer van het perceel waarop het stedenbouwmisdrijf werd ge-pleegd, liet de appelrechters niet toe om de verweerder vrij te spreken en hun on-bevoegdheid met betrekking tot de herstelvordering vast te stellen.
  9. Artikel 160, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt: "De dagvaarding voor de correctionele rechtbank op grond van artikel 146, of het exploot tot inlei-ding van het geding, bedoeld in artikelen 149 tot en met 151, is pas ontvankelijk na een overschrijving in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen gelegen zijn." Artikel 160, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt: "De dagvaarding of het exploot vermeldt de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp is van het misdrijf, en identificeert de eigenaar ervan, in de vorm en on-der de sanctie, voorgeschreven door de wetgeving inzake de hypotheken." De sanctie is bepaald in artikel 143 Hypotheekwet, naar luid waarvan de hypo-theekbewaarder mag weigeren het geheel van de formaliteit waarvan de open-baarmaking gevraagd is, te vervullen of het gevraagde getuigschrift af te geven indien niet voldaan is aan het bepaalde in de artikelen 139 tot 142 van de zelfde wet.
  10. Daar de sanctie voor de niet-vermelding van de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp is van het misdrijf of de identificatie van de eigenaar ervan, alleen de mogelijkheid is van de hypotheekbewaarder om de over-schrijving te weigeren, zijn er geen redenen de strafvordering niet ontvankelijk te verklaren, als de overschrijving eenmaal heeft plaatsgehad. Hetzelfde geldt wanneer de vermelding in de dagvaarding van de kadastrale om-schrijving of van de eigenaar verkeerd zou zijn. Een vrijspraak van de beklaagde is geenszins te verantwoorden door de enkele vaststelling dat de overgeschreven dagvaarding betrekking heeft op percelen met andere kadasternummers waarop geen inbreuken worden vastgesteld, wanneer niet tevens wordt aangenomen dat een verbetering van de kadasternummers in de dagvaarding een wijziging zou be-tekenen van het werkelijke voorwerp van de vervolging. Het onderdeel is gegrond. Tweede en vierde onderdeel
  11. Deze onderdelen kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Zij behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de herstelvordering. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerder in de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Begroot de kosten in het geheel op 495,53 euro waarvan 194,83 euro verschuldigd is en 300,70 euro betaald werd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 9 juni 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky K. Mestdagh J.-P. Frère E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170614.2 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190521.2 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220914.2F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940907.7 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970128.6 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971125.5 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991005.8 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.26 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021023.9 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.41 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.