← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090619.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090619.6 Rolnummer: D.07.0014.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-07-07 Raadplegingen: 646 - laatst gezien 2026-07-03 00:31 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090619.6 Fiche 1 De raad van een Orde van advocaten kan niet ambtshalve tot de administratieve handeling van weglating van een advocaat, van de lijst van stagiairs of van het tableau van de Orde, overgaan op grond dat deze zijn bijdragen niet betaalt

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Toegang tot het beroep Vrije woorden: Raad van de Orde - Ambtshalve weglating van de lijst van stagiairs of van het tableau - Niet-betaling bijdragen - Geoorloofdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 430, 432, eerste lid, 435 en 437 Fiche 2 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Toegang tot het beroep Vrije woorden: Raad van de Orde - Ambtshalve weglating van de lijst van stagiairs of van het tableau - Niet-betaling bijdragen - Geoorloofdheid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. D.07.0014.N STAFHOUDER VAN DE ORDE VAN ADVOCATEN TE LEUVEN, met kantoor te 3000 Leuven, Gerechtsgebouw, Smoldersplein 5, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  1. X. verweerster,
  2. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, met kantoor te 1000 Brussel, Justitiepaleis, Poelaertplein 1, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 18 juni 2007 gewezen door de Nederlandstalige Tuchtraad van Beroep te Brussel. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 430, 432, 432bis, 435, laatste lid, en 437, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen De bestreden beslissing doet de beslissing van de Orde van advocaten te Leuven van 1 december 2006, waarbij de verweerster administratief werd weggelaten van het tableau van de Orde van advocaten te Leuven per 1 december 2006, teniet, op grond van de volgende overwegingen: "
  3. Op grond van artikel 430 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de hoofdplaats van ieder gerechtelijk arrondissement uiterlijk op 1 december van elk jaar een tableau opgemaakt van de Orde van advocaten, een lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en een lijst van de stagiairs, die hun kantoor in het arrondissement hebben.
  4. Op grond van artikel 432 van het Gerechtelijk Wetboek beslist de raad van de Orde over de inschrijving op het tableau en op de lijsten, waarover hij meester is.
  5. Waar de advocaat of de stagiair op eigen initiatief om zijn weglating kan verzoeken van het tableau of van de hem betreffende lijst, kent het Gerechtelijk Wetboek twee omstandigheden waarin de raad van de Orde tot weglating kan overgaan: - iedere stagiair die uiterlijk vijf jaar na zijn inschrijving op de lijst van de stagiairs niet doet blijken dat hij alle door zijn balie gestelde verplichtingen is nagekomen, kan uit de lijst worden weggelaten (artikel 435, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek); - indien er een reden van onverenigbaarheid bestaat, wordt de weglating van het tableau, van de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie of van de lijst van stagiairs uitgesproken door de raad van de Orde, hetzij, op verzoek van de betrokken advocaat, hetzij, ambtshalve. In dit laatste geval geschiedt dit volgens de rechtspleging in tuchtzaken (artikel 437, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). Het voeren van de titel van advocaat en het uitoefenen van het beroep van advocaat, zoals geregeld in de artikelen 428 tot en met 438 van het Gerechtelijk Wetboek, raken de openbare orde. Tot de weglating waartoe niet door de advocaat zelf werd verzocht, kan slechts worden besloten in de door de wet bepaalde gevallen.
  6. Gelet op het feit dat blijkens het dossier geen van de beide door het Gerechtelijk Wetboek bepaalde omstandigheden zich voordoet wat (de verweerster) betreft, kon de raad van de Orde van advocaten te Leuven niet tot haar weglating beslissen, onverminderd vanzelfsprekend burgerrechtelijke en desgevallend tuchtrechtelijke vorderingen tegenover haar. Het beroep is gegrond". Grieven Artikel 430 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat in de hoofdplaats van ieder gerechtelijk arrondissement uiterlijk op 1 december van elk jaar een tableau opgemaakt wordt van de Orde van advocaten. Het tableau wordt aangeplakt of bekendgemaakt door toedoen van de stafhouder, die ervoor zorgt dat deze wordt bijgewerkt. Luidens artikel 432 van het Gerechtelijk Wetboek is de raad van de Orde meester over het tableau. Uit voormelde bepalingen volgt niet enkel dat de raad van de Orde vrij beslist over de inschrijving op het tableau, maar tevens dat hij autonoom kan beslissen om personen van het tableau weg te laten. Dit volgt tevens uit artikel 432bis van het Gerechtelijk Wetboek dat bepaalt dat de persoon die het voorwerp is van een weglating, tegen deze beslissing hoger beroep kan instellen bij de tuchtraad van beroep. In deze bepaling wordt immers in algemene termen verwezen naar de weglating. Er blijkt niet dat deze bepaling enkel betrekking zou hebben op de gevallen bedoeld in de artikelen 435, laatste lid, en 437, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Weliswaar bepalen de artikelen 435, laatste lid, en 437, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek een aantal bijzondere gevallen waarin een advocaat kan worden weggelaten van het tableau. Uit geen enkele bepaling blijkt echter dat de raad van de Orde enkel in deze bijzondere gevallen een advocaat kan weglaten van het tableau. Door te beslissen dat een advocaat enkel kan worden weggelaten in de gevallen zoals bepaald in de artikelen 435, laatste lid, en 437, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, schenden de appelrechters dan ook de in het middel genoemde bepalingen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  7. Krachtens artikel 430 van het Gerechtelijk Wetboek, moet elk jaar een tableau worden opgemaakt van de Orde van advocaten, alsook een lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en een lijst van stagiairs, die hun kantoor in het arrondissement hebben. Deze worden door toedoen van de stafhouder aangeplakt of bekendgemaakt. De stafhouder zorgt er eveneens voor dat het tableau en de lijsten worden bijgewerkt. Krachtens artikel 432, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek beslist de raad van de Orde, die meester is over het tableau, over de inschrijving op het tableau en op deze lijsten. De persoon die om inschrijving verzoekt of die het voorwerp is van een weglating kan, krachtens artikel 432bis, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, tegen de beslissingen genomen door de raad van de Orde hoger beroep instellen bij de tuchtraad van beroep.
  8. De artikelen 435 en 437 van het Gerechtelijk Wetboek bepalen de gevallen waarin een weglating van de lijst of het tableau kan plaatsvinden. Uit deze artikelen blijkt dat de raad van de Orde niet ambtshalve tot de administratieve handeling van weglating kan overgaan op grond dat een advocaat zijn bijdragen niet betaalt.
  9. Door te oordelen dat de raad van de Orde niet tot weglating van de verweerster kon beslissen wegens niet betaling van baliebijdragen, schendt de bestreden beslissing de in het middel aangewezen wetsbepalingen niet. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 744,37 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, de voorzitters Ivan Verougstraete en Christian Storck, de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Paul Mathieu, en de raadsheren Didier Batselé, Eric Stassijns, Albert Fettweis en Beatrijs Deconinck, en in openbare en voltallige terechtzitting van 19 juni 2009 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. J. Pafenols B. Deconinck A. Fettweis E. Stassijns D. Batselé P. Mathieu R. Boes C. Storck I. Verougstraete G. Londers PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090619.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090619.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150626.4 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200918.1N.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140626.3 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141024.3 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140626.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.