id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090612.5 Rolnummer: C.09.0241.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-08-25 Raadplegingen: 504 - laatst gezien 2026-07-03 05:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Op het cassatieberoep van de beklaagde tegen een arrest dat afwijzend beschikt op zijn verzoek tot wraking van de magistraat van een correctionele kamer van een rechtbank die moet kennis nemen van de tegen hem ingestelde strafvordering, onderzoekt het Hof ambtshalve de wettigheid van de bestreden beslissing
(1).
(1)Zie Cass., 11 sept. 2008, AR C.08.0344.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080911.7, www.cass.be. Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Strafzaken - Arrest dat een wrakingsverzoek afwijst - Cassatieberoep van de beklaagde - Opdracht van het Hof Fiches 2 - 3 Het cassatieberoep tegen een arrest dat uitspraak doet over een verzoek tot wraking van een rechter in een strafzaak kan worden ingesteld volgens de vormen van het Wetboek van Strafvordering, ook al wordt de behandeling ervan toevertrouwd aan de eerste kamer van het Hof
(1).
(1)Zie Cass., 27 feb. 2002, AR P.01.1775.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020227.8, A.C., 2002, nr. 141; Cass., 24 jan. 2008, AR P.08.0019.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080124.7, www.cass.be. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Wraking - Arrest - Cassatieberoep - Vorm Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 417 e.v. - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Strafzaken - Cassatieberoep - Vorm Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 417 e.v. - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0241.N S.V, eiseres, met als raadsman mr. Bart de Geest, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1700 Dilbeek, Broekstraat 37B, waar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 20 april 2009 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN Mr. De Geest, advocaat te Brussel, heeft op 20 mei 2009 ter griffie van het Hof een memorie neergelegd. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep tegen een arrest dat uitspraak doet over een verzoek tot wraking van een rechter in een strafzaak kan worden ingesteld volgens de vormen van het wetboek van strafvordering, ook al wordt de behandeling ervan toevertrouwd aan de eerste kamer van het Hof.
- Het cassatieberoep is ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de memorie
- De zaak werd vastgesteld op de zitting van 29 mei
- De memorie neergelegd op 20 mei 2009 is ontvankelijk. Grond van het cassatieberoep Eerste middel
- De eiseres voert aan dat het "onverenigbaar is (met de artikelen 149 van de Grondwet, artikel 828, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en het rechtsbeginsel van het recht van verdediging) dat een rechter in verband met een zaak die bij hem aanhangig is meer of andere uitspraken zou kunnen doen wanneer het een zaak betreft die door de pers wijd en breed bekendgemaakt is en dienvolgens het onderwerp zou uitmaken dat tot de publieke gesprekssfeer behoort".
- De grief lijkt te verwijten aan het hof van beroep dat het, bij het beoordelen van de gegrondheid van de wraking, rekening heeft gehouden met de belangstelling van de media voor de zaak en met het feit dat de zaak gekend was door het publiek. Het hof van beroep doet dat evenwel niet maar verwerpt de wraking omdat het gesprek waarvan sprake in de memorie van de eiseres, plaats greep buiten de zaak zelf en louter verband hield met regels van wellevendheid. Het maakt het door de eiseres vermelde onderscheid niet en maakt in het bijzonder geen onderscheid al naar gelang een zaak van media-belangstelling geniet of niet. Het hof van beroep vermeldt in het arrest, in antwoord op de conclusie van de eiseres en om te benadrukken dat dit gesprek geen verband houdt met de rechtspleging, dat in een los gesprek een allusie is gemaakt op een eerder incident in de zaak Beaulieu en dat dit binnen de grenzen van de algemene bekendheid van de gegevens van dat incident is geschied.
- De grief moet worden verworpen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Volgens de grief zou het hof van beroep de grief van vijandigheid van de rechter tegenover de raadsman van de verzoekster beantwoord hebben met een reden over de vijandigheid tussen de rechter en de verzoekster zelf.
- Het hof van beroep maakt geen onderscheid tussen de partij en haar raadsman maar onderzoekt of er een vijandigheid bestaat tegenover de partij zoals vertegenwoordigd door haar raadsman.
- De grief berust op een onvolledige lezing van het arrest en mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Anders dan het onderdeel aanvoert, draagt het arrest het bewijs niet op van partijdigheid en vijandschap aan de eiseres maar onderzoekt het geheel van de omstandigheden waaruit die partijdigheid of vijandschap zouden kunnen blijken.
- De grief berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel geeft niet aan, met de nodige nauwkeurigheid, op welk verweer van de eiseres het arrest niet zou hebben geantwoord. Het middel is wegens vaagheid niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- Op het cassatieberoep van de beklaagde tegen een arrest dat afwijzend beschikt op zijn verzoek tot wraking van de magistraat van een correctionele kamer van een rechtbank die moet kennis nemen van de tegen hem ingestelde strafvordering, onderzoekt het Hof ambtshalve de wettigheid van de bestreden beslissing. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 32,85 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van 12 juni 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols E. Stassijns P. Maffei E. Goethals L. Huybrechts I. Verougstraete PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090612.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020227.8 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080124.7 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080911.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div