id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090616.3 Rolnummer: P.09.0488.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2009-06-25 Raadplegingen: 210 - laatst gezien 2026-07-02 22:50 Versie(s): Vertaling FR Fiche Met aanwezige belanghebbenden die moeten worden uitgenodigd om tegenwoordig te zijn bij alle visitaties, verificaties, opnemingen en peilingen bedoelt de wet de personen die de verdachte goederen vervoeren of anders onder zich hebben, maar niet elke persoon waarvan achteraf zou kunnen blijken dat hij aan de eventuele fraude op enigerlei wijze zijn medewerking zou hebben verleend
(1)E. VAN DOOREN, Douane en accijnzen: visitatie, in Comm. Straf, Antwerpen, Kluwer, los bl. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Visitaties, verificaties, opnemingen en peilingen - Aanwezige belanghebbenden Wettelijke bepalingen: Wet - 18-07-1977 - Art. 186, § 2 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0488.N I. R P V D H, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Reinhard Van Hecke, advocaat bij de balie te Gent. tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen te Gent, met kantoor te 9000 Gent, administratief centrum "Ter Plae-ten", Sint-Lievenslaan 27, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie. II ZAKENKANTOOR V.D.H bvba, met maatschappelijke zetel te 9100 Sint-Niklaas, Truweelstraat 37, bus 1, beklaagde en burgerlijk aansprakelijke partij, eiseres, tegen BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, reeds vermeld, vervolgende partij, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer van 18 februari
- De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiseres II voert geen middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 14.3.g IVBPR, en van artikel 186, § 2, AWDA, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het zwijgrecht, verbod tot zelfincriminatie, recht van verde-diging en wapengelijkheid: door te oordelen dat eisers zwijgrecht hier niet kan in aanmerking worden genomen, terwijl hij op het ogenblik dat hij vrijwillig zijn medewerking aan het door de douane verrichtte onderzoek verleende, reeds als verdachte moet worden beschouwd, wordt zijn zwijgrecht miskend.
- Artikel 186, § 1, AWDA geeft bepaalde ambtenaren de bevoegdheid, visita-ties, bekeuringen of aanhalingen te verrichten of eraan mede te werken. Het is niet strijdig met de geciteerde verdragsbepalingen en algemene rechtsbe-ginselen dat bepaalde personen deze verrichtingen moeten ondergaan.
- Het is evenmin daarmee strijdig dat ter gelegenheid van een dergelijke on-derzoeksverrichting, een persoon naar het oordeel van de feitenrechter vrijwillig, een zelfs voor hem belastende verklaring aflegt. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert dezelfde schendingen en miskenningen aan als het eer-ste onderdeel: de douaneambtenaren hebben "gevist" naar informatie waarvan zij het bestaan niet kenden.
- Wanneer douaneambtenaren op grond van enige vooraf regelmatig verkre-gen informatie onwettige invoer, uitvoer, doorvoer of vervoer van goederen ver-moeden, kunnen zij daaromtrent wettig visitaties en ander onderzoek verrichten. Dergelijk onderzoek is geen hengelen naar informatie waarvan men het bestaan niet kent, en miskent als dusdanig evenmin het zwijgrecht. Het onderdeel faalt in zoverre naar recht.
- Voor het overige komt het onderdeel op tegen de beoordeling van de feiten door de rechters, en is het in zoverre niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert dezelfde schendingen en miskenningen aan als het eer-ste onderdeel: daar de eiser te deze belanghebbende is, had hij bij de hier verrichte visitaties aanwezig moeten zijn.
- Artikel 186, § 2, AWDA bepaalt, dat bij alle visitaties, verificaties, opne-mingen en peilingen de aanwezige belanghebbenden moeten worden uitgenodigd, om daarbij tegenwoordig te zijn. Met aanwezige belanghebbenden bedoelt de wet hier de personen die de verdachte goederen vervoeren of anders onder zich hebben, niet elke persoon waarvan ach-teraf zou kunnen blijken dat hij aan de eventuele fraude op enigerlei wijze zijn medewerking zou hebben verleend. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
- Voor het overige komt het onderdeel op tegen de beoordeling van de feiten door de rechters en is het in zoverre niet ontvankelijk. Vierde onderdeel
- Het onderdeel voert dezelfde schendingen en miskenningen aan als het eer-ste onderdeel: daar de administratie niet het volledig initieel dossier dat geleid heeft tot het fiscaal onderzoek in de zaak, heeft overgelegd, wordt de wapenge-lijkheid, het zwijgrecht en het recht aanwezig te zijn bij de visitatie miskend.
- Het onderdeel vereist een onderzoek en beoordeling van feiten, waartoe het Hof geen bevoegdheid heeft. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: in zijn con-clusie bij de appelrechters heeft de eiser aangedrongen een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof "aangaande de strijdigheid met artikel 10 en 11 Grondwet tussen rechten, in het bijzonder het zwijgrecht, van de verdachte in het kader van gemeenrechtelijke incriminaties ten aanzien van de rechten van een verdachte in het fiscaal strafrecht"; de appelrechters hebben die vraag niet be-antwoord.
- In de door eisers bij de appelrechters genomen conclusie werd gevraagd de schending van artikel 14.3.g IVBPR en artikel 6.1 EVRM vast te stellen en in on-dergeschikte orde het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen betref-fende de schending door de artikelen 201 en 329 AWDA van de artikelen 10 en 11 Grondwet, in samenhang met de artikelen 6 EVRM en 14.3.g IVBPR.
- De appelrechters antwoorden, wat het onderdeel niet aanvecht, dat de eiser geenszins vervolgd wordt voor inbreuken op de artikelen 201 en 329 AWDA. Al-dus verwerpen zij de grondslag van eisers aanvoering waardoor de opgeworpen daarop gestoelde prejudiciële vraag geen doel meer trof en behoefden zij die niet meer nader te beantwoorden. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het hof van beroep verzocht in zijn arrest van 17 september 2008 de administratie het volledig dossier voor te leggen: de administratie legde evenwel slechts een gedeelte van dit dossier over; het arrest beantwoordt niet eisers verweer dat hierdoor andermaal zijn recht van verdediging werd miskend.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het hof van beroep bij een tussenarrest van 17 september 2008 de administratie had bevo-len het volledig dossier voor te leggen. Het proces-verbaal van de rechtszitting van 17 september 2008 vermeldt enkel: "Het hof [van beroep] stelt de zaak in voortzetting (...) teneinde het vervolgend bestuur toe te laten minstens een kopie voor te leggen van dossier nv Golden Logistics met nr. 03/381/A1/13252, ver-noemd in het aanvankelijk proces-verbaal op p. 3." Het onderdeel berust in zoverre op een onjuiste lezing van het vermelde proces-verbaal van de rechtszitting van 17 september
- Verder blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, dat de ei-ser de overlegging van het door hem bedoelde dossier van de administratie had gevraagd, ter ondersteuning van zijn verweer dat deze gebruik heeft gemaakt van een "fishing expedition", bedoeld wordt het hengelen naar bewijs van een mis-drijf waarvan geen concrete aanwijzing bestaat. Het bestreden arrest overweegt evenwel: "Van misbruik of afwending van bevoegdheden is, gelet op de feitelijke vaststellingen, geen sprake"(arrest p. 6). Hiermede beantwoordt het bestreden arrest eisers verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 118,34 euro waarvan de eisers I en II elk 59,17 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadshe-ren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 16 juni 2009 uitgesproken door raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals L. Huybrechts PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090616.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div