id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090616.4 Rolnummer: P.09.0785.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-06-25 Raadplegingen: 186 - laatst gezien 2026-07-02 22:50 Versie(s): Vertaling FR Fiche Niet ontvankelijk is het cassatieberoep gericht tegen een voorbereidend arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling die, rechtsgeldig gevat van het verzoek tot het uitvoeren van een controle overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, de heropening van het debat beveelt met het oog op een onderzoek overeenkomstig artikel 235bis, § 3, Wetboek van Strafvordering. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Adiering voor het uitvoeren van de controle van de bijzondere opsporingsmethoden - Onderzoek van de regelmatigheid van de rechtspleging - Heropening van het debat Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0785.N A P A K J A V C, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadslieden mr. Nathalie Buisseret en mr. Sven Mary, advocaten bij de ba-lie te Brussel, en mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent ter rechtszitting bijgestaan door mr. Pieter Filipowicz, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 3 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING In deze zaak met verschillende inverdenkinggestelden waarvan geen van hen aan-gehouden was, werd de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Antwerpen gevraagd controle uit te oefenen op de toegepaste opsporingsme-thode observatie. Bij arrest van 14 augustus 2007 oordeelde de kamer van inbe-schuldigingstelling dat ze regelmatig was samengesteld en er geen aanleiding was het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen, verwierp ze het door de eiser aangevoerde verweer en beval de heropening van het debat met het oog op een tegensprekelijk onderzoek. Op het cassatieberoep van de eiser heeft het Hof bij arrest van 2 oktober 2007 het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag gesteld betreffende de afwezigheid van een onmiddellijk cassatieberoep tegen een beslissing van de kamer van inbeschul-digingstelling die de controle uitoefent bepaald in artikel 235ter Wetboek van Strafvordering. Bij arrest nr. 111/2008 van 31 juli 2008 heeft het Grondwettelijk Hof de ongrondwettigheid van die leemte in de wet vastgesteld. Bij arrest van 3 februari 2009 verklaarde het Hof daarop het cassatieberoep ont-vankelijk, maar verwierp het. Bij het thans bestreden arrest van 3 april 2009 oordeelt de kamer van inbeschuldi-gingstelling dat ze opnieuw rechtsgeldig gevat is van het verzoek tot het uitvoeren van een controle overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering en beveelt ze de heropening van het debat met het oog op een onderzoek overeen-komstig artikel 235bis, § 3, Wetboek van Strafvordering. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Ingevolge artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering is, behoudens de hier niet toepasselijke uitzonderingen bepaald in het tweede lid van die wets-bepaling, geen onmiddellijk cassatieberoep mogelijk tegen een voorbereidend ar-rest. Het bestreden arrest is dergelijk voorbereidend arrest. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. Middel
- Het middel dat niet de hierboven gepreciseerde regel van de niet-ontvankelijkheid van het onmiddellijk cassatieberoep betreft, behoeft geen ant-woord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadshe-ren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 16 juni 2009 uitgesproken door raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals L. Huybrechts PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090616.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div