id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.3 Rolnummer: P.09.0276.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2009-07-01 Raadplegingen: 753 - laatst gezien 2026-07-02 23:23 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De vaststelling dat het herstel in de oorspronkelijke toestand een straf is in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M., brengt enkel mee dat de waarborgen van die bepaling moeten worden in acht genomen, waaronder de behandeling van de vordering binnen een redelijke termijn; voormelde vaststelling heeft niet tot gevolg dat die maatregel in de Belgische wetgeving van strafrechtelijke aard is zodat de algemene bepalingen van het Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, inzonderheid wat betreft het persoonlijk karakter van de straf erop toepassing moeten vinden
(1).
(1)Zie Cass., 4 nov. 2008, AR P.08.0081.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.2, A.C., 2008, nr. 608 met conclusie van eerste advocaat-generaal De Swaef; Cass., 6 jan. 2009, AR P.08.0674.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090106.5, A.C., 2009, nr. ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Andere Vrije woorden: Herstel in de oorspronkelijke toestand - Kwalificatie als straf in de zin van artikel 6.1 EVRM - Gevolg - Persoonlijk karakter van de straf - Toepassing Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Andere Vrije woorden: Stedenbouw - Herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand - Straf - Gevolg - Persoonlijk karakter van de straf - Toepassing Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Fiche 3 De herstelvordering bepaald in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999, beoogt het doen verdwijnen van een met de strafwet strijdige toestand, meer bepaald het doen verdwijnen van de aantasting van de goede ruimtelijke ordening die door het stedenbouwmisdrijf is ontstaan.
(1)
(1)Zie conclusie van advocaat-generaal De Swaef: Cass., 24 feb. 2004, AR P.03.1143.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040224.21, A.C., 2004, nr. 96; Cass., 3 april 2007, AR P.06.1610.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.1, A.C., 2007, nr.
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Andere Vrije woorden: Herstelvordering - Doel Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Fiche 4 Als schuld van burgerlijke aard ontstaan uit de persoonlijke aansprakelijkheid van de misdrijfpleger, behoort de verplichting tot herstel tot het passief van diens nalatenschap dat overgaat op zijn erfopvolgers, ook al zijn zij geen eigenaar van het onroerend goed waarop het stedenbouwmisdrijf betrekking heeft. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Andere Vrije woorden: Herstel van de plaats in de vorige staat - Verplichting tot herstel - Aard - Gevolg - Erfopvolgers van de misdrijfpleger die geen eigenaar zijn van het onroerend goed waarop het misdrijf betrekking heeft - Toepassing Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0276.N
- M M L, gedinghernemende partij,
- L G H, gedinghernemende partij,
- K J H, gedinghernemende partij, eisers, met als raadsman mr. Jan Ghysels, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Yves Sacreas, advocaat bij de balie te Brus-sel, tegen STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST, bevoegd voor het grondgebied van de Provincie Limburg met kantoor te 3500 Hasselt, Koningin Astridlaan 50, eiser tot herstel, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer, van 14 januari
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 731, 745 en 745bis Burger-lijk Wetboek, artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999, de artikelen 39 en 86 Straf-wetboek, artikel 149 Grondwet en artikel 6 EVRM: alhoewel de appelrechters vaststellen dat het onroerend goed waarop de herstelvordering betrekking heeft geen eigendom is van de eisers, evenmin enige akte voorligt waaruit blijkt dat zij die goederen bij wijze van erfopvolging zouden hebben verkregen, en evenmin blijkt dat zij het stedenbouwmisdrijf hebben gepleegd, worden zij niettemin onte-recht en ondanks het persoonlijk karakter van deze "straf", tot het herstel in de oorspronkelijke toestand veroordeeld.
- De vaststelling dat het herstel in de oorspronkelijke toestand een "straf" is in de zin van artikel 6.1 EVRM, brengt enkel mee dat de waarborgen van die be-paling moeten worden in acht genomen, waaronder de behandeling van de vorde-ring binnen een redelijke termijn. Voormelde vaststelling heeft niet tot gevolg dat die maatregel in de Belgische wetgeving van strafrechtelijke aard is zodat de al-gemene bepalingen van het Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, inzonderheid wat betreft het persoonlijk karakter van de straf erop toepassing moeten vinden.
- De herstelvordering bepaald in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999, zoals de teruggave bedoeld in artikel 44 Strafwetboek, beoogt het doen verdwij-nen van een met de strafwet strijdige toestand, meer bepaald het doen verdwijnen van de aantasting van de goede ruimtelijke ordening dat door het stedenbouwmis-drijf is ontstaan. Als schuld van burgerlijke aard ontstaan uit de persoonlijke aan-sprakelijkheid van de misdrijfpleger, behoort de verplichting tot herstel tot het passief van diens nalatenschap dat overgaat op zijn erfopvolgers, ook al zijn zij geen eigenaar van het onroerend goed waarop het misdrijf betrekking heeft.
- De appelrechters oordelen: "Nu de herstelmaatregel een civielrechtelijk ge-volg is van het misdrijf destijds gepleegd door de rechtsvoorganger van de [ei-sers], is de vordering tot herstel tegen hen gericht ontvankelijk, ook zoals te dezen voor de strafrechter nu immers de herstelvordering destijds tijdig werd aanhangig gemaakt; niet de strafbaarheid doch wel het wederrechtelijke karakter van de handeling rechtvaardigt de herstelvordering." Met die redenen verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 23 juni 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100329.6 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121212.7 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20161115.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170310.2 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170310.2 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180612.3 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191126.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220914.2F.2 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251203.2F.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040224.21 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.1 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090106.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110125.4 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110927.2 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120327.7 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120424.3 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140114.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div